Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting - zekerheden en insolventie (RB91)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
67
Geüpload op
13-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting van de colleges en literatuur, ook is jurisprudentie kort behandeld.

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING ZEKERHEDEN EN INSOLVENTIE
Week 1: Doel en verantwoording zekerheden en faillissement

Overzicht college

Het college behandelt vier hoofdthema's:

1. Verantwoording van zekerheidsrechten

2. Doel en verantwoording van het faillissement

3. Maatschappelijke belangen versus het boedelbelang

4. Maatschappelijke belangen versus het belang van individuele (zekerheidsgerechtigde) schuldeisers

De literatuur die bij dit college hoort bestaat uit: Armour (2008), Al-Barashdi & Yeung (2018), Baird (1998), De
Kloe (2023) en Verheul (2018). De hoorcollegeslides vormen de hoofdlijn; de literatuur verdiept en onderbouwt.




DEEL I: VERANTWOORDING VAN ZEKERHEIDSRECHTEN
1.1 Wie financieren ondernemingen? (Hoorcollegeslides)
Ondernemingen worden gefinancierd door een grote verscheidenheid aan partijen, elk met een eigen positie in
geval van financiële problemen:

 Consumenten (vooruitbetalingen, betalen zonder levering)

 Banken (via rekening-courantkrediet of vaste lening)

 Overheidsinstanties (bijv. de Belastingdienst via BTW-voorfinancieringen)

 Leveranciers (langere betalingstermijnen = in feite kredietverlening)

 Aandeelhouders

 Werknemers

 Onvrijwillige schuldeisers (partijen tegenover wie een onrechtmatige daad is gepleegd)

 Crowdfunders en obligatiehouders

Het belang van dit overzicht is dat de positie van de financier bepalend is voor de vraag of en welk
zekerheidsrecht gevestigd wordt. Niet alle financiers zijn in staat om zekerheden te bedingen; dat hangt af van
hun onderhandelingspositie en het risico dat zij dragen.



1.2 Welke zekerheidsrechten bestaan er? (Hoorcollegeslides)
 Pandrecht – beperkt recht op roerende zaken en vorderingen

 Hypotheekrecht – beperkt recht op registergoederen

 Recht van reclame – leverancier kan geleverde goederen terugvorderen; goederen vallen in dat geval
niet in de faillissementsboedel (art. 7:39 e.v. BW)

 Verrekening – schuldeiser mag eigen schuld verrekenen met de vordering op de schuldenaar; dit is
een indirecte vorm van zekerheid

 Factoring – constructie waarbij vorderingen worden verpand aan een factoringmaatschappij (via cessie
of stille verpanding)

1

,1.3 Waarom worden zekerheidsrechten gevestigd? (Hoorcollegeslides + Armour 2008)
De vestiging van een zekerheidsrecht hangt af van de afweging tussen drie factoren:

 De hoogte van de vordering

 Het risico dat de schuldeiser draagt

 De transactiekosten (bijv. notariskosten bij hypotheek)

Als de transactiekosten opwegen tegen het risico, loont het niet om een zekerheid te vestigen. Naarmate de
vordering hoger en het risico groter is, neemt de bereidheid tot het vestigen van zekerheid toe. Ook de
onderhandelingspositie van partijen speelt een rol: hoe sterker de positie van de schuldeiser, hoe meer hij
kan bedingen.

Relatie met Armour (2008), paragraaf II (General theories of secured credit):

Armour bespreekt twee hoofdcategorieën van theorieën over zekerheidsrechten:

Efficiëntietheorieën verklaren dat zekerheid sociale voordelen genereert die er niet zouden zijn bij een geheel
ongedekte financieringsstructuur. De totale kosten van krediet dalen. Twee efficiëntiebenaderingen worden
onderscheiden:

 Signaaltheorie: zekerheid fungeert als een 'onderpand' waarmee de schuldenaar zijn betrouwbaarheid
demonstreert aan de schuldeiser. De theorie voorspelt dat meer kredietwaardige schuldenaren bereid
zijn zekerheid te bieden. Dit strookt echter niet met empirisch onderzoek, waaruit blijkt dat zekerheid
juist vaker wordt gevestigd door jongere, kleinere en riskantere bedrijven (Armour 2008, p. 6). De
theorie is daarmee in haar eenvoudige vorm onjuist gespecificeerd.

