ontwikkelingspsychologie
Samenvatting boek
“Clinical Development Psychology 2nd Custom Edition”
Leerjaar 2025/2026
Deeltentamen 2
1
,H5: Disorders in Early Childhood 3
Developmental Tasks and Challenges Related to Physiological Functioning, Temperament, and Attachment 3
Disorder of Attachment 7
H11: Anxiety Disorder, OCD and Somatic Symptom Disorder 11
Developmental Tasks and Challenges Related to Emotion Experiences, Fears, and Worries 11
Anxiety Disorder 12
Obsessive-Compulsive Disorder 15
Ontwikkelingsverloop 17
Etiology 18
Assessment and Diagnosis 20
Intervention 21
H10: Depressive and Bipolar Disorder 24
Overview of Mood Disorders 24
Depressive Disorder 24
Major Depressive Disorder (MDD) 26
Persistent Depressive Disorder [P-DD] (Dysthymia) 30
Disruptive Mood Dysregulation Disorder (DMDD) 31
Associated Characteristics of Depressive Disorders 32
Theories of Depression 33
Causes of Depression 35
Treatment of Depression 39
Bipolar Disorder BP 44
H14: Feeding and Eating Disorders 50
How Eating Patterns Develop 50
Obesitas 52
Feeding and Eating Disorders First Occurring in Infancy and Early Childhood 55
Eating Disorders of Adolescence 56
H8: Maltreatment and Trauma and Stressor related disorders 67
Developmental Tasks and Challenges Related to Stress and Coping 67
Maltreatment 69
Developmental Course 71
Trauma- and Stressor-Related Disorders 73
Etiology 74
Assessment and Diagnosis 76
Intervention 77
Prevention 78
VAC 8 79
Personality Disorders in Adolescence and Young 79
2
, H5: Disorders in Early Childhood
Developmental Tasks and Challenges Related to Physiological
Functioning, Temperament, and Attachment
Fysiologische functies
Vanaf het moment dat baby’s geboren worden, gebruiken ze hun omgeving om hun lichamelijke,
emotionele, cognitieve en sociale ontwikkeling te stimuleren. Tijdens deze groei vinden er drie belangrijke
biogedragsmatige veranderingen plaats, die laten zien hoe kinderen zich van binnenuit én in hun interactie
met anderen ontwikkelen.
1. Eerste verschuiving (2-3 maanden)
• Na de overgang van de baarmoeder naar de buitenwereld, via ritmische routines van voeden, aankleden
en troosten.
2. Tweede verschuiving (7-9 maanden)
• De meeste baby’s communiceren gevoelens en intenties via gebaren en geluiden, spelen met
speelgoed en hebben een aantal dagelijkse en nachtelijke routines.
3. Derde verschuiving (18-20 maanden)
• Peuters lopen en praten en worden steeds onafhankelijkere ontdekkers van hun omgeving.
• Deze prestaties, hoewel veel voorkomend, tonen de opmerkelijke capaciteiten van een typisch
pasgeboren kind.
Slaap
• Het slaap‑waaksysteem verandert sterk in de eerste maanden/jaren en hangt samen met
hersenontwikkeling.
• Goede slaap ondersteunt denken, leren, gedrag, emotieregulatie en algemeen welzijn.
• Ouders beïnvloeden slaap via een warme relatie, routines, voorspelbaarheid en een jne slaapomgeving.
• Socioculturele factoren (overtuigingen, samen slapen of apart slapen) sturen slaapontwikkeling mee.
• Slaap en mentale gezondheid blijven levenslang met elkaar verbonden.
• Ook andere verzorgers (dagopvang, grootouders, broers/zussen) kunnen bijdragen aan positieve of
negatieve ontwikkeling.
• Er zijn etnische verschillen in slaap; witte jongeren slapen gemiddeld vaker voldoende dan zwarte en
Latino jongeren, mede door negatieve omgevingsfactoren.
Temperament
Temperament = dat kinderen al heel vroeg typische manieren van reageren laten zien, en dat deze
eigenschappen ontstaan door een samenspel van erfelijkheid, biologie en omgeving dat zich over tijd
ontwikkelt.
Veel van het onderzoek hiernaar richtte zich op twee brede dimensies:
• Reactiviteit gaat over de prikkelbaarheid en reacties van de baby.
Regulatie gaat over wat baby’s doen om hun reacties te controleren.
Beide worden beïnvloed door genetische, fysiologische en relatiefactoren. Ze worden niet los van elkaar
ervaren; er is een constante wisselwerking tussen kind en omgeving.
Ook zijn temperamentdimensies onderzocht die de gecombineerde invloed van genetica, fysiologie en de
rijping en coördinatie van fysiologische en psychologische systemen weergeven.
