Leerdoelen kennislijn psychopathologie
Inhoud
Les 1 – Inleiding psychopathologie...............................................................4
1. Je kunt aangeven wat het belang is van psychopathologie binnen het
werkveld van een pedagoog.....................................................................4
2. Je kunt aangeven op welke gronden bepaalde gedragskenmerken als
normaal of als afwijkend worden beschouwd............................................5
3. Je kunt de relatie tussen gedrag-probleemgedrag-stoornis toelichten. 5
4. Je kunt de begrippen diagnostiek, categoriseren en classificeren,
ontwikkelingsopgaven en opvoedtaken, epidemiologie, comorbiditeit en
prevalentie uitleggen................................................................................6
Les 2 – Risico en beschermende factoren en kinderen van ouders met
psychische en/of verslavings- problemen (KOPP/KOV).................................6
1. Je kunt aangeven wat risico- en beschermende factoren zijn en wat de
relatie is met psychopathologie................................................................6
2. Je kunt beschrijven wat intelligentie is en waarom intelligentie een
risico- of beschermende factor is bij het ontstaan van psychopathologie.
..................................................................................................................7
3. Je kunt vertellen wat KOPP/KOV-kinderen zijn en waarom zij een groter
risico lopen op het ontwikkelen van psychopathologie.............................7
Les 3 – Verstandelijke beperking..................................................................8
1. Je beschikt over basiskennis over verstandelijke beperking.................8
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.........................................................................................................9
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
..................................................................................................................9
Les 4 – Autismespectrumstoornissen (ASS)...............................................10
1. Je beschikt over basiskennis over ASS................................................10
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................11
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................12
Les 5 – Attention deficit hyperactivity disorder (ADHD).............................14
1. Je beschikt over basiskennis over executieve functies en ADHD........14
1
, 2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................14
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................15
Les 6 – Leerstoornissen..............................................................................16
1. Je beschikt over basiskennis over leerstoornissen..............................16
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................16
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................17
Les 7 – Begeleiden van kinderen met ontwikkelingspyschopathologie......18
1. Je bent je bewust van de invloed van de omgeving op het
functioneren van kinderen met ontwikkelingspsychopathologie............18
2. Je hebt bij de opdracht 'Begeleiden van een jeugdige'
handelingssuggesties gemaakt voor een jeugdige op je praktijkplek.....19
Les 8 – Gedragsstoornissen........................................................................19
1. Je beschikt over basiskennis over externaliserende problematiek en
gedragsstoornissen.................................................................................19
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................19
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................20
Les 9 – Trauma- en stressgerelateerde stoornissen...................................21
1. Je beschikt over basiskennis over trauma- en stressgerelateerde
stoornissen zoals hechtingsstoornissen en PTSS....................................21
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................22
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................22
Les 10 – Angststoornissen..........................................................................23
1. Je beschikt over basiskennis over internaliserende problematiek en
angststoornissen.....................................................................................23
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................24
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................25
Les 11 - Bipolaire en depressieve stemmingsstoornissen..........................26
2
, 1. Je beschikt over basiskennis over bipolaire en depressieve
stemmingsstoornissen............................................................................26
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................26
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................27
Les 12 – Eetstoornissen..............................................................................29
1. Je beschikt over basiskennis over eetstoornissen...............................29
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................29
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................30
Les 13 - Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.............................31
1. Je beschikt over basiskennis over middelgerelateerde en
verslavingsstoornissen............................................................................31
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................32
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................32
3
, Les 1 – Inleiding psychopathologie
1. Je kunt aangeven wat het belang is van psychopathologie
binnen het werkveld van een pedagoog.
Drie belangrijke thema’s uit de ontwikkelingspsychopathologie die het
fundament vormen om het belang van psychopathologie voor het werk
van een pedagoog te begrijpen:
1. Vroeger en nu
- Gedrag ontwikkelt en verandert door de tijd heen
- Ervaringen uit het verleden werken door in heden en
beïnvloeden kinderen in nieuwe situaties
Voor pedagogen belangrijk want zo helpen zij kinderen door
hun verleden en huidige ervaringen beter te begrijpen en te
verwerken
2. Een dynamisch gezichtspunt
- Een stoornis of afwijkend gedrag is niet “vaststaand”, maar
afhankelijk van de leeftijd, omstandigheden en de omgeving
- Wat in de ene fase normaal is (bijv. verlatingsangst bij peuter),
kan later afwijkend zijn
Voor pedagogen betekent dit dat ze flexibel moeten kijken
naar gedrag, en steeds de ontwikkelingsfase als uitgangspunt
nemen
3. Een uniek individu met unieke ervaringen
- Elk kind is uniek en wordt beïnvloed door kindgebonden,
gezinsgebonden en maatschappelijke factoren
- Hoe een stoornis verloopt, hangt af van deze wisselwerking
Voor pedagogen betekent dit dat ze niet generaliseren,
maar hun aanpak steeds afstemmen op het individuele kind en
zijn context
4
Inhoud
Les 1 – Inleiding psychopathologie...............................................................4
1. Je kunt aangeven wat het belang is van psychopathologie binnen het
werkveld van een pedagoog.....................................................................4
2. Je kunt aangeven op welke gronden bepaalde gedragskenmerken als
normaal of als afwijkend worden beschouwd............................................5
3. Je kunt de relatie tussen gedrag-probleemgedrag-stoornis toelichten. 5
4. Je kunt de begrippen diagnostiek, categoriseren en classificeren,
ontwikkelingsopgaven en opvoedtaken, epidemiologie, comorbiditeit en
prevalentie uitleggen................................................................................6
Les 2 – Risico en beschermende factoren en kinderen van ouders met
psychische en/of verslavings- problemen (KOPP/KOV).................................6
1. Je kunt aangeven wat risico- en beschermende factoren zijn en wat de
relatie is met psychopathologie................................................................6
2. Je kunt beschrijven wat intelligentie is en waarom intelligentie een
risico- of beschermende factor is bij het ontstaan van psychopathologie.
