Gebitsontwikkeling
Gebitsontwikkeling: Linden F.P.G.M. van der, Gebitsontwikkeling, Houten/Diegem, 4e
gewijzigde druk, 1994; H 1 t/m 8. - PPT komt nog beschikbaar op brightspace
Occlusie en Articulatie: Visser, G.C. Occlusie en Articulatie: handout (alleen eerste
deel tot occlusie &articulatie p 13).
Occlusie en articulatie literatuur
Rol van de mondhygiënist in de orthodontiepraktijk: Ppt komt nog beschikbaar op
brightspace.
,1 Gebitsontwikkeling
Vorming van gebitselementen (1)
De eerste lokale veranderingen die leiden tot de vorming van gebitselementen, vinden
plaats in de 6e week na de conceptie
Een gebitselement ontstaat door de interactie van 2 kiembladen:
1. ectodermale weefsel
- levert het glazuur
2. mesodermale weefsel
- Levert het dentine, de pulpa, het wortelcement en het parodontale
ligament.
Tandlijst
- uitstulping in het mesenchym op ieder punt waar een gebitselement moet
- ontstaat uit een verdikking van het epitheel ter plaatse van de toekomstige
tandbogen
Op de toekomstige glazuur-dentinegrens bevindt zich de basaal membraan. Die
communicatie tussen de twee weefsel typen mogelijk maakt.
- De mesenchymale cellen aan de binnenkant differentiëren zich tot
odontoblasten
- De epitheliale cellen aan de buitenkant differentiëren tot ameloblasten
Vorming kroon
Door lokale verschillen in delingsactiviteit (gedifferentieerde proliferatie) in het epitheel
en het mesenchymale weefsel ontstaat de initiële vorm van de kroon.
- odontoblasten → zetten dentine af tegen de basaalmembraan (predentine)
- ameloblasten→ zetten glazuur af tegen het basaalmembraan
Kroon af?
- → Odontoblasten gaan dentine vd wortel opbouwen.
- → Mesenchymale cellen differentiëren tot cementoblasten en zetten
wortelcement af aan de buitenzijde van de wortel
,Afbeelding 1.1 (De vorming van een melkincisief)
A = 6 weeks in utero → het orale epitheel
verdikt zich door gedifferentieerde
proliferatie (GD) op de plaats van de
toekomstige tandbogen en de tandlijst
wordt gevormd (dental lamina)
B = Bud stage→ Daar waar een
gebitselement moet komen stulpt de
tandlijst uit in het mesenchymale weefsel
en ontstaat een tandknop (tooth bud)
C → Het epitheel van de tandknop groeit
door gedifferentieerde proliferatie uit tot
een kapje
D → Het kapje gaat een celdichte massa
mesenchymale cellen gedeeltelijk
omsluiten
E - Enamel organ → Aan de binnenkant
van het epitheliale kapje worden de cellen
cilindrisch (pre-ameloblasten). Dit zijn de
voorlopers van de cellen die later het
glazuur gaan afzetten tegen de basaal
membraan.
F- Dental papilla → De buitenbekleding
van het kapje blijft bestaan uit kubische
cellen. Daarbinnen ontstaat een losse
structuur van ectodermale cellen
(reticulum stellatum). Aan de periferie
(randgebied) van de mesenchymale cellen
rangschikken deze zich langs de
basaalmembraan en differentiëren tot
(pre- odontoblasten). Dit zijn de voorlopers
van de cellen die later het dentine tegen
de basaalmembraan gaan afzetten.
G - Dental follicle→ De rest van de
tandpapil differentieert tot pulpa. De
mesenchymale cellen rondom het kapje
vormen het tandzakje (Follikel).
H,I - Stellate Reticulum→ Later zal de
follikel in het parodontale ligament
overgaan. Het geheel heeft een klokvorm
gekregen.
