1
,Onderhandelen
Precontractuele fase
Rompovereenkomst: Een rompovereenkomst ontstaat op het moment dat er een akkoord is over de
belangrijkste gedeelten van een overeenkomst. Op dit punt is er al een overeenkomst tot stand gekomen.
Aansprakelijkheid in de precontractuele fase
Als onderhandelingen in precontractuele fase worden afgebroken, is een van de partijen mogelijk een
schadevergoeding verschuldigd.
In de uitspraak Baris/Riezenkamp oordeelde de Hoge Raad dat partijen verplicht zijn, moeten zich gedragen
volgens de eisen van redelijkheid en billijkheid. Dit kan er voor zorgen dat de onderhandelingen in sommige
gevallen niet zomaar mogen worden afgebroken- althans niet zonder een schadevergoeding te betalen.
Plas/Valburg leerde ons dat er tijdens de precontractuele fase sprake is van drie fasen.
In CBB/JPO, oordeelde de HR dat er nog maar twee fasen zijn. Partijen zijn in beginsel vrij om de onderhandelingen
af te breken en dit niet per se lijdt tot schadeplichtigheid.
De partij die de onderhandeling vroegtijdig afbreekt is enkel schadeplichtig als →
Er een gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat de overeenkomst al tot stand was komen- of als afbreken in
verband met andere omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn.
Fase 1 → partijen zijn vrij om de onderhandelingen af te breken.
Fase 2 → partijen zijn niet vrij om de onderhandelingen af te breken en zijn schadeplichtig.
De fase waarin de gemaakte kosten van de onderhandeling vergoed moeten worden, is dus verdwenen.
Om aansprakelijkheid in de precontractuele fase te voorkomen, kan er een voorovereenkomst worden gesloten.
Er kan in deze overeenkomst bijvoorbeeld worden afgesproken dan er geen aansprakelijkheid in de
precontractuele fase kan ontstaan (‘’letter of intent’’).
Distributief onderhandelen (hard)
Strijd en tegenstellingen
Win/lose
Integratief onderhandelen (‘Harvard’)
Samenwerken
Win/win
2
, Ondernemingsrecht
Rechtsvormen
Alle rechtspersonen en ondernemingen in Nederland moeten zich inschrijven in het Handelsregister van de KvK
(art. 5 sub a Handelsregisterwet 2007). Dit is niet automatisch een vereiste voor het doen ontstaan van de
rechtsvorm.
Natuurlijke personen (géén statuten)
Eenmanszaak
Oprichting – inschrijving bij de KvK (art. 16 Handelsregisterbesluit 2008)
Alle winst, maar ook risico’s stromen naar 1 persoon.
Zo veel werknemers als gewenst.
Een natuurlijk persoon mag maar 1 eenmanszaak hebben, wel meerdere handelsnamen binnen deze
eenmanszaak.
VoF (art. 16 WvK)
Oprichting – bij authentieke of onderhandse akte (art. 22 WvK).
Gaat altijd om een bedrijf, denk aan bakker of slager.
Elke vennoot (indien hij niet is uitgesloten) heeft vertegenwoordigingsbevoegdheid (art. 17 WvK).
Elke vennoot heeft hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 18 WvK).
CV (art. 19 WvK)
Oprichting – bij authentieke of onderhandse akte (art. 22 WvK).
De CV is een speciale vorm van de VoF.
Een CV kent twee soorten vennoten (van beide minimaal één):
- Beherende vennoten (hoofdelijk aansprakelijk).
- Stille vennoten (commanditaire vennoot). Geldschieter.
Stille vennoten bemoeien zich niet met de bedrijfsvoering en lopen alleen risico voor het deel dat zij in de
CV hebben gestoken (art. 20 WvK).
Als een stille vennoot toch beheert, is hij op grond van art. 21 WvK wegens alle schulden en verbintenissen
van de vennootschap hoofdelijk verbonden.
Maatschap (art. 7A:1655 BW)
Oprichting – vormvrij doormiddel van een overeenkomst (art. 7A:1655 BW). Hierbij gelden de algemene
bepalingen met betrekking tot overeenkomsten.
Bij een maatschap gaat het om een beroep. Denk aan architect of advocaat.
Een vennoot mag in beginsel namens de andere vennoot optreden, indien daar volmacht voor is gegeven
(art. 7A:1681 BW).
De vennoten van een maatschap zijn in beginsel slecht aansprakelijk voor gelijke delen van de schulden
(art. 7A:1679 BW jo. art. 7A:1680 BW).
