, © Luuk Koole — Oefentoets Bedrijfseconomisch Handelen
OEFENTOETS
Bedrijfseconomisch Handelen
Commerciële Economie | Hogeschool Windesheim
60 vragen • 30 Financial Accounting • 30 Management Accounting
Samengesteld door
Luuk Koole
DEEL 1 — FINANCIAL ACCOUNTING
Toelichting (geldig voor relevante vragen)
Zelfstandigenaftrek 2021: € 6.670 | Startersaftrek 2021: € 2.123 | MKB-winstvrijstelling: 14% van de winst na
ondernemersaftrek
Vraag 1: Lisa heeft een eenmanszaak in grafisch ontwerp. In 2021 behaalt zij een winst van € 55.000.
Ze is dit jaar voor het allereerst ondernemer. Over welk bedrag betaalt Lisa inkomstenbelasting vanuit
Box 1?
A) € 55.000
B) € 46.207
C) € 39.738,02
Vraag 2: Een fietshandelaar verkoopt en levert een racefiets, waarvan de helft op rekening wordt
betaald. De winstmarge is 40% van de verkoopprijs. Welke bewering is juist?
A) Het saldo vaste activa vermindert met 50% van de verkoopwaarde
B) Het saldo vlottende activa vermeerdert met 40% van de verkoopwaarde
C) Het saldo vlottende activa vermindert met 100% van de verkoopwaarde
Vraag 3: Voor het opstellen van de exploitatiebegroting en liquiditeitsbegroting zijn de volgende
gegevens bekend:
• De omzet bedraagt € 900.000 en de inkoopwaarde is 75% van de omzet. Van de omzet wordt 85%
ontvangen in de verslagperiode. De inkoop vindt in dezelfde maand als de verkoop plaats en is contant
betaald.
• De boekwaarde van de vaste activa is aan het begin van de verslagperiode € 50.000, er wordt afgeschreven
met een vast percentage van de boekwaarde van 20%.
• Tijdens de verslagperiode wordt een machine aangeschaft voor € 30.000, hierop wordt in de verslagperiode
nog niet afgeschreven. De helft van de aanschafprijs wordt pas in de volgende periode betaald.
• Op een langlopende lening wordt in de verslagperiode € 8.000 afgelost.
• De loonkosten bedragen € 40.000 en worden in de verslagperiode betaald.
• De rentekosten bedragen € 2.000, maar worden pas de volgende periode betaald.