Childhood Socialization: Comparative Studies
of Parenting, Learning and Educational Change
Robert A. LeVine
1. The Internalization of Political Values in Stateless Societies
Een segmentaire samenleving is een inadequate manier om de politieke variatie en
aanpassing in de Afrikaanse samenleving te onderzoeken. De structuur van de
intergroepsrelatie kan geanalyseerd worden in afwezigheid van een centrale autoriteit.
LeVine doet dit aan de hand van twee samenleving in Oost-Afrika: de Nuer (Sudan) en de
Gusii (Kenia). Deze samenlevingen zijn goed te vergelijken omdat ze ongeveer even groot
zijn, allebei staatloos zijn en dus geen duidelijke politieke structuren hebben, voortkomen uit
polygynische families en beiden gekoloniseerd zijn door de Engelsen.
De Nuer houden niet van autoritaire posities, zijn bang voor afkeuring en proberen het
gebruik van autoriteit zoveel mogelijk te vermijden. De Gussi daarentegen weten dat hun
autoriteit gerespecteerd en gevreesd wordt en zijn dus niet bang voor meningen uit de rest
van de groep. De gerechtelijke leiders van de Nuer zijn onzekerder over het nemen van
beslissingen en het toebrengen van straffen op hun medemens dan hun tegenhangers de
Gusii. Na 20 jaar van koloniale overheersing blijven de Nuer mannen de bloedwraak
beoefenen, terwijl de Gusii sterk de neiging hebben om hun conflicten in de rechtszaal op te
lossen.
De Nuer zijn democratisch, egalitair (gelijkheid) en onafhankelijk. De Gussi zijn juist
autoritair, dominant en onderdanig. De verschillen tussen de Nuer en de Gussi zijn ook terug
te vinden binnen familierelaties. Bij de Nuer wordt er veel gedeeld en is er sprake van een
economische wederkerigheid en wordt strijd uit de weg gegaan. Gusii’s delen juist niet,
hebben de neiging tot agressie. Elk huishouden is een onafhankelijke economische eenheid.
Beiden samenlevingen zijn patriarchaal (mannen hebben de autoriteit) maar toch verschillen
hun waarden weer van elkaar. Er wordt beweerd dat de houding ten opzichte van de
autoriteit beïnvloed wordt door de vroege relaties met de ouders (autoriteitsstructuur van de
familie, hechtheid, warmte en discipline). Vaders in de Nuer samenleving tonen affectie en
straffen hun kinderen niet fysiek. Gusii ouders zijn juist autoritair en gebruiken wel fysieke
straffen. De vaders bemoeien met het bijbrengen van discipline, bij de rest van opvoeding zijn
ze niet betrokken. Bij de Gussi wordt geweld niet getolereerd, bij de Nuer wel.
De internalisatie (eigen maken van waarden, normen, instelling en gedragswijzen) van
politieke waarden in staatloze samenlevingen.
Psychologische oriëntatie en internalisatie via uitgebreide familie vs collectieve structuren
Kritiek op het structureel-functionalisme
Hoofdpunt van de discussie: op welk niveau zoek je de verklaring van verschillen? Hoe
dicht bij het kind?
2. Father-Child Relationships and Changing Life-Styles in
Ibadan, Nigeria (1967)
In de stad Ibadan wordt onderzoek gedaan naar de Yoruba stam. Er werd gekeken naar het
effect van verandering in hun levensstijl. Het onderzoek richtte zich vooral op de vaders. Er
werd gekeken naar de vader-kind relatie. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen elite,
moderne ouders en traditionele ouders (Oje). De moderne ouders waren goed geschoold,
monogaam en welvarend. De gezinnen waren vaak klein en vaders werkte vaak uit huis. De
traditionele ouders hebben juist weinig scholing gehad en waren dus vaak analfabeet. Vaak
waren de gezinnen polygynisch en werkten de vaders thuis.
