,Hoofdstuk 3 – The Social Self
Definitie sociale psychologie: the scientific study of how people influence each other’s
thoughts, feelings and behaviors.
Charles Darwin → onderzocht (als eerste) imitaties van baby’s, zag dit als eerste
tekenen van zelfbewustzijn.
Later: Gordon Gallup met spiegel zelf-herkenningstest.
● Apen een rode stip op hun voorhoofd geven tijdens narcose, en kijken of ze
hierop reageerden bij wakker worden.
● De apen raakten de stip aan, dus waren ze in ieder geval fysiek bewust van
zichzelf.
Zelfconcept → hoe zien we onszelf?
→ Het zelfconcept wordt gevormd door schema’s: mentale structuren die helpen bij
het organiseren van ervaringen en informatie.
Zelf-schema’s: helpen bij het organiseren van relevante informatie over onszelf.
Deze ontwikkelen we door onszelf te vergelijken met anderen en door invloeden uit
groepen / culturen.
Sociale vergelijkingstheorie (Leon Festinger) → we beoordelen wie we zijn door te
kijken naar hoe we doen in het bijzijn van anderen. Aan de hand van deze sociale
vergelijkingen beoordelen we onze eigen eigenschappen. 2 soorten
vergelijkingen:
➔ Upward sociale vergelijkingen: jezelf vergelijken met iemand die beter is dan jij,
het kan zorgen voor verbetering.
➔ Downward sociale vergelijkingen: jezelf vergelijken met iemand die slechter is dan
jij, het kan zorgen voor een goed gevoel over jezelf.
De WIDE-gids voor sociale vergelijkingen bestaat uit 4 factoren die beïnvloeden hoe
sociale vergelijkingen invloed hebben op onze informatieverwerking:
1. Wie? → we vergelijken onze vaardigheden vaak met gelijkwaardigen
2. Interpretatie? → hoe deze vergelijkingen worden geïnterpreteerd heeft
invloed op het zelfconcept
3. Richting? → upward of downward, dit beïnvloedt ook het zelfconcept
4. Waarde? → het beschermen van de eigenwaarde beïnvloedt het
zelfconcept
Volgens de sociale identiteitstheorie (Henri Tajfel) bestaat het ‘zelf’ uit 2 categorieën:
● Persoonlijke eigenschappen → persoonlijke identiteit (individuele kenmerken,
doelen en gedrag)
● Sociale rol-eigenschappen → sociale identiteit (groepslidmaatschap en je relatie
tot anderen). Hieronder vallen:
○ Groepslidmaatschap → afhankelijk van stereotypes van een bepaalde
groep en in hoeverre de groep goed functioneert kan je zelfwaarde
hoger of lager worden. Ook relatie met evolutionaire psychologie
(goede groep? Goed voor genen!)
, ○ Individualisme en collectivisme: bij individualisme draait het om de
onafhankelijke zelf en individuele behoeftes, bij collectivisme draait het om de
afhankelijke zelf en gemeenschappelijke behoeftes.
○ Culturele verwachtingen: confrontatie met een andere cultuur dan degene
waarin iemand is opgegroeid kan ervoor zorgen dat iemand anders naar
zichzelf gaat kijken.
Is de ‘zelf’ een sociaal wezen? Verschillende theorieën bewijzen van wel.
❖ Zelfperceptietheorie (Daryl Bem)
➢ We bepalen wie we zijn door eigen gedrag te observeren en daar conclusies
uit te trekken. “Ik help dus ik ben een behulpvaardig persoon”.
❖ Zelfdiscrepantie theorie (Tory Higgings)
➢ We hebben 3 soorten ‘zelf’:
■ Actual self (persoon die we denken te zijn)
■ Ought self (persoon waarvan anderen zouden willen dat je het bent)
■ Ideal self (persoon die we hopen te worden)
➢ Als deze 3 soorten zelf niet matchen ontstaat er een discrepantie, dit kan
leiden tot neerslachtige gevoelens of een schuldgevoel (self-contempt).