J, K → Tussen de pre-ameloblasten en het
reticulum stellatum vormt zicht nog een
aparte cellaag het stratum intermedium
, L → Aan de rand van het kapje, waar de
buitenbekleding overgaat in de
binnenbekleding en daarmee ontstaat een
cervicale lus (cervical loop)
M → Voordat de afzetting van harde
tandweefsels start, hebben de
basaalmembraan en daarmee de pre-
ameloblasten en de pre-odontoblasten laag
zich globaal geformeerd naar de vorm van
de toekomstige kroon.
N → Dit is het begin van de kroonstadium.
O, P → De pre- odontoblasten differentiëren
tot odontoblasten, die ger eerste dentine
tegen de basaalmembraan gaan afzetten.
Q → Kort daarna differentiëren de pre-
ameloblasten zich tot ameloblasten en
beginnen glazuur af te zetten tegen het
reeds gevormde dentine. Het dentine wordt
in de richting van de basaalmembraan
afzet. Daarbij migreren de odontoblasten in
de richting van de pulpa, terwijl celuitlopers
in het dentine achterblijven . De
ameloblasten zetten het glazuur ook in de
richting van het basaalmembraan af, maar
laten geen celuitlopers achter.
R → Dit proces gaat door totdat de kroon is
afgevormd
S → Als de kroon klaar is wordt de wortel
gevormd. Het weefsel van de cervicale lus
profileert verder naar apicaal. Daarbij
wordt een epitheliale kraag gevormd
(schede van Hertwig)
T → Pulpale cellen rangschikken zich tegen
de binnenzijde van de schede van hertwig,
differentiëren tot pre-odontoblasten en
vervolgens tot odontoblasten due
worteldentine gaan afzetten. Bij de uitgroei
van schede van Hertwig ontstaan
openingen in het cervicale deel daarvan.
Mesenchymale cellen uit het tandzakje
kunnen daarheen migreren naar het
worteloppervlak. Daarna differentiëren ze
via pre cementoblasten en gaan wortelcement tegen het dentine afzetten.
Gebitsontwikkeling: Linden F.P.G.M. van der, Gebitsontwikkeling, Houten/Diegem, 4e
gewijzigde druk, 1994; H 1 t/m 8. - PPT komt nog beschikbaar op brightspace
Occlusie en Articulatie: Visser, G.C. Occlusie en Articulatie: handout (alleen eerste
deel tot occlusie &articulatie p 13).
Occlusie en articulatie literatuur
Rol van de mondhygiënist in de orthodontiepraktijk: Ppt komt nog beschikbaar op
brightspace.
,1 Gebitsontwikkeling
Vorming van gebitselementen (1)
De eerste lokale veranderingen die leiden tot de vorming van gebitselementen, vinden
plaats in de 6e week na de conceptie
Een gebitselement ontstaat door de interactie van 2 kiembladen:
1. ectodermale weefsel
- levert het glazuur
2. mesodermale weefsel
- Levert het dentine, de pulpa, het wortelcement en het parodontale
ligament.
Tandlijst
- uitstulping in het mesenchym op ieder punt waar een gebitselement moet
- ontstaat uit een verdikking van het epitheel ter plaatse van de toekomstige
tandbogen
Op de toekomstige glazuur-dentinegrens bevindt zich de basaal membraan. Die
communicatie tussen de twee weefsel typen mogelijk maakt.
- De mesenchymale cellen aan de binnenkant differentiëren zich tot
odontoblasten
- De epitheliale cellen aan de buitenkant differentiëren tot ameloblasten
Vorming kroon
Door lokale verschillen in delingsactiviteit (gedifferentieerde proliferatie) in het epitheel
en het mesenchymale weefsel ontstaat de initiële vorm van de kroon.
- odontoblasten → zetten dentine af tegen de basaalmembraan (predentine)
- ameloblasten→ zetten glazuur af tegen het basaalmembraan
Kroon af?
- → Odontoblasten gaan dentine vd wortel opbouwen.