• Surgency (extraversie/actief): de sociale neiging en positieve emoties van baby’s en peuters.
• Negative a ectivity (negatieve emoties): neigingen tot angst, frustratie of boosheid.
• E ortful control (inspanning en zelfcontrole): pogingen van baby’s en peuters om prikkels en reacties te
reguleren.
Typologische of categorische benaderingen kijken niet naar losse temperamentkenmerken, maar naar
groepen kinderen met een bepaald totaalpro el (temperamentpro el). Zo’n pro el zegt vaak meer dan
één eigenschap op zichzelf. Temperamenteigenschappen zijn stabiel en consistent: matig stabiel bij
kleuters en steeds stabieler door de kindertijd. Extreme temperamentpro elen zijn zelfs het meest stabiel.
3
ff ff fi fi fi fi fi
, Afhankelijk van de statistische analyses worden vier tot zes temperamentpro elen onderscheiden.
Voorbeelden:
1. Typische patronen van emotie, activiteit en regulatie.
2. Hoge reactiviteit + hoge negatieve a ectiviteit + regulatieproblemen.
3. Hoge reactiviteit + veel angst + regulatieproblemen.
4. Hoge reactiviteit + positieve a ectiviteit + verschillende regulatiepatronen.
Deze temperamentpro elen hangen samen met hoe kinderen zich nu aanpassen én hoe ze zich later
ontwikkelen.
Zowel dimensionale als typologische modellen laten zien dat temperament ontstaat uit een dynamische
wisselwerking tussen biologie en omgeving, die leidt tot langdurige verschillen in gedrag en emoties.
Er is veel bewijs dat genetische en fysiologische processen invloed hebben op zowel reactiviteit als
regulatie, en daarmee op de ontwikkeling en stabiliteit van temperamentpro elen.
Naast genetische verschillen worden fysiologische processen die ten grondslag liggen aan temperament
beïnvloed door verschillende biogedragsfactoren, waaronder prenatale risico’s:
• De ontwikkeling en werking van fysiologische reactiviteit en stressreactiesystemen, worden beïnvloed
door slechte voeding tijdens zwangerschap, stress bij de moeder, blootstelling aan alcohol, andere sto en
en omgevingsgifsto en.
• Onderzoek naar genetica toont aan dat genen aan- en uitgeschakeld kunnen worden door bepaalde
omgevingen, en dat gedeelde omgevingsfactoren (het opgroeien in hetzelfde gezin) weinig invloed lijken
te hebben. Niet-gedeelde e ecten binnen gezinnen zijn belangrijk: kinderen verschillen zelfs binnen
hetzelfde gezin.
Belangrijkste dimensies van opvoeding die temperament beïnvloeden:
• Warmte: verbonden met de behoefte van het kind aan a ectie, troost, bescherming, erbij horen, leren en
e ectiviteit.
• Positieve en negatieve controle: verbonden met de behoefte van het kind aan autonomie en
zelfregulatie.
Vanaf de geboorte en door de kindertijd heen zijn ervaringen met emotieregulatie belangrijk om te zien hoe
aanpassing en slechte aanpassing ontstaan. Mechanismen die vroege emotieregulatie bevorderen:
• Observatie van de ouder hoe emoties gereguleerd worden
• Emotiegerelateerde opvoedingspraktijken (bijv. emoties benoemen, coaching, probleemoplossing)
• Het emotionele klimaat in het gezin
Positieve opvoeding beschermt tegen emotionele overbelasting.
Thomas en Chess beschrijven goodness of t als de wisselwerking tussen temperament van de baby en
opvoeding:
• Goed passende combinaties: rustige baby’s met rustige ouders, uitbundige baby’s met uitbundige ouders
• Minder goed passende combinaties: rustige baby’s met uitbundige ouders, uitbundige baby’s met rustige
ouders
• Match is nooit volledig, er zijn altijd overeenkomsten en verschillen, soms met positieve e ecten op groei
en ervaring.
Onderzoek toont:
• Hoger-reactieve kinderen zijn gevoeliger voor zowel slechte opvoeding als goede, volgens di erential
susceptibility.
• Jongens scoren vaak hoger op surgency, meisjes hoger op e ortful control
• Minder verschillen bij negatieve a ectiviteit
• Culturele factoren beïnvloeden hoe ouders temperament vormen
Begrijpen van temperament is de eerste stap om persoonlijkheidsontwikkeling te begrijpen. Surgency,
negatieve a ectiviteit en e ortful control kunnen informatie geven over risico en veerkracht van kinderen.
4
ff
ff ff fi ffff ff ff ff fi ff ff fifi ff ff ff