Hoofdstuk 4 Criminaliteit
4.1 Criminaliteit
Wat is het
Strafbaar gedrag = relatief Het verschilt namelijk per tijd en samenleving. Een bepaald crimineel
gedrag kan verschillen per land.
Voorbeeld verandering qua tijd wat wel en niet crimineel is :
- Homoseksualiteit, vroeger criminaliteit
- Bellen in de auto, vroeger niet crimineel.
Wie wordt crimineel
Mogelijke factoren : geslacht, leeftijd, maatschappelijke positie, etnische afkomst, locatie
Geslacht : vrouwen doen meer winkeldiefstal, mannen agressievere daden
Leeftijd : jongeren onder groepsdruk, 25-30 krijgen meer verantwoordelijkheid en hebben meer
risico.
Maatschappelijke positie : rijke mensen plegen niet snel misdaad, vaak ook meer opgeleid
Etnische positie : niet altijd hoogopgeleid, legale manier om aan werk te komen moeilijk
Locatie : In een klein dorpje kent iedereen elkaar en wordt iedereen in de gate gehouden.
4 Theorieën over criminaliteit
- Gelegenheidstheorie - rationelekeuze theorie
Als je de kans hebt om een misdaad te plegen of een reden hebt.
- Etiketteringstheorie
Sociale structuur is bepalend, relevant voor buitenlanders en armen, etnisch en zwak
- Bindingstheorie
Een gebrek hebben in een netwerk en geen schuld voelen tegenover de rest van het groep, je
voelt je niet onderdeel van de anderen, gaat niet perse vanuit dat je beïnvloed wordt door
anderen.
- Structurele-deviantietheorie
Op macro niveau dus qua samenleving, als je bij de elite hoort hoor jij bij de groep die bepaalt wat
crimineel is.
Geen wetmatigheden, uitzonderingen zijn mogelijk
Betrouwbare theorieën, wetmakers kunnen er rekening mee houden
Vier Paradigma’s
Brillen waar je naar de wereld kijkt, dingen die je
kan aannemen die de oorzak zijn van criminaliteit.
1. Conflict versus consensus : een samenleving
zien als strijdtoneel of een samenleving gericht
op evenwicht
2. Structuur versus actor : een samenleving
bekijken op macro- niveau ( gericht op het
maatschappelijke systeem met abstracte
relaties ) of op microniveau (gericht op
concrete relaties tussen actoren
4.1 Criminaliteit
Wat is het
Strafbaar gedrag = relatief Het verschilt namelijk per tijd en samenleving. Een bepaald crimineel
gedrag kan verschillen per land.
Voorbeeld verandering qua tijd wat wel en niet crimineel is :
- Homoseksualiteit, vroeger criminaliteit
- Bellen in de auto, vroeger niet crimineel.
Wie wordt crimineel
Mogelijke factoren : geslacht, leeftijd, maatschappelijke positie, etnische afkomst, locatie
Geslacht : vrouwen doen meer winkeldiefstal, mannen agressievere daden
Leeftijd : jongeren onder groepsdruk, 25-30 krijgen meer verantwoordelijkheid en hebben meer
risico.
Maatschappelijke positie : rijke mensen plegen niet snel misdaad, vaak ook meer opgeleid
Etnische positie : niet altijd hoogopgeleid, legale manier om aan werk te komen moeilijk
Locatie : In een klein dorpje kent iedereen elkaar en wordt iedereen in de gate gehouden.
4 Theorieën over criminaliteit
- Gelegenheidstheorie - rationelekeuze theorie
Als je de kans hebt om een misdaad te plegen of een reden hebt.
- Etiketteringstheorie
Sociale structuur is bepalend, relevant voor buitenlanders en armen, etnisch en zwak
- Bindingstheorie
Een gebrek hebben in een netwerk en geen schuld voelen tegenover de rest van het groep, je
voelt je niet onderdeel van de anderen, gaat niet perse vanuit dat je beïnvloed wordt door
anderen.
- Structurele-deviantietheorie
Op macro niveau dus qua samenleving, als je bij de elite hoort hoor jij bij de groep die bepaalt wat
crimineel is.
Geen wetmatigheden, uitzonderingen zijn mogelijk
Betrouwbare theorieën, wetmakers kunnen er rekening mee houden
Vier Paradigma’s
Brillen waar je naar de wereld kijkt, dingen die je
kan aannemen die de oorzak zijn van criminaliteit.
1. Conflict versus consensus : een samenleving
zien als strijdtoneel of een samenleving gericht
op evenwicht
2. Structuur versus actor : een samenleving
bekijken op macro- niveau ( gericht op het
maatschappelijke systeem met abstracte
relaties ) of op microniveau (gericht op
concrete relaties tussen actoren