Hoofdstuk 6
Insluiting en uitsluiting van migranten in de
gezondheidszorg
6.1 Insluiting, uitsluiting en andere begrippen
Insluiting is in feite het beginpunt van een continuüm waarvan uitsluiting het eindpunt vormt,
zodat er vaak sprake is van niet-absolute uitsluiting. In het geval van onrechtmatige – niet-
legitieme – uitsluiting spreekt met ook wel van discriminatie. De legitimiteit van de uitsluiting of
insluiting wordt bepaald door de heersende normen in de samenleving en hun achterliggende
waarden.
6.1.1 Insluiting alleen door integratie
Er wordt van allochtonen verwacht dat ze participeren in de samenleving om hun kapitalen op te
bouwen en ervan te profiteren. Insluiting wordt zo dus alleen mogelijk via integratie.
6.1.2 Stigmatisering
Stigmatisering is een belangrijk fenomeen in het proces van sociale uitsluiting. Volgens
Goffman wordt de term ‘stigma’ gebruikt om te verwijzen naar een eigenschap die een persoon
of een groep in diskrediet brengt. Daarbij worden drie typen stigma onderscheiden:
1. Lichamelijke kenmerken
2. Geestelijke kenmerken
3. Tribale kenmerken (ras, natie religie)
Mensen met een stigma lopen het risico op voorhand te worden afgewezen, ongeacht hun
andere eigenschappen.
6.1.3 Stereotypering
Stereotypering is het gevolg van de manier waarop mensen proberen hun sociale leefwereld
beter beheersbaar te maken. Mensen delen deze wereld in categorieën in en over elke
categorie houden zij er een aantal veronderstellingen op na, die worden toegepast op de leden
van de categorie mensen. Dit kan leiden tot stereotypering.