Samenvatting maatschappijleer Seneca hoofdstuk 3 en 6
3.1 macht en welzijn
Samenlevingsdilemma = een dilemma over de manier waarop mensen met elkaar samenleven in
een land.
Hulpmiddel om samenleving te analyseren.
Om goed samen te kunnen leven moet je keuzes maken over de inrichting van de
samenleving.
3 waarden: 2 extreem, 1 ertussen in.
Er zijn 4 samenlevingsdilemma’s.
Machtsdilemma
‘Hoeveel mensen hebben er macht?’
Links: inspraak, iedereen mag meebeslissen.
Basisdemocratie
Midden: kiesrecht, mensen kiezen het bestuur van een samenleving.
Iedereen mag meebeslissen wie de besluiten nemen.
Linkse partijen: kiesrecht met veel inspraak.
Rechtse partijen: kiesrecht met daadkracht.
Rechts: daadkracht, het snel en efficiënt nemen van besluiten.
Inspraak niet wenselijk, er is verschil tussen mensen.
Dictatuur bijvoorbeeld.
Welzijnsdilemma
‘In hoeverre mag er verschil zijn tussen mensen op het gebied van welzijn en welvaart?’
Links: bestaanszekerheid, de overheid zorgt ervoor dat mensen voldoende middelen hebben om
basisbehoeften te bevredigen. Dit is alleen bij overheid.
Gelijkheid, overheid moet ervoor zorgen dat er geen verschillen zijn.
Midden: solidariteit, mensen moeten zelf zorgen voor inkomen, maar de overheid helpt als dat nodig
is.
Rechts: eigen verantwoordelijkheid, mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun welvaart en welzijn.
Nachtwakerstaat, de overheid zorgt alleen voor veiligheid en de rest moeten mensen zelf
regelen.
3.2 cultuur en mensenrechten
Cultuurdilemma
‘Hoeveel cultuurverschillen mogen er zijn in een samenleving?’
‘moeten mensen zich houden aan de regels die de samenleving stelt of mogen ze er als
individu of groep van afwijken?’
‘hoeveel moeten mensen zich aanpassen aan collectieve normen?’
, Links: diversiteit, het naast elkaar leven van verschillende cultuurgroepen.
Midden: pluriformiteit, verschillende cultuurgroepen in een land gaan met elkaar in gesprek over de
verschillen.
Rechts: eenheid, het toestaan van één cultuurgroep in een land.
Mensenrechtendilemma
‘Hoeveel vrijheid hebben burgers?’
Veiligheidsutopie = de wens voor optimale individuele vrijheid en optimale collectieve vrijheid.
Links: orde, de overheid stelt strenge regels op en controleert hier scherp op.
Midden: vrijheid, de overheid geeft mensen rechten om in vrijheid te kunnen leven.
Rechts: orde, de overheid stelt strenge regels op en controleert hier scherp op.
- Conservatieve partijen leggen meer de nadruk op repressie= het bestraffen van misdrijven en
overtredingen met als doel vergelding of afschrikking.
- Progressieve partijen leggen meer de nadruk op preventie= het voorkomen van misdrijven en
overtredingen met als doel resocialisatie (heropvoeding).
3.3 geluk in een land
- Samenlevingsdilemma’s spelen een rol bij de inrichting van een land.
- Grofweg kun je zeggen dat wetten, instellingen en instituties de inrichting van een land
bepalen.
- Actoren moeten zich houden aan bepaalde wetten.
Wet = een geschreven gedragsregel door de overheid van een land. (artikel 1: gelijke behandeling
en verbod discriminatie)
- Instituties zorgen ervoor dat mensen weten wat er van hen verwacht wordt en hoe ze zich
moeten gedragen.
Institutie = complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun
onderlinge relaties reguleren.
Systeem van regels, zorgt ervoor dat mensen weten hoe ze zich moeten gedragen. (gelijke
behandeling man en vrouw)
- Bij wetten en instituties horen instellingen die de waarde van die wetten en instituties in de
praktijk realiseren.
Instelling = een organisatie die de waarde van wetten en instituties in de praktijk realiseert.
(rechtbank)
Een instelling heeft een adres, een institutie niet.
