Indy van der Ven
VC09
VISIE OP PEDAGOGISCH KLIMAAT
INLEIDING
Als pedagoog in opleiding vind ik het belangrijk om te reflecteren op mijn visie in
opvoeding en hoe dit zich uit in het pedagogisch klimaat op mijn stage. In dit verslag
beschrijf ik drie waarden die mij als pedagoog typeren: verbondenheid, veiligheid en
gelijkwaardigheid. Deze waarden vormen mijn uitgangspunt bij het werken met kinderen
in een gezinshuis.
MIJN WAARDEN IN RELATIE TOT DE SAMENLEVING
De huidige samenleving wordt gekenmerkt door individualisering, prestatiedruk en
prikkelvol. Kinderen groeien op in een wereld waarin zelfstandigheid wordt gestimuleerd,
maar waar tegelijkertijd sociale verbondenheid centraal staat (Becker, 2021). Volgens
Jessurun (2018) vraagt dit om een opvoedingspraktijk waarin verschillen tussen kinderen
niet worden gezien als obstakels, maar als kansen om van elkaar te leren. Daarom is
verbondenheid voor mij een kernwaarde; kinderen hebben anderen nodig om zichzelf te
leren kennen en ontwikkelen (Becker, 2021).
Daarnaast is veiligheid een voorwaarde voor groei. Hierbij bedoel ik niet alleen de
praktische veiligheid, maar ook emotionele veiligheid. Rothfusz (2018) benadrukt dat
opvoeders steeds moeten nadenken over wat goed is voor een kind, in plaats van wat in
de regels staat. Dit begint bij het respecteren van de autonomie van het kind, maar wel
binnen de context. Dit betekent dat ik als pedagoog een veilige omgeving wil creëren
waarin kinderen zichzelf durven laten zien.
De laatste waarde, gelijkwaardigheid, betekent voor mij dat ieder kind recht heeft op een
stem en dat we luisteren naar elkaars verhalen. In onze samenleving worden
volwassenen al snel gezien als iemand die ‘wel weet waar hij het over heeft’. In tegendeel
vind ik het belangrijk om kinderen serieus te nemen in hun eigen ontwikkelproces
(Rothfusz, 2021).
VISIE OP OPVOEDING
Mijn visie sluit aan bij de omschrijving van Becker, (2021): opvoeden is een proces van
begeleiden naar zelfstandigheid binnen relaties van verbondenheid. Ouders, opvoeders
en professionals dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het kind, maar het kind
zelf speelt ook een rol in zijn eigen ontwikkeling.
Metz et al. (2019) benadrukt dat opvoeding niet alleen in gezinnen plaatsvindt, maar ook
in buurten, scholen en instellingen. Een samenwerking tussen deze opvoedingsmilieus,
vormt een sterke basis. Dat sluit aan bij mijn overtuiging dat een kind pas echt kan
opgroeien wanneer deze milieus volgens dezelfde waarden handelen.
Binnen deze visie speelt de pedagogische opdracht (Becker, 2021) een centrale rol. Deze
opdracht vraagt van opvoeders om kinderen te helpen zich te ontwikkelen naar
autonome burgers. Dit vraagt om grenzen te stellen, maar ook om ze de ruimte te geven
voor een eigen inbreng.
VC09
VISIE OP PEDAGOGISCH KLIMAAT
INLEIDING
Als pedagoog in opleiding vind ik het belangrijk om te reflecteren op mijn visie in
opvoeding en hoe dit zich uit in het pedagogisch klimaat op mijn stage. In dit verslag
beschrijf ik drie waarden die mij als pedagoog typeren: verbondenheid, veiligheid en
gelijkwaardigheid. Deze waarden vormen mijn uitgangspunt bij het werken met kinderen
in een gezinshuis.
MIJN WAARDEN IN RELATIE TOT DE SAMENLEVING
De huidige samenleving wordt gekenmerkt door individualisering, prestatiedruk en
prikkelvol. Kinderen groeien op in een wereld waarin zelfstandigheid wordt gestimuleerd,
maar waar tegelijkertijd sociale verbondenheid centraal staat (Becker, 2021). Volgens
Jessurun (2018) vraagt dit om een opvoedingspraktijk waarin verschillen tussen kinderen
niet worden gezien als obstakels, maar als kansen om van elkaar te leren. Daarom is
verbondenheid voor mij een kernwaarde; kinderen hebben anderen nodig om zichzelf te
leren kennen en ontwikkelen (Becker, 2021).
Daarnaast is veiligheid een voorwaarde voor groei. Hierbij bedoel ik niet alleen de
praktische veiligheid, maar ook emotionele veiligheid. Rothfusz (2018) benadrukt dat
opvoeders steeds moeten nadenken over wat goed is voor een kind, in plaats van wat in
de regels staat. Dit begint bij het respecteren van de autonomie van het kind, maar wel
binnen de context. Dit betekent dat ik als pedagoog een veilige omgeving wil creëren
waarin kinderen zichzelf durven laten zien.
De laatste waarde, gelijkwaardigheid, betekent voor mij dat ieder kind recht heeft op een
stem en dat we luisteren naar elkaars verhalen. In onze samenleving worden
volwassenen al snel gezien als iemand die ‘wel weet waar hij het over heeft’. In tegendeel
vind ik het belangrijk om kinderen serieus te nemen in hun eigen ontwikkelproces
(Rothfusz, 2021).
VISIE OP OPVOEDING
Mijn visie sluit aan bij de omschrijving van Becker, (2021): opvoeden is een proces van
begeleiden naar zelfstandigheid binnen relaties van verbondenheid. Ouders, opvoeders
en professionals dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het kind, maar het kind
zelf speelt ook een rol in zijn eigen ontwikkeling.
Metz et al. (2019) benadrukt dat opvoeding niet alleen in gezinnen plaatsvindt, maar ook
in buurten, scholen en instellingen. Een samenwerking tussen deze opvoedingsmilieus,
vormt een sterke basis. Dat sluit aan bij mijn overtuiging dat een kind pas echt kan
opgroeien wanneer deze milieus volgens dezelfde waarden handelen.
Binnen deze visie speelt de pedagogische opdracht (Becker, 2021) een centrale rol. Deze
opdracht vraagt van opvoeders om kinderen te helpen zich te ontwikkelen naar
autonome burgers. Dit vraagt om grenzen te stellen, maar ook om ze de ruimte te geven
voor een eigen inbreng.