❖ Zelfexpansie theorie (Elaine en Arthur Aron)
➢ We groeien en verbeteren onszelf doordat we mensen die dicht bij ons staan
toevoegen aan onze definitie van het zelf (= psychologisch bonden).
➢ Inclusion of the Other in the Self Scale (IOS): meet in hoeverre je iemand
hebt toegevoegd aan de zelf (participanten kiezen het diagram dat het beste
past bij diegenes relatie met een ander).
❖ Zelf-presentatie theorie
➢ Per situatie presenteren we onszelf anders om een bepaald beeld van wie we
zijn te creëren, dit komt voort uit motivatie om erbij te horen en anderen
tevreden te stellen, zodat we geaccepteerd worden in de groep (= impressie
management). Technieken hiervoor:
■ Ingratiatie: gedrag vertonen dat de ander vlijt en beïnvloedt, slijmen
■ Opvallende consumptie (conspicuous consumption): kopen van
producten puur om te laten zien hoe succesvol je bent
■ Zelfverbetering: dingen die je bereikt hebt beter laten overkomen dan
ze zijn, met als doel zelfpromotie
■ Self-enhancement: ik ben daar goed in
■ Self-handicapping: ik ben daar niet zo goed in, ik ben een beetje
misselijk
Als mensen over het algemeen vrij constant zijn in het gedrag dat ze vertonen, dan scoren
zij laag op het concept van zelf-monitoring. Er is dan weinig sprake van de situatie
monitoren en zich daarop aanpassen.
Collectieve eigenwaarde: onze evaluatie van de waarde van onze sociale groepen, het
beïnvloedt hoe we ons voelen over onszelf.
→ Als een groep een positieve reputatie heeft, dan scheppen mensen sneller op
over lidmaatschap (= basking in reflected glory (BIRGing)).
, Over de mate van eerlijkheid over onszelf bestaan ook verschillende theorieën, zoals de
optimale marge theorie (Roy Baumeister) → deze theorie stelt dat er voordelen zijn
aan een lichte tot gematigde en gezonde verdraaiing van de realiteit.
● We ondervinden voordelen aan positieve illusies (gebouwd op een onrealistisch
optimistische interpretatie). 3 soorten:
○ De neiging om te denken dat je meer invloed hebt over je leven dan je
daadwerkelijk hebt
○ De neiging om betekenissen te ontdekken in kritieke levensgebeurtenissen
(zoals een sterfgeval)
○ De neiging om een onrealistisch positieve kijk te hebben op de toekomst
● Ook een voorbeeld: illusie van subjectieve leeftijd (je niet zo oud voelen als dat je
daadwerkelijk bent). Positieve effecten hiervan zijn een hogere eigenwaarde en meer
tevredenheid met dagelijkse bezigheden.
Ook kunnen we onrealistisch positieve overtuigingen hebben wat betreft ons zelfbeeld
(eigenschappen, successen en redenen waarom we falen).
Better than average effect: cognitieve bias waardoor mensen denken beter te zijn
dan gemiddeld.
Daarnaast successen toekennen aan interne factoren en falen aan externe factoren
(= self-serving attributies)
En positieve feedback sneller zien als ‘goede feedback’ en negatieve feedback als
‘slechte feedback’
Eigenwaarde (self-esteem) → subjectieve, persoonlijke evaluatie van ons zelfbeeld
(in hoeverre vind je jezelf leuk?). Er bestaan verschillende misvattingen over
eigenwaarde:
❖ Eigenwaarde ≠ narcisme.
❖ Eigenwaarde ≠ zelf-efficiëntie.
❖ Eigenwaarde ≠ zelfcompassie.
De meest gebruikte manier om eigenwaarde te meten is aan de hand van een 10 item
zelfrapportage van Rosenberg.
Een lage eigenwaarde wordt geassocieerd met meerdere sociale problemen waardoor
eigenwaarde boosten gunstig lijkt. Deze studies zijn echter correlationeel, waardoor er niet
met zekerheid gesteld kan worden dat een lage eigenwaarde deze problemen oplevert.
Daarnaast kan te veel boosten zorgen voor narcisme of gaan mensen hun verbeterpunten
niet inzien.