Tijdens het maken van de opdrachten behorende bij dit reflectieverslag zijn er een aantal dingen
die erg goed gingen. Zo merkte ik dat het analyseren van de casus, bijvoorbeeld voor de
casusconceptualisatie, mij goed lukte. Ik merk dat ik tegenwoordig beter weet waar ik op moet
letten. Bijvoorbeeld op de klachten, het gedrag dat iemand vertoont en de uitlokkende en
instandhoudende factoren. Ik had de juiste diagnose in mijn hoofd en kon ook goed
onderbouwen op basis van welke symptomen ik voor deze diagnose koos. In het bedenken van
welke acties ik zou ondernemen liep ik wat vooruit op de zaken en dacht ik al aan psycho-
educatie. Echter werd begeleide zelfhulp aanbevolen in deze situatie. Ik denk dat dit een goede
les is voor mij om alert te blijven dat ik niet te veel uit de kast wil trekken en dat ik altijd de
richtlijnen erbij kan raadplegen.
Het zelf bijhouden van het activiteitenformulier vond ik inzichtgevend. Ik merkte toen ik dit
bijhield dat ik eigenlijk minder tijd besteed aan plezierige dingen dan ik zou willen. Het maakte
mij hier meer bewust van en motiveerde mij om meer tijd te besteden aan dingen die ik leuk
vind, in plaats van aan dingen die moeten. Ik kan mij voorstellen dat het dit effect voor een cliënt
ook kan hebben. Wel denk ik dat het ook confronterend kan zijn en wil ik dit in gedachten
houden als ik de opdracht ooit uit zou geven. Voor een patiënt met een depressie die weinig
energie en concentratie heeft kan ik mij ook voorstellen dat het best veel gevraagd is. Ik had zelf
soms al moeite om te onthouden dat ik het in moest vullen. Ik neem mee dat ik begrip en geduld
moet hebben wanneer het de cliënt niet lukt.
Het zelf invullen van een G-schema vond ik meer inzichtgevend dan ik had verwacht. Ik denk dat
ik voordat ik deze opdracht maakte het idee had dat ik al wel goed wist wat er bij mij gebeurde.
Bijvoorbeeld wat ik dacht en voelde. Toch merkte ik toen ik het uit ging schrijven dat ik meer
automatische gedachten had dan ik dacht. Ik kan mij voorstellen dat dit erg veel inzicht kan
geven voor een cliënt en dat het mij als psycholoog kan helpen om goed te begrijpen wat er bij de
cliënt precies gebeurt. Ik vond de socratische vragen over automatische gedachten erg fijn als
voorbeeld voor wat voor vragen ik zou kunnen stellen om een cliënt te helpen tijdens het
onderzoeken van zijn of haar gedachten. Ook vond ik het fijn om te leren over de neerwaartse-
pijltechniek en de taartdiagram. Deze opdrachten lijken mij erg effectief om te begrijpen wat er
bij de cliënt gebeurt en om de cliënt een ander perspectief aan te reiken. Het kennen van deze
methodes geeft mij het gevoel dat ik handvatten heb om met de cliënt aan de slag te gaan. Ik
weet nu, mede door de video’s, beter hoe ik deze opdrachten in zou kunnen zetten in de praktijk.
Het geeft mij het gevoel dat ik beter voorbereid ben op mijn mogelijke taken als psycholoog.
De oefening die mij wat minder goed afging was de interoceptieve exposureopdracht. De
oefening werkte bij mij niet goed omdat ik fysiek niet zo heel veel ervaarde, omdat ik geen echte
angstreactie op kon roepen bij mezelf. Ik kan mij echter voorstellen dat de oefening voor een
cliënt met bijvoorbeeld angst voor paniekaanvallen erg heftig kan zijn. Bij het doen van deze
opdracht met iemand anders merkte ik bij mezelf op dat ik het best spannend zou vinden als het
bij de ander veel angst op zou roepen. Ik merkte bijvoorbeeld gedachten bij mezelf op als “wat
als de angst bij een cliënt veel te heftig gaat worden” en “wat als de cliënt zich door deze
oefening onveilig bij mij gaat voelen”. Dit gebeurde tijdens het uitvoeren van de opdracht niet.
Deze vragen komen denk ik met name voort uit mijn onzekerheid en gevoel van
verantwoordelijkheid voor hoe de cliënt zich voelt. Ik zou denk ik bang zijn dat ik niet capabel
genoeg ben om een cliënt door deze oefening heen te begeleiden. Ik weet echter uit mijn werk in
de psychiatrie dat ik deze gedachten vaak heb, ook als ik precies weet wat ik zou moeten doen.
In deze, nieuwe, situatie zou ik denk ik vooral nog wat ervaring op moeten doen om meer