,Oje vaders hielden zich niet zo bezig met familiebeperking, er kwam veel kindersterfte voor.
Ook zagen zij kinderen als een bron van hulp en inkomsten omdat de kinderen vaak
meehielpen met het werk. De moderne ouders hielden zich wel bezig met familiebeperking.
De kinderen uit moderne gezinnen hadden vaak een goede gezondheid en waren erg
vruchtbaar. De kindersterfte was laag en veel kinderen gingen naar school, waardoor een
kind veel kosten met zich meebrengt. Moderne ouders konden het zich niet permitteren om
veel kinderen te nemen. Moderne ouders pasten zich dus aan aan de veranderende
leefomstandigheden maar werden nog steeds een klein beetje beïnvloed door tradities.
De familiestructuur van de moderne en traditionele ouders ziet er heel anders uit. De
traditionele familie is patrilokaal (na trouwen gaat het bruidspaar bij de familie van de man
wonen), polygynisch en bevindt zich in een extended verwantschap. Er is sprake van een
fysieke en sociale afstand tussen vaders en hun kinderen. De moderne ouders hebben juist
geïsoleerde, monogame kernfamilies. Zij hadden ook een hechtere band met hun kinderen.
De Oje families voerden veel basale maatschappelijke taken (economisch, onderwijskundig,
religieus en politiek) uit. Zij leggen de nadruk op het nut van kinderen en zijn erg prestatie
gericht. Bij de elite groep werden veel van deze taken door anderen vervuld. In de
kerngezinnen is meer informaliteit en een grotere mate van intimiteit tussen seksen.
Moderne vaders tonen ook meer affectie naar hun kinderen toe.
In de traditionele samenlevingen werd er heel veel nadruk gelegd op gehoorzaamheid en op
respect voor de autoriteit. Er was een strikte discipline. Bij de elite werd er minder nadruk
gelegd op de autoriteit van vaders, ze wilden echter wel discipline en respect bijbrengen. Het
kind wordt als een individu gezien.
Modernisering als verklaring
Modernisering in Afrika?
Modernisering <-> opkomst middenklasse
Samenhang urbanisatie, industrialisatie, scholing, ‘consumerism’
‘Opvoeding die voorbereidt op een bestaan van individuele keuzes, individueel succes en
onafhankelijkheid
Hoofdpunt van de discussie: hoe onderscheid je de verschillende factoren bij het
verklaren van verschil omdat ze vaak samen voorkomen?
3. Parental Goals: A Cross-Cultural View (1974)
Vooral in Afrika worden kinderen vaak dicht bij de ouders gedragen om hen te beschermen
tegen gevaren. Dit zal de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden en gedragsontwikkeling
van het kind beperken. De oorzaken liggen niet bij de ouders maar bij de omgevingsfactoren.
Het primaire doel van ouders is hun kind laten overleven. Ook worden kinderen geholpen om
het gedrag te ontwikkelen zodat zij in staat zullen zijn om in hun eigen onderhoud te
voorzien. Wanneer er veel kindersterfte voorkomt zal de prioriteit vooral liggen bij het
overleven. Als er in de maatschappij een laag sterftecijfer is zal de nadruk meer gelegd
worden op het economisch zelfstandig maken van kinderen. Opvoedgewoontes ontstaan als
adapties aan omgevingskenmerken die generaties van ouders waarnemen als bedreigingen
voor hun bewuste opvoeddoelen
1) In populaties met een hoog risico op kindersterfte zal het ouderschap zich laten leiden
door het verminderen van de risico’s voor sterfte en
2) In samenlevingen met schaarse middelen zal het ouderschap worden gericht op het
economische zelf-onderhoud van het kind.
Ouderschap als een adaptieve respons op het milieu (Structureel-functionalisme) vs
Culturele verklaringen
Hoofdpunt van de discussie: welke type verklaring geldt?
, Oude en nieuwe LeVine!
