Hoorcollege week 1
Wat is marketing?
Marketing is een soort van ‘flirten’ tussen bedrijven en klanten. Marketing is een breed begrip, het is
een soort bedrijfsfilosofie waarin de kant centraal staat en je aan de wensen en verwachtingen van
de consument probeert te voldoen. Het is ook een sociale wetenschap, het consumentengedrag
wordt te allen tijde gecontroleerd.
De kunst en wetenschap van het vinden, behouden en laten groeien van winstgevende klanten.
Marketingproces:
1 2 3
Figure 1-1 (page 11)
A simple model
of the marketing
process.
5
1.
4
Segmentating: Het opdelen van de markt. Heterogeen/homogeen. Het opsplitsen van gegevens,
een markt of klanten in afzonderlijke delen.
2. Targeting: Focussen op je doelgroep.
3. Differentiating: Onderscheid maken.
4. Positioning: Bepalen hoe een consument over jou denkt, ten opzichte van concurrerende
producten.
P’s & Marketing mix:
De eerste 4 P’s zijn de meest bekende en worden vaak in de
marketingstrategie ‘bovenaan’ gezet.
Marketingmanagementconcept
1
, Steam engine
England
1850 D>S
World wide supply
Marshall plan
1950 D=S
Selling & Promotion
Short term goal orientated, more volume is better
1960 D<S
Customer orientation / customer dictation
Customer value
S only when there is D
1970
Make money but don’t harm
1990
Verkoop marketing:
Production concept: de vraag is groter dan het aanbod. De producent is niet gefocust op de wensen
van de consument. Focus ligt voornamelijk op zoveel mogelijk produceren.
Product concept: productverbetering
Selling concept: het maken van reclame. Je product of dienst onder de aandacht brengen van de
consument. Er is meer aanbod dan dat er vraag is.
Behoeften van de klant:
Marketingconcept: de focus ligt op de wensen en de behoeften van de consument.
Societal marketing: Wat is goed voor de wereld en het milieu. De focus op de consument en de
producent
Werkcollege week 1
Service marketing:
Eigenschappen van diensten/Characteristics of services:
Goederen: kan je vastpakken.
2
,Diensten: is ontastbaar (intangibility).
Intangibility: Ontastbaar
- Daarmee creëer je onzekerheid bij de consument.
- Je kan het niet ruiken, niet vastpakken, je weet niet wat je koopt.
- Taak = onzekerheid weghalen door “tastbaar” te maken.
Perishability: Vergangelijkheid
Services cannot be stored for later sale or use.
- Je bent er geen eigenaar van.
- Je maakt er gebruik van maar neemt het niet mee naar huis.
- Daar horen capaciteitsproblemen bij. Dit kun je oplossen door de vraag te spreiden. Door
bijvoorbeeld acties te doen. (Voorbeeld Ikea en ontbijt)
-
Variability: Variabele kwaliteit
Quality of services depends on who provides them and when, where, and how.
- De dienst zal niet altijd hetzelfde zijn, daar de dienst niet altijd wordt gegeven door dezelfde
persoon.
- De consument en de producent zijn op hetzelfde moment aanwezig en er wordt tegelijkertijd
geconsumeerd en geproduceerd.
- Bij goederen kun je een kwaliteitscontrole doen, dit kan niet bij diensten. Deze dienst moet
in een keer goed zijn. Je bent afhankelijk van diegene die de dienst produceert.
- De kwaliteit van de dienstverlening is niet altijd hetzelfde. Dit kan te maken hebben met
verschillende invloeden. Bijvoorbeeld: drank van de vorige avond.
Inseparability: Onscheidbaarheid
Services cannot be separated from their providers.
- Interactive consumptive
- Moeten allen aanwezig zijn aanbieder en afnemer
3 verschillende typen marketing:
De levering van de belofte.
Schakelt de belofte in.
Maakt de belofte.
Begrippen:
Needs wants and demands (blz. 31/32 boek)
Customer value and satisfaction (blz. 33)
Customer relationships (blz. 38)
Value and customers; loyalty / retention / share of / equity (blz. 42/43)
Service profit chain (blz. 61)
Managing perceived risk (blz. 67)
Managing capacity and demand (blz. 68)
3
, Hoorcollege week 2
Customer buyer behavior
Buyer behavior:
Factors influencing behavior:
4