3
,Onderhandelen
Precontractuele fase
Rompovereenkomst: Een rompovereenkomst ontstaat op het moment dat er een akkoord is over de
belangrijkste gedeelten van een overeenkomst. Op dit punt is er al een overeenkomst tot stand gekomen.
Aansprakelijkheid in de precontractuele fase
Als onderhandelingen in precontractuele fase worden afgebroken, is een van de partijen mogelijk een
schadevergoeding verschuldigd.
In de uitspraak Baris/Riezenkamp oordeelde de Hoge Raad dat partijen verplicht zijn, moeten zich gedragen
volgens de eisen van redelijkheid en billijkheid. Dit kan er voor zorgen dat de onderhandelingen in sommige
gevallen niet zomaar mogen worden afgebroken- althans niet zonder een schadevergoeding te betalen.
Plas/Valburg leerde ons dat er tijdens de precontractuele fase sprake is van drie fasen.
In CBB/JPO, oordeelde de HR dat er nog maar twee fasen zijn. Partijen zijn in beginsel vrij om de onderhandelingen
af te breken en dit niet per se lijdt tot schadeplichtigheid.
De partij die de onderhandeling vroegtijdig afbreekt is enkel schadeplichtig als →
Er een gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat de overeenkomst al tot stand was komen- of als afbreken in
verband met andere omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn.
Fase 1 → partijen zijn vrij om de onderhandelingen af te breken.
Fase 2 → partijen zijn niet vrij om de onderhandelingen af te breken en zijn schadeplichtig.
De fase waarin de gemaakte kosten van de onderhandeling vergoed moeten worden, is dus verdwenen.
Om aansprakelijkheid in de precontractuele fase te voorkomen, kan er een voorovereenkomst worden gesloten.
Er kan in deze overeenkomst bijvoorbeeld worden afgesproken dan er geen aansprakelijkheid in de
precontractuele fase kan ontstaan (‘’letter of intent’’).
Distributief onderhandelen (hard)
Strijd en tegenstellingen
Win/lose
Integratief onderhandelen (‘Harvard’)
Samenwerken
Win/win
2
, Ondernemingsrecht
Rechtsvormen
Alle rechtspersonen en ondernemingen in Nederland moeten zich inschrijven in het Handelsregister van de KvK
(art. 5 sub a Handelsregisterwet 2007). Dit is niet automatisch een vereiste voor het doen ontstaan van de
rechtsvorm.
Natuurlijke personen (géén statuten)
Eenmanszaak
Oprichting – inschrijving bij de KvK (art. 16 Handelsregisterbesluit 2008)
Alle winst, maar ook risico’s stromen naar 1 persoon.
Zo veel werknemers als gewenst.
Een natuurlijk persoon mag maar 1 eenmanszaak hebben, wel meerdere handelsnamen binnen deze
eenmanszaak.
VoF (art. 16 WvK)
Oprichting – bij authentieke of onderhandse akte (art. 22 WvK).
Gaat altijd om een bedrijf, denk aan bakker of slager.
Elke vennoot (indien hij niet is uitgesloten) heeft vertegenwoordigingsbevoegdheid (art. 17 WvK).
Elke vennoot heeft hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 18 WvK).
CV (art. 19 WvK)
Oprichting – bij authentieke of onderhandse akte (art. 22 WvK).
De CV is een speciale vorm van de VoF.
Een CV kent twee soorten vennoten (van beide minimaal één):
- Beherende vennoten (hoofdelijk aansprakelijk).
- Stille vennoten (commanditaire vennoot). Geldschieter.
Stille vennoten bemoeien zich niet met de bedrijfsvoering en lopen alleen risico voor het deel dat zij in de
CV hebben gestoken (art. 20 WvK).
Als een stille vennoot toch beheert, is hij op grond van art. 21 WvK wegens alle schulden en verbintenissen
van de vennootschap hoofdelijk verbonden.
Maatschap (art. 7A:1655 BW)
Oprichting – vormvrij doormiddel van een overeenkomst (art. 7A:1655 BW). Hierbij gelden de algemene
bepalingen met betrekking tot overeenkomsten.
Bij een maatschap gaat het om een beroep. Denk aan architect of advocaat.
Een vennoot mag in beginsel namens de andere vennoot optreden, indien daar volmacht voor is gegeven
(art. 7A:1681 BW).
De vennoten van een maatschap zijn in beginsel slecht aansprakelijk voor gelijke delen van de schulden
(art. 7A:1679 BW jo. art. 7A:1680 BW).
3