4. A Cross-Cultural Perspective on Parenting (1980)
Ouderschap is een universeel en heel variabel aspect van menselijk gedrag. De omgevingen
van kinderen worden gevormd door culturele waarden die erg variëren. Ouders hebben een
aantal gemeenschappelijke doelen. In Afrika ligt de nadruk vooral op de fysieke overleving en
de economische toekomst van het kind. De bijdrage van kinderarbeid en steun van het kind
als het volwassen is aan de ouders is erg belangrijk. Bij de Amerikanen worden kinderen juist
gezien als een economische last zonder voordeel voor het economisch welzijn van de ouders
en familie. Maar zij hebben als voordeel dat zij hele goede emotionele banden hebben. De
nadruk wordt gelegd op onafhankelijkheid (scheiding, autarkie en zelfvertrouwen). Bij beide
opvoedingen vindt men voor- en nadelen.
Vergelijking van Gusii en Noord Amerikaanse ouders
Niet een evolutionaire ladder maar:
‘Ouderlijke investeringsstrategieën’
(het idee dat ouders bepaalde middelen investeren om bepaalde doelen van hun kinderen
te bereiken, aar dat deze middelen enorm variëren net als de normen voor ouderlijke
doelen van gemeenschappen)
Verschil in aandacht gedrag begrijpen tegen de achtergrond van verschillen in welvaart,
ouder-kind verhouding en culturele waarden.
Structureel-functionalistische verklaring aangevuld met culturele elementen
Hoofdpunt van de discussie: hoe vergelijken?
Part III
5. Virtues and Vices: Agrarian Models of the Life Span
Agrarische samenlevingen leven in kleine gemeenschappen en zijn betrokken bij een huiselijk
georganiseerde voedselproductie. Iedere cultuur kent zijn eigen deugden en ondeugden. De
sociale identiteit van agrarische volwassenen worden georganiseerd door een lokale leeftijd-
geslacht hiërarchie die ondersteuning, structuur en motivatie biedt. De banden tussen
ouder en kind worden gezien als werkrelaties en ouders verwachten dat
kinderen hun bevelen gehoorzamen, respect voor hen hebben en
verantwoordelijkheid nemen.
Mensen in agrarische samenlevingen kregen vaak veel kinderen omdat de kindersterfte hoog
was en men zoveel mogelijk overlevende kinderen wilde. Kinderen konden een bijdrage
leveren bij het werk dat er moest gebeuren. Er werd van vrouwen verwacht dat zij kinderen
baren tot de menopauze. De organisatie binnen agrarische samenlevingen is heel verschillend
geregeld en kunnen in twee categorieën worde ingedeeld: samenlevingen met een grote
politieke integratie en samenlevingen zonder. Ook waren er verschillen te vinden tussen de
samenlevingen als gekeken werd naar geletterdheid en communicatie.
De socialisatie zorgt ervoor dat kinderen gehoorzaamzijn zodat zij effectief
kunnen functioneren als kinderarbeiders. Dit zal hen positieve gevoelens en loyaliteit
bezorgen waardoor de wederkerigheid tussen kind en ouders blijft bestaan.
Wanneer men ouder werd, steeg hun positie binnen de hiërarchie wat zorgde voor meer
sociaal respect. Het betekende ook een verbetering van je plek in een hogere orde die
gesymboliseerd is in termen van goddelijkheid. De lokale relaties binnen een samenleving
dienden als systemen van sociale en militaire veiligheid, verantwoordelijkheden werden
gedeeld in tijden van crisis.
6. Revolution in Parenthood
In de geïndustrialiseerde culturen bieden ouders hun kind onbeperkte steun en verwachten
daarvoor niet iets tastbaars terug. De hoogste prioriteit ging naar het welzijn van kinderen,
zowel voor de maatschappij als voor ouders. Door de opkomst van loonarbeid en
bureaucratisch werk, ontstond er een scheiding tussen werkplaats en thuis. Men ontwikkelde
of Parenting, Learning and Educational Change
Robert A. LeVine
1. The Internalization of Political Values in Stateless Societies
Een segmentaire samenleving is een inadequate manier om de politieke variatie en
aanpassing in de Afrikaanse samenleving te onderzoeken. De structuur van de
intergroepsrelatie kan geanalyseerd worden in afwezigheid van een centrale autoriteit.
