Thema 15: Leerproblemen en
ontwikkelingsstoornissen
15.0 Passende opvang en onderwijs:
De rol van de pedagogisch professional & onderwijsassistent:
Steeds vaker zijn er kinderen in een groep met (complexe) problemen.
Dit komt onder meer door de invoering van de Wet passend onderwijs.
Ook inclusief werken binnen de kinderopvang krijgt meer aandacht. Het
doel van passend en inclusief onderwijs en opvang is om kinderen met een
zorgvraag zo veel mogelijk binnen de reguliere opvang en onderwijs
een plaats te bieden. Nieuwe wetenschappelijke inzichten en
onderzoeken zorgen voor meer informatie over problemen in de
ontwikkeling. Het is belangrijk om problemen vroegtijdig te signaleren
en kinderen goed te begeleiden. Hierdoor voorkom of beperk je weer
andere problemen. Signalen worden namelijk vaak in eerste instantie
door jou en je collega’s waargenomen. Realiseer je ook, dat niet alle
signalen hoeven te duiden op een probleem. Als pedagogisch
professional merk je in de praktijk dat ouders ook zoekende zijn. Jij kunt
met een luisterend oor veel voor deze ouders betekenen.
15.1 Motorische stoornissen:
De rol van de pedagogische professional bij de motorische
ontwikkeling:
Als pedagogisch professional werk je met jonge kinderen. Zo kun je al
vroeg in de ontwikkeling van het kind opvallendheden zien.
Bijvoorbeeld in de motorische ontwikkeling. Het is professioneel en
helpend als je deze opvallendheden met ouders bespreekt. Zo kunnen
zij de hulp van professionals als een kinderfysiotherapeute
inschakelen. Daarbij geldt: hoe eerder motorische stoornissen
opgemerkt worden, hoe meer kans van slagen de behandeling heeft.
De rol van de pedagogische professional bij de motorische
ontwikkeling:
De rol van de pedagogische professional bij de motorische
ontwikkeling:
,Als pedagogisch professional werk je met jonge kinderen. Zo
kun je al vroeg in de ontwikkeling van het kind opvallendheden
zien. Het is professioneel en helpend als je deze opvallendheden
met ouders bespreekt. Dat is tevens ook je taak.
15.1 Motorische stoornissen:
Signalen, afwijking, motoriek
Een kind kan onhandig lijken, terwijl er eigenlijk sprake is van
problemen in de motoriek. Signalen die hierop kunnen duiden zijn:
Signalen, afwijkingen in de motoriek
- laag bewustzijn van het lichaam. Bijvoorbeeld veel
struikelen of dingen laten vallen.
- Moeite met het aanleren van motorische
basisvaardigheden zoals lopen, kruipen, fietsen, zwemmen
of rennen
- Problemen met het bewaren van het evenwicht
- Problemen met de fijne motoriek: het potlood niet goed
kunnen vasthouden
- Een afwijkende spierspanning in de pols, arm, hand of
vingers. Te verkrampt of juist te los de spieren
aanspannen, waardoor fijne bewegingen niet of met veel
moeite gepaard gaan
- Gevoelige tastzin
- Slechter handschrift
- Leerproblemen, met name op spelling- en rekengebied
- Moeite met automatiseren, zoals de tafels
- Vergeetachtigheid
- Slaapproblemen
- Sociaal-emotionele problemen
DCD - (Developmental Coordination Disorder):
Het lijkt vanzelfsprekend dat kinderen leren zichzelf aan en uit te kleden,
veters te strikken en een bal te gooien, te fietsen en zo meer. Sommigen
leren deze vaardigheden echter niet vanwege ernstige problemen met
de coördinatie van bewegingen. Deze coördinatie-
, ontwikkelingsstoornis wordt in het Engels DCD genoemd; wat staat
voor Developmental Coordination Disorder. Kinderen met DCD
hebben moeite met het uitvoeren van alledaagse taken door een
achterstand in de ontwikkeling van motorische vaardigheden. Ze
worden vaak als onhandig omschreven. Vijf tot zes procent van de
schoolgaande kinderen kampt met DCD. Dat is er gemiddeld een per
klassegroep. Jongens hebben een groter risico op DCD dan
meisjes.
15.1 Motorische stoornissen:
Begrip: DCD - (Developmental Coordination Disorder):
DCD - (Developmental Coordination Disorder):
Een coördinatie- ontwikkelingsstoornis waarbij iemand moeite
heeft met het uitvoeren van alledaagse taken door een
achterstand in de ontwikkeling van motorische vaardigheden.
Opvallende signalen bij DCD:
Signalen bij DCD:
- Het aanleren en uitvoeren van gecoördineerde motorische
vaardigheden blijft opvallend achter gezien de leeftijd en
de verstandelijke mogelijkheden van een kind.
- Het kind ondervindt problemen met alledaagse taken zowel
thuis, op school als tijdens sport en spel.
- De symptomen vallen op jonge leeftijd al op
- Er is geen andere oorzaak, zoals een verstandelijke
beperking, problemen met het zien of een neurologische
aandoening die de problemen zouden kunnen verklaren.
Screening:
Steeds meer basisscholen zoeken de samenwerking op met een
kinderfysiotherapeut. Deze kan in de kleutergroepen een screening
afnemen van de grove en fijne motoriek. De kinderen voeren
bewegingen uit, waarop de kinderfysiotherapeut observeert hoe ze
deze uitvoeren. Kinderen die een afwijkende motorische beweging
laten zien worden eruit gefilterd. In een gesprek met ouders en de
kinderfysiotherapeut wordt dit besproken. Als ouders ervoor
openstaan, start een passende behandeling.