 Monitoring en bonding-theorie: zekerheid helpt schuldeisers bij het beperken van zogenaamde 'financial
agency costs', dat wil zeggen belangenconflicten tussen aandeelhouders en schuldeisers (Armour
2008, p. 7). Door de schuldenaar te beperken in de vervreemding van activa, zorgt zekerheid ervoor dat
de schuldenaar zich niet kan ontdoen van stabiele activa ten gunste van riskantere investeringen. Dit is
een 'bond' van de schuldenaar: door vooraf zijn handen te binden, vergroot hij zijn leencapaciteit.
Empirisch onderzoek uit diverse landen bevestigt dat zekerheid vaker wordt gebruikt bij riskantere,
kleinere bedrijven – consistent met deze theorie (Armour 2008, p. 9).

Redistributieve theorie: zekerheid kan een mechanisme zijn voor vermogensoverdracht van zgn. 'non-
adjusting creditors' (schuldeisers die hun leenvoorwaarden niet aanpassen als er zekerheid is gevestigd) naar
de zekerheidsgerechtigde schuldeiser. Omdat gesecureerde schulden een lagere rente kennen, komen de
kosten neer bij de ongedekte schuldeisers als die hun tarieven niet aanpassen. Empirisch onderzoek biedt
echter weinig steun voor deze theorie als dominante verklaring; de meeste ongedekte schuldeisers passen het
te verlenen kredietvolume wel degelijk aan (Armour 2008, p. 12-13).

Conclusie Armour: De meest plausibele verklaring voor het gebruik van zekerheidsrechten is de monitoring-
en bondingfunctie. Zekerheid is een sociaal wenselijke instelling, mits de voordelen opwegen tegen de nadelen
voor niet-aanpassende schuldeisers. Dit vormt het theoretische fundament voor de rechtvaardiging van
zekerheidsrechten (Armour 2008, p. 29).



1.4 Wat wordt voorkomen door zekerheidsrechten?
Zekerheidsrechten voorkomen een reeks van risicovol gedrag van de schuldenaar:

 Omzeiling van de concurrente schuldeiser (de zekerheidsgerechtigde heeft immers voorrang)

 Wegsluizen van vermogen (pauliana; zie ook het arrest Megahome)

 Aangaan van nieuwe schulden die het risicoprofiel verslechteren

 Vervangen van activa waardoor het risicoprofiel van de onderneming verandert

2

,  Investeren van ontvangen gelden in risicovollere activiteiten

Voorbeeld uit het college: Een fietsenwinkel vraagt financiering aan bij een bank. De bank verleent die onder
de voorwaarde van een pandrecht op de goederen. Daardoor kan de onderneming haar karakter niet eenzijdig
wijzigen naar een risicovollere activiteit zonder dat de bank hiervan meeprofiteert.



1.5 Voordelen van zekerheidsrechten voor de zekerheidsgerechtigde
 Geen concurrente schuldeiser: voorrang in de boedel

 Recht op parate executie (uitoefening zonder tussenkomst van de rechter; voordeel van snelheid)

 Meer toegang tot informatie over de schuldenaar

 Marktgedrag van de zekerheidsgever wordt beperkt (moeilijker aanvullende financiering op te halen
elders)

 Geen benadeling bij vervreemding, tenzij de verkrijger te goeder trouw is

 Zaaksgevolg: het zekerheidsrecht volgt de zaak

 Lagere informatiekosten: zekerheid dient als substituut voor informatie, omdat de schuldeiser alleen de
waarde van de zekerheid hoeft te beoordelen, niet de gehele kredietwaardigheid van de schuldenaar

 Ongezekerde schuldeisers gaan minder snel over tot executie als er al een zekerheidsrecht op de zaak
rust



1.6 Voordelen voor schuldeisers in het algemeen en nadelen voor andere schuldeisers
(Hoorcollegeslides + Armour 2008)
Voordelen (breed):

 Lagere financieringskosten voor de schuldenaar

 Financiering aantrekken is eenvoudiger: meer ondernemingen worden gefinancierd

 Monitoring door de financier heeft ook voordelen voor andere betrokkenen (nuance: banken monitoren
primair voor zichzelf)

Nadelen voor andere schuldeisers (hoorcollegeslides + Armour 2008, par. II.4):

Zekerheid kan waarde overhevelen van bestaande en toekomstige overige schuldeisers naar de
zekerheidsgerechtigde. Dit is met name problematisch voor:

 Onvrijwillige schuldeisers (bijv. slachtoffers van een onrechtmatige daad), die hun positie niet kunnen
onderhandelen

 Schuldeisers met weinig marktmacht (bijv. kleine handelsschuldeisers)

Armour (2008, p. 9) omschrijft dit als het probleem van de 'non-adjusting creditor': schuldeisers wier beslissing
om krediet te verlenen de toegenomen risico's als gevolg van de zekerheidsvestiging niet volledig weerspiegelt.
Dit kan leiden tot een ongewenste vermogensoverdracht.