LeVine doet dit aan de hand van twee samenleving in Oost-Afrika: de Nuer (Sudan) en de
Gusii (Kenia). Deze samenlevingen zijn goed te vergelijken omdat ze ongeveer even groot
zijn, allebei staatloos zijn en dus geen duidelijke politieke structuren hebben, voortkomen uit
polygynische families en beiden gekoloniseerd zijn door de Engelsen.
De Nuer houden niet van autoritaire posities, zijn bang voor afkeuring en proberen het
gebruik van autoriteit zoveel mogelijk te vermijden. De Gussi daarentegen weten dat hun
autoriteit gerespecteerd en gevreesd wordt en zijn dus niet bang voor meningen uit de rest
van de groep. De gerechtelijke leiders van de Nuer zijn onzekerder over het nemen van
beslissingen en het toebrengen van straffen op hun medemens dan hun tegenhangers de
Gusii. Na 20 jaar van koloniale overheersing blijven de Nuer mannen de bloedwraak
beoefenen, terwijl de Gusii sterk de neiging hebben om hun conflicten in de rechtszaal op te
lossen.
De Nuer zijn democratisch, egalitair (gelijkheid) en onafhankelijk. De Gussi zijn juist
autoritair, dominant en onderdanig. De verschillen tussen de Nuer en de Gussi zijn ook terug
te vinden binnen familierelaties. Bij de Nuer wordt er veel gedeeld en is er sprake van een
economische wederkerigheid en wordt strijd uit de weg gegaan. Gusii’s delen juist niet,
hebben de neiging tot agressie. Elk huishouden is een onafhankelijke economische eenheid.
Beiden samenlevingen zijn patriarchaal (mannen hebben de autoriteit) maar toch verschillen
hun waarden weer van elkaar. Er wordt beweerd dat de houding ten opzichte van de
autoriteit beïnvloed wordt door de vroege relaties met de ouders (autoriteitsstructuur van de
familie, hechtheid, warmte en discipline). Vaders in de Nuer samenleving tonen affectie en
straffen hun kinderen niet fysiek. Gusii ouders zijn juist autoritair en gebruiken wel fysieke
straffen. De vaders bemoeien met het bijbrengen van discipline, bij de rest van opvoeding zijn
ze niet betrokken. Bij de Gussi wordt geweld niet getolereerd, bij de Nuer wel.
De internalisatie (eigen maken van waarden, normen, instelling en gedragswijzen) van
politieke waarden in staatloze samenlevingen.
Psychologische oriëntatie en internalisatie via uitgebreide familie vs collectieve structuren
Kritiek op het structureel-functionalisme
Hoofdpunt van de discussie: op welk niveau zoek je de verklaring van verschillen? Hoe
dicht bij het kind?
2. Father-Child Relationships and Changing Life-Styles in
Ibadan, Nigeria (1967)
In de stad Ibadan wordt onderzoek gedaan naar de Yoruba stam. Er werd gekeken naar het
effect van verandering in hun levensstijl. Het onderzoek richtte zich vooral op de vaders. Er
werd gekeken naar de vader-kind relatie. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen elite,
moderne ouders en traditionele ouders (Oje). De moderne ouders waren goed geschoold,
monogaam en welvarend. De gezinnen waren vaak klein en vaders werkte vaak uit huis. De
traditionele ouders hebben juist weinig scholing gehad en waren dus vaak analfabeet. Vaak
waren de gezinnen polygynisch en werkten de vaders thuis.
,Oje vaders hielden zich niet zo bezig met familiebeperking, er kwam veel kindersterfte voor.