- → Mesenchymale cellen differentiëren tot cementoblasten en zetten
wortelcement af aan de buitenzijde van de wortel
,Afbeelding 1.1 (De vorming van een melkincisief)
A = 6 weeks in utero → het orale epitheel
verdikt zich door gedifferentieerde
proliferatie (GD) op de plaats van de
toekomstige tandbogen en de tandlijst
wordt gevormd (dental lamina)
B = Bud stage→ Daar waar een
gebitselement moet komen stulpt de
tandlijst uit in het mesenchymale weefsel
en ontstaat een tandknop (tooth bud)
C → Het epitheel van de tandknop groeit
door gedifferentieerde proliferatie uit tot
een kapje
D → Het kapje gaat een celdichte massa
mesenchymale cellen gedeeltelijk
omsluiten
E - Enamel organ → Aan de binnenkant
van het epitheliale kapje worden de cellen
cilindrisch (pre-ameloblasten). Dit zijn de
voorlopers van de cellen die later het
glazuur gaan afzetten tegen de basaal
membraan.
F- Dental papilla → De buitenbekleding
van het kapje blijft bestaan uit kubische
cellen. Daarbinnen ontstaat een losse
structuur van ectodermale cellen
(reticulum stellatum). Aan de periferie
(randgebied) van de mesenchymale cellen
rangschikken deze zich langs de
basaalmembraan en differentiëren tot
(pre- odontoblasten). Dit zijn de voorlopers
van de cellen die later het dentine tegen
de basaalmembraan gaan afzetten.
G - Dental follicle→ De rest van de
tandpapil differentieert tot pulpa. De
mesenchymale cellen rondom het kapje
vormen het tandzakje (Follikel).
H,I - Stellate Reticulum→ Later zal de
follikel in het parodontale ligament
overgaan. Het geheel heeft een klokvorm
gekregen.
J, K → Tussen de pre-ameloblasten en het
reticulum stellatum vormt zicht nog een
aparte cellaag het stratum intermedium
, L → Aan de rand van het kapje, waar de
buitenbekleding overgaat in de
binnenbekleding en daarmee ontstaat een
cervicale lus (cervical loop)
M → Voordat de afzetting van harde
tandweefsels start, hebben de
basaalmembraan en daarmee de pre-
ameloblasten en de pre-odontoblasten laag
zich globaal geformeerd naar de vorm van
de toekomstige kroon.
N → Dit is het begin van de kroonstadium.
O, P → De pre- odontoblasten differentiëren
tot odontoblasten, die ger eerste dentine
tegen de basaalmembraan gaan afzetten.
Q → Kort daarna differentiëren de pre-
ameloblasten zich tot ameloblasten en
beginnen glazuur af te zetten tegen het
reeds gevormde dentine. Het dentine wordt
in de richting van de basaalmembraan
afzet. Daarbij migreren de odontoblasten in
de richting van de pulpa, terwijl celuitlopers
in het dentine achterblijven . De
ameloblasten zetten het glazuur ook in de
richting van het basaalmembraan af, maar
laten geen celuitlopers achter.
R → Dit proces gaat door totdat de kroon is
afgevormd
S → Als de kroon klaar is wordt de wortel
gevormd. Het weefsel van de cervicale lus
profileert verder naar apicaal. Daarbij
wordt een epitheliale kraag gevormd
(schede van Hertwig)
T → Pulpale cellen rangschikken zich tegen
de binnenzijde van de schede van hertwig,
differentiëren tot pre-odontoblasten en
vervolgens tot odontoblasten due
worteldentine gaan afzetten. Bij de uitgroei
van schede van Hertwig ontstaan
openingen in het cervicale deel daarvan.
Mesenchymale cellen uit het tandzakje
kunnen daarheen migreren naar het
worteloppervlak. Daarna differentiëren ze
via pre cementoblasten en gaan wortelcement tegen het dentine afzetten.