Hoofdstuk 1 – Context van interne communicatie .......................................................................................... 3
1.1 Een organisatie: wat is dat eigenlijk? ........................................................................................................... 3
1.2 Wat gebeurt er nou werkelijk in een organisatie? ....................................................................................... 3
1.2.1 De eerste bril: de zichtbare en de onzichtbare organisatie.................................................................. 3
1.2.4 Verborgen regels .................................................................................................................................. 4
Hoofdstuk 2 – Communicatie in organisaties .................................................................................................. 5
2.1 Naar een beter communicatiemodel ............................................................................................................ 5
2.2 Definitie van communicatie.......................................................................................................................... 6
2.3 Definitie van interne communicatie ............................................................................................................. 6
2.5 Doelen en functies van interne communicatie ............................................................................................. 6
2.6 Soorten informatie in organisaties ............................................................................................................... 7
2.7 Informatiebehoefte ...................................................................................................................................... 7
2.8 Verschijningsvormen van interne communicatie ......................................................................................... 8
2.8.1 Lijncommunicatie volgens het informatiedoorgeefprincipe ................................................................ 8
Hoofdstuk 3 - Twee visies op interne communicatie ....................................................................................... 9
3.1 Communicatiemanagement ......................................................................................................................... 9
3.2 Actievisie op interne communicatie ............................................................................................................. 9
3.2.1 Beschrijving van actievisie............................................................................................................... 9
3.2.2 Strategic alignment ............................................................................................................................ 10
3.2.2 Reputatie en internal branding ..................................................................................................... 10
3.2.3 Communicatiemiddelen in de actievisie ....................................................................................... 11
3.2.4 De waarde van de actievisie.......................................................................................................... 11
3.2.5 Kanttekeningen bij de actievisie ................................................................................................... 11
3.3 Interactievisie op interne communicatie ............................................................................................ 12
3.3.1 De organisatie als babbelbox ............................................................................................................. 12
3.3.2 Naar een communicatievere organisatie ........................................................................................... 12
3.3.4 Informele communicatie .................................................................................................................... 13
3.3.5 Storytelling ......................................................................................................................................... 13
Hoofdstuk 6 – Digitale interne communicatie ............................................................................................... 14
6.1 De impact van digitalisering....................................................................................................................... 14
6.1.1 Kenmerken van digitale interne communicatie ................................................................................. 14
6.1.2 Effecten van digitalisering op de interne communicatie .................................................................... 15
6.1.3 Trends en ontwikkelingen in het werkveld ........................................................................................ 15
6.2 Hoe zet je digitale media in voor interne communicatiedoelen? ............................................................... 15
6.2.1 Verankering in strategie en middelenmix .......................................................................................... 16
6.2.2 De digitale werkplek ........................................................................................................................... 16
6.2.3 Interne sociale media ......................................................................................................................... 16
6.2.4 Activatie en adoptie ........................................................................................................................... 17
6.3 Hoe organiseer je digitale interne communicatie?..................................................................................... 17
6.3.1 Specialistische taakgebieden en competenties .................................................................................. 17
6.3.2 Samenwerking en samenhang ........................................................................................................... 18
2
, Hoofdstuk 1 – Context van interne communicatie
1.1 Een organisatie: wat is dat eigenlijk?
We leven in een maatschappij van organisaties. Organisaties hebben steeds meer
personeelsleden. Nederlanders hebben niet alleen te maken met meer organisaties, maar ook
met omvangrijkere organisaties, die dieper in het leven grijpen. Ook de complexiteit, de
verscheidenheid in vormen en de onderlinge vervlechting tussen organisaties nam toe.
Een organisatie is een doel-realiserend samenwerkingsverband tussen mensen, die
opzettelijk in het leven is geroepen. Soms is een ingrijpende verandering van de manier waarop
het werk in een organisatie is georganiseerd nodig, dit noem je reorganisatie.
Iedere organisatie maakt deel uit van de samenleving en heeft daarin te maken met zeer veel
verschillende andere organisaties. Jouw organisatie zit dus in een netwerk met andere
organisaties. Elke organisatie heeft een relatie met elke andere organisatie:
• Hecht of intiem (bv. concurrenten, de Belastingdienst);
• Los of tijdelijk (bv. uitzendkrachten);
• Een andere organisatie vraagt iets van jouw organisatie (bv. vergunning aanvragen bij de
gemeente);
• Jouw organisatie vraagt iets aan andere organisaties (bv. arbeidskrachten, geldleningen).
De andere organisaties hebben jouw organisatie nodig voor hun voortbestaan en dit is andersom
hetzelfde, organisaties zijn dus van elkaar afhankelijk.
Om in kaart te brengen met welke organisaties jouw organisatie te maken heeft, kun je een
actorenanalyse gebruiken. Een actorenanalyse beschrijft het speelveld van organisaties, hun
belangen en hun mogelijke invloed.
1.2 Wat gebeurt er nou werkelijk in een organisatie?
1.2.1 De eerste bril: de zichtbare en de onzichtbare organisatie
Een manier om naar een organisatie te kijken is de zichtbare en de onzichtbare organisatie. Vaak
heeft de niet zo zichtbare kant van een organisatie de meeste invloed op hoe het er in de
organisatie aan toe gaat en hoe de communicatie verloopt.
De zichtbare organisatie wordt vaak weergegeven door middel van een organigram (= de
formele verdeling van functies ten opzichte van elkaar en hun onderlinge hiërarchische
verhouding). De zichtbare organisatie is dus de expliciete, afgesproken organisatie.
Eind jaren ’90 zijn deskundigen erachter gekomen dat ongeschreven regels, informele
communicatie, irrationaliteit, gevoelens en emotie een grotere invloed hebben dan gedacht.
Dit zijn voorbeelden van de onzichtbare organisatie.
3