Ook zagen zij kinderen als een bron van hulp en inkomsten omdat de kinderen vaak
meehielpen met het werk. De moderne ouders hielden zich wel bezig met familiebeperking.
De kinderen uit moderne gezinnen hadden vaak een goede gezondheid en waren erg
vruchtbaar. De kindersterfte was laag en veel kinderen gingen naar school, waardoor een
kind veel kosten met zich meebrengt. Moderne ouders konden het zich niet permitteren om
veel kinderen te nemen. Moderne ouders pasten zich dus aan aan de veranderende
leefomstandigheden maar werden nog steeds een klein beetje beïnvloed door tradities.
De familiestructuur van de moderne en traditionele ouders ziet er heel anders uit. De
traditionele familie is patrilokaal (na trouwen gaat het bruidspaar bij de familie van de man
wonen), polygynisch en bevindt zich in een extended verwantschap. Er is sprake van een
fysieke en sociale afstand tussen vaders en hun kinderen. De moderne ouders hebben juist
geïsoleerde, monogame kernfamilies. Zij hadden ook een hechtere band met hun kinderen.
De Oje families voerden veel basale maatschappelijke taken (economisch, onderwijskundig,
religieus en politiek) uit. Zij leggen de nadruk op het nut van kinderen en zijn erg prestatie
gericht. Bij de elite groep werden veel van deze taken door anderen vervuld. In de
kerngezinnen is meer informaliteit en een grotere mate van intimiteit tussen seksen.
Moderne vaders tonen ook meer affectie naar hun kinderen toe.
In de traditionele samenlevingen werd er heel veel nadruk gelegd op gehoorzaamheid en op
respect voor de autoriteit. Er was een strikte discipline. Bij de elite werd er minder nadruk
gelegd op de autoriteit van vaders, ze wilden echter wel discipline en respect bijbrengen. Het
kind wordt als een individu gezien.
Modernisering als verklaring
Modernisering in Afrika?
Modernisering <-> opkomst middenklasse
Samenhang urbanisatie, industrialisatie, scholing, ‘consumerism’
‘Opvoeding die voorbereidt op een bestaan van individuele keuzes, individueel succes en
onafhankelijkheid
Hoofdpunt van de discussie: hoe onderscheid je de verschillende factoren bij het
verklaren van verschil omdat ze vaak samen voorkomen?
3. Parental Goals: A Cross-Cultural View (1974)
Vooral in Afrika worden kinderen vaak dicht bij de ouders gedragen om hen te beschermen
tegen gevaren. Dit zal de ontwikkeling van cognitieve vaardigheden en gedragsontwikkeling
van het kind beperken. De oorzaken liggen niet bij de ouders maar bij de omgevingsfactoren.
Het primaire doel van ouders is hun kind laten overleven. Ook worden kinderen geholpen om
het gedrag te ontwikkelen zodat zij in staat zullen zijn om in hun eigen onderhoud te
voorzien. Wanneer er veel kindersterfte voorkomt zal de prioriteit vooral liggen bij het
overleven. Als er in de maatschappij een laag sterftecijfer is zal de nadruk meer gelegd
worden op het economisch zelfstandig maken van kinderen. Opvoedgewoontes ontstaan als
adapties aan omgevingskenmerken die generaties van ouders waarnemen als bedreigingen
voor hun bewuste opvoeddoelen
1) In populaties met een hoog risico op kindersterfte zal het ouderschap zich laten leiden
door het verminderen van de risico’s voor sterfte en
2) In samenlevingen met schaarse middelen zal het ouderschap worden gericht op het
economische zelf-onderhoud van het kind.
Ouderschap als een adaptieve respons op het milieu (Structureel-functionalisme) vs
Culturele verklaringen
Hoofdpunt van de discussie: welke type verklaring geldt?
, Oude en nieuwe LeVine!
4. A Cross-Cultural Perspective on Parenting (1980)
Ouderschap is een universeel en heel variabel aspect van menselijk gedrag. De omgevingen
van kinderen worden gevormd door culturele waarden die erg variëren. Ouders hebben een
aantal gemeenschappelijke doelen. In Afrika ligt de nadruk vooral op de fysieke overleving en
de economische toekomst van het kind. De bijdrage van kinderarbeid en steun van het kind
als het volwassen is aan de ouders is erg belangrijk. Bij de Amerikanen worden kinderen juist
gezien als een economische last zonder voordeel voor het economisch welzijn van de ouders
en familie. Maar zij hebben als voordeel dat zij hele goede emotionele banden hebben. De
nadruk wordt gelegd op onafhankelijkheid (scheiding, autarkie en zelfvertrouwen). Bij beide
opvoedingen vindt men voor- en nadelen.
Vergelijking van Gusii en Noord Amerikaanse ouders
Niet een evolutionaire ladder maar:
‘Ouderlijke investeringsstrategieën’
(het idee dat ouders bepaalde middelen investeren om bepaalde doelen van hun kinderen
te bereiken, aar dat deze middelen enorm variëren net als de normen voor ouderlijke
doelen van gemeenschappen)
Verschil in aandacht gedrag begrijpen tegen de achtergrond van verschillen in welvaart,
ouder-kind verhouding en culturele waarden.
Structureel-functionalistische verklaring aangevuld met culturele elementen
Hoofdpunt van de discussie: hoe vergelijken?
Part III
5. Virtues and Vices: Agrarian Models of the Life Span
Agrarische samenlevingen leven in kleine gemeenschappen en zijn betrokken bij een huiselijk
georganiseerde voedselproductie. Iedere cultuur kent zijn eigen deugden en ondeugden. De
sociale identiteit van agrarische volwassenen worden georganiseerd door een lokale leeftijd-
geslacht hiërarchie die ondersteuning, structuur en motivatie biedt. De banden tussen
ouder en kind worden gezien als werkrelaties en ouders verwachten dat
kinderen hun bevelen gehoorzamen, respect voor hen hebben en
verantwoordelijkheid nemen.
Mensen in agrarische samenlevingen kregen vaak veel kinderen omdat de kindersterfte hoog
was en men zoveel mogelijk overlevende kinderen wilde. Kinderen konden een bijdrage
leveren bij het werk dat er moest gebeuren. Er werd van vrouwen verwacht dat zij kinderen
baren tot de menopauze. De organisatie binnen agrarische samenlevingen is heel verschillend
geregeld en kunnen in twee categorieën worde ingedeeld: samenlevingen met een grote
politieke integratie en samenlevingen zonder. Ook waren er verschillen te vinden tussen de
samenlevingen als gekeken werd naar geletterdheid en communicatie.
De socialisatie zorgt ervoor dat kinderen gehoorzaamzijn zodat zij effectief
kunnen functioneren als kinderarbeiders. Dit zal hen positieve gevoelens en loyaliteit
bezorgen waardoor de wederkerigheid tussen kind en ouders blijft bestaan.
Wanneer men ouder werd, steeg hun positie binnen de hiërarchie wat zorgde voor meer
sociaal respect. Het betekende ook een verbetering van je plek in een hogere orde die
gesymboliseerd is in termen van goddelijkheid. De lokale relaties binnen een samenleving
dienden als systemen van sociale en militaire veiligheid, verantwoordelijkheden werden
gedeeld in tijden van crisis.
6. Revolution in Parenthood
In de geïndustrialiseerde culturen bieden ouders hun kind onbeperkte steun en verwachten
daarvoor niet iets tastbaars terug. De hoogste prioriteit ging naar het welzijn van kinderen,
zowel voor de maatschappij als voor ouders. Door de opkomst van loonarbeid en
bureaucratisch werk, ontstond er een scheiding tussen werkplaats en thuis. Men ontwikkelde