..................................................................................................................7
3. Je kunt vertellen wat KOPP/KOV-kinderen zijn en waarom zij een groter
risico lopen op het ontwikkelen van psychopathologie.............................7
Les 3 – Verstandelijke beperking..................................................................8
1. Je beschikt over basiskennis over verstandelijke beperking.................8
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.........................................................................................................9
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
..................................................................................................................9
Les 4 – Autismespectrumstoornissen (ASS)...............................................10
1. Je beschikt over basiskennis over ASS................................................10
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................11
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................12
Les 5 – Attention deficit hyperactivity disorder (ADHD).............................14
1. Je beschikt over basiskennis over executieve functies en ADHD........14
1
, 2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................14
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................15
Les 6 – Leerstoornissen..............................................................................16
1. Je beschikt over basiskennis over leerstoornissen..............................16
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................16
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................17
Les 7 – Begeleiden van kinderen met ontwikkelingspyschopathologie......18
1. Je bent je bewust van de invloed van de omgeving op het
functioneren van kinderen met ontwikkelingspsychopathologie............18
2. Je hebt bij de opdracht 'Begeleiden van een jeugdige'
handelingssuggesties gemaakt voor een jeugdige op je praktijkplek.....19
Les 8 – Gedragsstoornissen........................................................................19
1. Je beschikt over basiskennis over externaliserende problematiek en
gedragsstoornissen.................................................................................19
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................19
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................20
Les 9 – Trauma- en stressgerelateerde stoornissen...................................21
1. Je beschikt over basiskennis over trauma- en stressgerelateerde
stoornissen zoals hechtingsstoornissen en PTSS....................................21
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................22
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................22
Les 10 – Angststoornissen..........................................................................23
1. Je beschikt over basiskennis over internaliserende problematiek en
angststoornissen.....................................................................................23
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................24
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................25
Les 11 - Bipolaire en depressieve stemmingsstoornissen..........................26
2
, 1. Je beschikt over basiskennis over bipolaire en depressieve
stemmingsstoornissen............................................................................26
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................26
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................27
Les 12 – Eetstoornissen..............................................................................29
1. Je beschikt over basiskennis over eetstoornissen...............................29
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................29
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................30
Les 13 - Middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.............................31
1. Je beschikt over basiskennis over middelgerelateerde en
verslavingsstoornissen............................................................................31
2. Je herkent en past deze basiskennis toe op beeldmateriaal en/of
cases.......................................................................................................32
3. Je beschikt over handelingssuggesties die inzetbaar zijn in de praktijk.
................................................................................................................32
3
, Les 1 – Inleiding psychopathologie
1. Je kunt aangeven wat het belang is van psychopathologie
binnen het werkveld van een pedagoog.
Drie belangrijke thema’s uit de ontwikkelingspsychopathologie die het
fundament vormen om het belang van psychopathologie voor het werk
van een pedagoog te begrijpen:
1. Vroeger en nu
- Gedrag ontwikkelt en verandert door de tijd heen
- Ervaringen uit het verleden werken door in heden en
beïnvloeden kinderen in nieuwe situaties
Voor pedagogen belangrijk want zo helpen zij kinderen door
hun verleden en huidige ervaringen beter te begrijpen en te
verwerken
2. Een dynamisch gezichtspunt
- Een stoornis of afwijkend gedrag is niet “vaststaand”, maar
afhankelijk van de leeftijd, omstandigheden en de omgeving
- Wat in de ene fase normaal is (bijv. verlatingsangst bij peuter),
kan later afwijkend zijn
Voor pedagogen betekent dit dat ze flexibel moeten kijken
naar gedrag, en steeds de ontwikkelingsfase als uitgangspunt
nemen
3. Een uniek individu met unieke ervaringen
- Elk kind is uniek en wordt beïnvloed door kindgebonden,
gezinsgebonden en maatschappelijke factoren
- Hoe een stoornis verloopt, hangt af van deze wisselwerking
Voor pedagogen betekent dit dat ze niet generaliseren,
maar hun aanpak steeds afstemmen op het individuele kind en
zijn context
4