Nuanceringen (hoorcollegeslides):

 Eigendomsvoorbehoud (beperkt effect)

 Financiering van nieuwe activiteiten is voordelig voor alle schuldeisers

 Financiering van werkkapitaal en de pauliana




3

, 1.7 Mogelijke oplossingen voor de benadeelde positie van ongedekte schuldeisers
(Hoorcollegeslides + Armour 2008, par. III.3)
Carve-out (VK-model):

Een deel van de opbrengst van zekerheidsrechten gaat naar schuldeisers zonder zekerheidsrecht. In het VK
geldt: 50% van de eerste £10.000, daarna 20% van de rest tot een maximum van £600.000 (de 'prescribed
part', opgenomen in s. 176A Insolvency Act 1986). Dit systeem is van toepassing op de 'floating charge'.

Nadelen (hoorcollegeslides + Armour 2008, p. 24):

 Schuldeisers investeren in méér zekerheden om de carve-out te omzeilen

 Als al het geld naar één schuldeiser gaat, zijn de kosten voor het in kaart brengen van andere
schuldeisers laag. Met een carve-out moeten alle vorderingen worden geregistreerd, wat hoge
administratieve kosten meebrengt.

 Armour wijst erop dat schuldeisers in reactie op de carve-out meer gebruik maken van
assetgebaseerde financieringstechnieken (factoring, sale-and-leaseback), wat de voordelen van
zekerheidsrechten tenietdoet.

Discussievraag (hoorcollegeslides): Zou een dergelijke carve-out ook in Nederland ingevoerd moeten
worden? Zie het WODC-onderzoek uit 2021 ('De positie van concurrente schuldeisers in faillissement').

20%-regel WHOA (hoorcollegeslides):

Art. 348 lid 4 sub a Fw bevat een aanvullende afwijzingsgrond voor homologatie van een WHOA-akkoord:
MKB-schuldeisers mogen niet minder dan 20% van hun vordering ontvangen, tenzij daar een zwaarwegende
grond voor is aangetoond. In de praktijk gaat de uitkering aan MKB-schuldeisers echter vaak ten koste van de
Belastingdienst en andere concurrente schuldeisers, niet van zekerheidsgerechtigde schuldeisers (art. 384 lid 3
Fw voorziet in een afwijzingsgrond als zekerheidsgerechtigde schuldeisers op basis van het akkoord slechter af
zijn dan bij een faillissement).

Verplichte verzekering:

Bijv. voor bepaalde soorten schulden die voortvloeien uit wanprestatie of onrechtmatige daad. In Nederland:
beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor advocaten en notarissen. Nadelen: moral hazard en niet altijd
mogelijk of dekkend.

Voorrang bepaalde schuldeisers:

Bijv. het bodemvoorrecht van de fiscus (art. 21 lid 2 jo. 22 lid 3 Invorderingswet 1990): de fiscus heeft voorrang
boven de stil pandhouder ten aanzien van bodemzaken. Substitutie van zekerheidsrechten
(bodemverhuurconstructie) wordt tegengegaan via een meldingsplicht (art. 22bis IW 1990). Vraag: is het
gerechtvaardigd dat juist de fiscus deze positie heeft, en niet onvrijwillige schuldeisers of schuldeisers met
weinig marktmacht?



1.8 Positie van pand- en hypotheekhouder als separatist (Hoorcollegeslides)
Pand- en hypotheekhouders kunnen hun rechten uitoefenen alsof er geen faillissement is (art. 57 Fw). Zij
worden aangeduid als 'separatisten'. Uitzondering: de afkoelingsperiode (art. 63a Fw), waarbij de curator een
periode heeft om orde op zaken te stellen.

In veel andere landen kunnen separatisten pas verkopen na rechterlijke goedkeuring. De vraag of de positie
van de separatist gerechtvaardigd is, is relevant wanneer de curator de onderneming als geheel wil verkopen,
terwijl een individuele separatist de verkoop kan frustreren door zijn afzonderlijk zekerheidsrecht uit te oefenen.




DEEL II: DOEL EN VERANTWOORDING VAN HET FAILLISSEMENT

4

Documentinformatie

Geüpload op
13 april 2026
Aantal pagina's
67
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€20,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
fm21

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
fm21 Erasmus Universiteit Rotterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen