Studentnummer 682110
Klas ALVP24-DTGSD21
Locatie Alkmaar
Studiejaar Leerjaar 4
Toetsperiode Periode 4
Titel werkstuk Verpleegkundig leiderschap, niveau C
Naam toets Verpleegkundig leiderschap, niveau C
Toetscode 2022DTCB3A
Naam docent (les gehad van) Inge Vermeulen
Naam coach Suheda Algin
Kans Regulier / herkansing*
Indien her 1e kans nagekeken door Ruud Gortworst
Indien her 2e kans nagekeken door
Indien her 3e kans nagekeken door
Indien her 4e kans nagekeken door
Bewijslast Verslag
Video/geluidsopname Ja/Nee*
CGI aanvraag Ja/Nee*
Verpleegkundig leiderschap,
niveau C
Ik verklaar dat ik bij het onderzoek voor en het schrijven van dit werkstuk niet
Verklaring student heb geplagieerd, gefraudeerd of anderszins in strijd met de Onderwijs- en
Examen Regeling (OER) heb gehandeld.
Datum 22-07-2025
Handtekening
Inhoudsopgave
H1 Inleiding............................................................................................................................................. 3
Leeswijzer.......................................................................................................................................... 3
,H2 Beelvorming ontwikkeling van de verpleegkunde..............................................................................3
H2.1 Historisch perspectief................................................................................................................. 4
H2.2 Institutioneel perspectief............................................................................................................ 4
H2.3 Maatschappelijk perspectief....................................................................................................... 5
H2.4 Ontwikkelingen op werk............................................................................................................. 5
H2.5 Bijdrage verpleegkundig leider................................................................................................... 5
H3 Deskundigheidsbevordering.............................................................................................................. 6
H3.1 Kennisbronnen verpleegkundig vakgebied................................................................................6
H3.2 Bijdragen aan kennisontwikkeling.............................................................................................. 6
H.3.2.1 Kwartetspel Interne geneeskunde.....................................................................................7
H3.2.2 30 seconds spel Interne geneeskunde...............................................................................7
H3.2.3 ABCDE-methodiek............................................................................................................. 7
H3.2.4 Escape room...................................................................................................................... 8
H4 Professioneel gedrag........................................................................................................................ 8
H4.1 Verantwoordelijkheid eigen handelen........................................................................................ 8
H4.2 Reflectie grenzen bewaken........................................................................................................ 9
H4.3 Verpleegkundige trots................................................................................................................ 9
H4.3.1 Open dag Noordwest Academie......................................................................................... 9
H4.3.2 Sociale media................................................................................................................... 10
H4.4 Omgaan met spanningsvelden................................................................................................ 12
H4.5 Beroepscode en wetgeving...................................................................................................... 13
H5 Verpleegkundig leiderschap............................................................................................................ 13
H5.1 Theorie verpleegkundig leider.................................................................................................. 14
H5.2 Eigen werkwijze verpleegkundig leider....................................................................................14
H5.3 Werkbegeleider........................................................................................................................ 14
H5.4 Reflectie leerling begeleiden.................................................................................................... 15
H5.5 Verpleegkundig onderzoek...................................................................................................... 16
H5.6 WOESD................................................................................................................................... 16
H5.7 Reflectie stip dienst.................................................................................................................. 17
H5.8 Theorie coaching..................................................................................................................... 17
H5.9 Coaching team......................................................................................................................... 18
Literatuurlijst......................................................................................................................................... 19
Bijlagen................................................................................................................................................. 20
Bijlage 1: Adviesbeoordeling praktijkperspectief..............................................................................20
Bijlage 2: Feedback uit de praktijk deskundigheidsbevordering.......................................................21
Bijlage 3: SBAR casus ABCDE-methodiek.......................................................................................21
Bijlage 4: Bewijslast escape room.................................................................................................... 23
Bijlage 5: Feedback uit de praktijk professioneel gedrag..................................................................30
Bijlage 6: Bewijslast opendag Noordwest Academie........................................................................32
Bijlage 7: Bewijslast Intervisie.......................................................................................................... 32
Bijlage 8: Feedback uit de praktijk verpleegkundig leiderschap.......................................................34
Bijlage 9: Feedback leerling coachen............................................................................................... 35
, Bijlage 10: Feedback klinische les.................................................................................................... 36
H1 Inleiding
Mijn naam is Kelsey Goosens en ik zit momenteel in het vierde jaar van de deeltijd Hbo-opleiding
Verpleegkunde. Ik werk bij de Noordwest Ziekenhuisgroep (NWZ) in Den Helder, op de
verpleegafdeling Oncologie.
De afdeling Oncologie beschikt over twaalf klinische bedden en negen bedden/stoelen voor
poliklinische dagbehandelingen. Hier bieden we oncologische patiënten een breed scala aan zorg: van
curatieve chemotherapie tot palliatieve zorg in de laatste levensfase, en alles wat daartussen ligt. De
patiënten zijn 18 jaar of ouder, met uiteenlopende ziektebeelden en prognoses. Hierdoor werken we
samen met verschillende specialismen, zoals interne geneeskunde, chirurgie, neurologie en
longgeneeskunde.
Ter onderbouwing van de leeruitkomst ‘Verpleegkundig leiderschap, niveau C’ is dit verslag opgesteld.
In dit verslag wordt, aan de hand van drie geselecteerde kernbegrippen, onderbouwd dat ik beschik
over verpleegkundig leiderschap op het beoogde niveau. Deze onderbouwing wordt versterkt met
relevante praktijkvoorbeelden en bijbehorende bewijsstukken.
In bijlage 1 is een adviesbeoordeling vanuit praktijkperspectief opgenomen.
Leeswijzer
Voor de leeruitkomst Verpleegkundig leiderschap, niveau C, moeten drie kernbegrippen worden
aangetoond. Tabel 1 laat zien in welke hoofdstukken deze kernbegrippen aan bod komen.
Kernbegrip Hoofdstuk
Deskundigheidsbevordering 3
Professioneel gedrag 2, 4
Verpleegkundig leiderschap 5
Tabel 1: Leeswijzer.
H2 Beelvorming ontwikkeling van de verpleegkunde
In dit hoofdstuk beschrijf ik de ontwikkeling van de verpleegkunde vanuit historisch, institutioneel en
maatschappelijk perspectief.
, H2.1 Historisch perspectief
Vroeger bestond er nog geen officiële opleiding om verpleegkundige te worden. De zorg voor zieke
mensen werd meestal opgevangen door familie of mensen uit de directe omgeving. Pas rond 1880
begon verplegen echt als een beroep gezien te worden, en ontvingen verpleegkundigen voor het eerst
salaris. Dat moment wordt gezien als het begin van de professionalisering van het vak (Venvn, z.d.-c).
Een belangrijk figuur in die ontwikkeling was Florence Nightingale. Zij wordt wereldwijd erkend als
grondlegger van de moderne verpleegkunde. Ondanks haar eenvoudige opleiding wist ze grote
veranderingen in de zorg in gang te zetten. Ze verzamelde tijdens haar bezoeken aan Engelse
ziekenhuizen gegevens over sterfte, ziekte en leefomstandigheden van patiënten, en gebruikte deze
informatie om de zorg te verbeteren.
In 1854 vertrok ze met een groep van 38 vrouwen naar de Krimoorlog om gewonde soldaten te
verzorgen. Daar voerde ze hygiënische maatregelen in die grote invloed hadden op het herstel van
patiënten en de organisatie van zorg in het algemeen. Haar werk legde de basis voor veel elementen
van de verpleegkunde zoals we die nu kennen, waaronder aandacht voor scholing, onderzoek en
werkomstandigheden (Florence Nightingale Instituut, z.d.).
In de loop van de twintigste eeuw ontwikkelde verpleegkunde zich verder tot een zelfstandig beroep
met een eigen kennisbasis en professionele ethiek. Verpleegkundigen kregen steeds vaker te maken
met complexere zorgvragen, nieuwe technologieën en multidisciplinaire samenwerking. Vandaag de
dag is verpleegkunde een dynamisch en steeds veranderend vakgebied, waarin thema’s als evidence-
based practice, leiderschap en innovatie centraal staan (Venvn, z.d.-c).
H2.2 Institutioneel perspectief
Het institutioneel perspectief biedt een bredere sociologische kijk op de ontwikkeling van de
verpleegkunde als beroep. Vanuit dit perspectief wordt gekeken naar hoe formele instellingen zoals
overheden, zorgorganisaties, onderwijsinstellingen en beroepsverenigingen invloed uitoefenen op de
organisatie, professionalisering en positionering van verpleegkundigen binnen de gezondheidszorg.
Verpleegkunde wordt hierbij niet alleen gezien als praktische zorgverlening, maar als een beroep dat
sterk wordt gevormd door maatschappelijke structuren, regelgeving en beleidsontwikkelingen (Venvn,
z.d.-e).
Een belangrijk onderdeel van dit perspectief is hoe het beroep verpleegkundige zich heeft ontwikkeld
en geprofessionaliseerd. Waar het vak vroeger vaak werd uitgevoerd door ongeschoolde krachten,
veelal vanuit religieuze overtuiging, is het inmiddels uitgegroeid tot een volwaardig en erkend beroep.
Er zijn duidelijke opleidingen, gedragsregels en competentieprofielen gekomen die richting geven aan
wat er van een verpleegkundige verwacht wordt. Hogescholen en universiteiten spelen hierbij een
grote rol, omdat zij onderwijs bieden dat aansluit bij landelijke en internationale normen. Ook
beroepsverenigingen zoals V&VN zijn hierin belangrijk: zij zetten zich in voor de kwaliteit van het vak
en de professionele identiteit van verpleegkundigen.
Ook regels en beleid hebben een grote invloed op hoe het beroep van verpleegkundige wordt
vormgegeven. Zo bepaalt de Wet BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) wie bepaalde
medische handelingen mag uitvoeren, en onder welke voorwaarden. Dit zorgt voor duidelijkheid over
bevoegdheid en bekwaamheid, en verstevigt daarmee de professionele positie van verpleegkundigen
in de zorg (Bigregister, z.d.). Daarnaast hebben beleidsmaatregelen zoals functiedifferentiatie en de
uitbreiding van taken voor verpleegkundig specialisten impact op de manier waarop het vak wordt
ingevuld en erkend binnen zorgorganisaties.
Binnen zorgorganisaties spelen onderlinge machtsverhoudingen een belangrijke rol.
Verpleegkundigen functioneren in een dynamisch werkveld, waar zij samenwerken met onder meer
artsen, leidinggevenden en andere zorgprofessionals. De manier waarop deze samenwerkingen zijn
ingericht, heeft invloed op de ruimte die verpleegkundigen krijgen om zelfstandig te handelen, invloed
uit te oefenen en leiderschap te tonen. Hoeveel zeggenschap zij daadwerkelijk hebben binnen
besluitvorming of bij het organiseren van zorg, wordt daarmee mede bepaald door de institutionele
structuur van de organisatie (Venvn, z.d.-e).
Ook maatschappelijke ontwikkelingen hebben invloed op hoe het verpleegkundig beroep zich vormt.
Denk bijvoorbeeld aan de vergrijzing, technologische innovaties of veranderende verwachtingen van
patiënten, zoals de nadruk op eigen regie en preventie. Zulke veranderingen zetten organisaties aan
tot het herzien van beleid, onderwijs en kwaliteitseisen. Op die manier reageren instellingen
voortdurend op wat er in de samenleving speelt, en blijft het beroep zich ontwikkelen in samenhang
met de maatschappelijke context (Venvn, z.d.-e).