3.1 macht en welzijn
Samenlevingsdilemma = een dilemma over de manier waarop mensen met elkaar samenleven in
een land.
Hulpmiddel om samenleving te analyseren.
Om goed samen te kunnen leven moet je keuzes maken over de inrichting van de
samenleving.
3 waarden: 2 extreem, 1 ertussen in.
Er zijn 4 samenlevingsdilemma’s.
Machtsdilemma
‘Hoeveel mensen hebben er macht?’
Links: inspraak, iedereen mag meebeslissen.
Basisdemocratie
Midden: kiesrecht, mensen kiezen het bestuur van een samenleving.
Iedereen mag meebeslissen wie de besluiten nemen.
Linkse partijen: kiesrecht met veel inspraak.
Rechtse partijen: kiesrecht met daadkracht.
Rechts: daadkracht, het snel en efficiënt nemen van besluiten.
Inspraak niet wenselijk, er is verschil tussen mensen.
Dictatuur bijvoorbeeld.
Welzijnsdilemma
‘In hoeverre mag er verschil zijn tussen mensen op het gebied van welzijn en welvaart?’
Links: bestaanszekerheid, de overheid zorgt ervoor dat mensen voldoende middelen hebben om
basisbehoeften te bevredigen. Dit is alleen bij overheid.
Gelijkheid, overheid moet ervoor zorgen dat er geen verschillen zijn.
Midden: solidariteit, mensen moeten zelf zorgen voor inkomen, maar de overheid helpt als dat nodig
is.
Rechts: eigen verantwoordelijkheid, mensen zijn zelf verantwoordelijk voor hun welvaart en welzijn.
Nachtwakerstaat, de overheid zorgt alleen voor veiligheid en de rest moeten mensen zelf
regelen.
3.2 cultuur en mensenrechten
Cultuurdilemma
‘Hoeveel cultuurverschillen mogen er zijn in een samenleving?’
‘moeten mensen zich houden aan de regels die de samenleving stelt of mogen ze er als
individu of groep van afwijken?’
‘hoeveel moeten mensen zich aanpassen aan collectieve normen?’
, Links: diversiteit, het naast elkaar leven van verschillende cultuurgroepen.
Midden: pluriformiteit, verschillende cultuurgroepen in een land gaan met elkaar in gesprek over de
verschillen.
Rechts: eenheid, het toestaan van één cultuurgroep in een land.
Mensenrechtendilemma
‘Hoeveel vrijheid hebben burgers?’
Veiligheidsutopie = de wens voor optimale individuele vrijheid en optimale collectieve vrijheid.
Links: orde, de overheid stelt strenge regels op en controleert hier scherp op.
Midden: vrijheid, de overheid geeft mensen rechten om in vrijheid te kunnen leven.
Rechts: orde, de overheid stelt strenge regels op en controleert hier scherp op.
- Conservatieve partijen leggen meer de nadruk op repressie= het bestraffen van misdrijven en
overtredingen met als doel vergelding of afschrikking.
- Progressieve partijen leggen meer de nadruk op preventie= het voorkomen van misdrijven en
overtredingen met als doel resocialisatie (heropvoeding).
3.3 geluk in een land
- Samenlevingsdilemma’s spelen een rol bij de inrichting van een land.
- Grofweg kun je zeggen dat wetten, instellingen en instituties de inrichting van een land
bepalen.
- Actoren moeten zich houden aan bepaalde wetten.
Wet = een geschreven gedragsregel door de overheid van een land. (artikel 1: gelijke behandeling
en verbod discriminatie)
- Instituties zorgen ervoor dat mensen weten wat er van hen verwacht wordt en hoe ze zich
moeten gedragen.
Institutie = complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun
onderlinge relaties reguleren.
Systeem van regels, zorgt ervoor dat mensen weten hoe ze zich moeten gedragen. (gelijke
behandeling man en vrouw)
- Bij wetten en instituties horen instellingen die de waarde van die wetten en instituties in de
praktijk realiseren.
Instelling = een organisatie die de waarde van wetten en instituties in de praktijk realiseert.
(rechtbank)
Een instelling heeft een adres, een institutie niet.