De eenwording van de Bourgondische Nederlanden, ca. 1380 – ca. 1480
2 De titels
Inleiding
In juli 1468 verzamelden honderden Engelse en Bourgondische
hovelingen zich in Brugge. De aanleiding voor deze drukte was het
huwelijk tussen Karel de Stoute en Margaretha van York. Het
centrale hertogelijke wapen laat zich lezen als een verkorte
weergave van de politieke successen van de Bourgondische
dynastie. Het paneel toont ook de politieke constellatie van de
Bourgondische unie in de weergave van zeventien gewestelijke wapens van de
hertogdommen Bourgondië, Nederlotharingen, Brabant, Limburg en Luxemburg,
en van de graafschappen Vlaanderen, Artesië, Franche-Comté, Henegouwen,
Holland, Zeeland, Namen en Carolais, en van het markgraafschap Antwerpen en
van de heerlijkheden Friesland, Salins en Mechelen. De landsheerlijke wapens
representeerden voor een deel droombeelden en historische relicten, die slechts
werden ingezet om de vorstelijke ambities te verwoorden of om de bestaande
situatie te legitimeren. Ondanks alle gebreken verbeeldde het vergulde wapenpaneel heel goed het
karakter van de Bourgondische heerschappij als composite monarchy: een unie, waarbij de dynastie het
belangrijkste bindende element vormt tussen vorstendommen die verder eigen bestuurlijke, juridische,
financiële en heraldische tradities koesterden. De vereniging van de vorstendommen onder het
Bourgondische huis was het gevolg van een dynamisch proces, dat begon in 1363 met de verwerving
van het hertogdom Bourgondië.
Gewest Jaar van formele verwerving
Bourgondië 1363
Vlaanderen
Artesië
Franche-Comté
Salins
Mechelen
Charolais 1390
Namen 1421
Lotharingen
Brabant 1430
Limburg
Antwerpen
Henegouwen
Holland 1433
Zeeland
Friesland
Luxemburg 1462
In 1363 waren er nog geen aanwijzingen dat de Nederlandse gewesten tot een eenheid zouden
uitgroeien en al helemaal niet dat Filips de Stoute of zijn nazaten hierbij een grote rol zouden spelen. Het
gebied was verdeeld onder niet minder dan zeven dynastieën. Met de wetenschap van nu kan men
vaststellen dat Filips de Stoute en Filips de Goede voor een belangrijk deel zorgden voor de vorming van
de unie. de eerste slaagde erin vanuit de kern van het hertogdom Bourgondië een omvangrijke unie te
creëren. De tweede zorgde voor een verdere expansie van de Bourgondische macht binnen het
Keizerrijk.
De grensgebieden van het Keizerrijk en Frankijk
Een van de belangrijkste politieke scheidslijnen in de westerse wereld was de grens tussen het Keizerrijk
en het koninkrijk Frankrijk. Het hertogdom Bourgondië, de thuisbasis van de dynastie, lag binnen de
grenzen van Frankrijk. In de praktijk betekende dit dat een deel van de Bourgondische gewesten in leen
,werd gehouden van de Keizer, en een deel van de koning van Frankrijk. Een goede relatie met de
Franse kroon was van enorm belang tijdens de eerste fase van de Bourgondische expansie. Filips de
Stoute wist zijn positie binnen het koninkrijk Frankrijk op te bouwen en te consolideren. Dynastiek onheil
leidde vervolgens tot een machtsvacuüm waarin Filips de Stoute en Jan zonder Vrees hun ambities
verder konden ontplooien. Na de moord op Jan zonder Vrees werd de leenrechtelijke relatie tussen de
Bourgondische hertogen en het koninkrijk minder vanzelfsprekend. In het Verdrag van Atrecht (1435)
werd bepaald dat Filips de Goede geen leenhulde verschuldigd was aan de koning van Frankrijk.
Volgens de geldende Rijksregels verviel een vorstendom bij het ontbreken van mannelijke
erfgenamen aan het Rijk en dan kon de keizer een opvolger benoemen voor de overleden vorst. In
andere woorden, de legitimiteit van vrouwelijke erfopvolging en opvolging door collateralen (zijdelingse
verwanten) was afhankelijk van de keizerlijke instemming. Ook de geldigheid van verdragsrechtelijke
beschikkingen, waarmee graven en hertogen hun vorstendom toezegden aan anderen, waren volgens
de Rijksregeling afhankelijk van keizerlijke instemming.
De regering van Filips de Stoute
Het hertogdom Bourgondië en de Vlaamse erfenis
De wortels van de aanduiding ‘Bourgondische dynastie’ gaan terug tot het midden van de 14 e eeuw.
Filips de Stoute erfde het hertog Bourgondië in 1363 in leen van zijn vader, koning Jan de Goede van
Frankrijk. In de 13e en 14e eeuw was het niet ongebruikelijk dat vorsten hun jongere zoons voorzagen
van een apanage, een deel van het kroondomein. In 1390 kocht Filips de Stoute voor 60.000 frank het
graafschap Charolais. Op 12 april 1369 werden de belangrijkste verdragen gesloten en op 19 juni
huwden Filips de Stoute en Margaretha van Male in Gent. De 200.000 pond vormde een soort
voorafspiegeling van de lange reeks schenkingen die de Franse kroon aan Filips de Stoute en Jan
zonder Vrees zou doen. Het huwelijk bracht uiteindelijk Franche-Comté, Artesië en de personele unie
Vlaanderen-Nevers-Rethel binnen de Bourgondische invloedssfeer. Tot dit moment vond de groei van
het Bourgondische bezit vrijwel uitsluitend binnen de grenzen van het koninkrijk Frankrijk plaats en de
opbouw van de macht verliep betrekkelijk eenvoudig via de dynastieke lijnen van verwantschap, huwelijk
en werving, gesteund door de grote invloed die Filips de Stoute kon uitoefenen aan het Franse hof.
De Brabantse erfenis I
De Brabantse erfenis was opgebouwd uit de hertogdommen Brabant en Limburg en de landen van
Overmaas. Brabant vormde wellicht niet het welvarendste of machtigste maar wel het meest aanzienlijke
vorstendom van de Nederlanden. Het westen sloot aan bij het stedelijke landschap van Vlaanderen. Op
basis van hun afstamming van de Karolingische keizers en koningen claimden de hertogen een hun
onderdanen een superieure status. In 1288 slaagde hertog Jan I erin om het hertogdom Limburg en de
bijbehorende titel in bezit te nemen. de basis voor de Bourgondische verwerving van Brabant werd
gelegd in het midden van de 14e eeuw. in 1355 overleed hertog Jan III zonder mannelijke nakomelingen,
dus wie moest hem opvolgen in de hertogdommen Brabant en Limburg? Zijn twee dochters, Johanna en
Margaretha, zijn daarbij relevant. De mannen Wenceslas en Lodewijk van Male gaven de aanleiding tot
het uitbreken van de Brabantse successieoorlog. Met het Verdrag van Maastricht (9 februari 1357)
beloofde keizer Karel IV zijn broer bij te staan in zijn strijd. In ruil voor deze steun kreeg hij de toezegging
dat de Luxemburgs-Boheemse dynastie zou opvolgen in Brabant. Met de Vrede van Aat (4 juni 1357)
werd bepaald dat Johanna en Wenceslas hun vorstendommen niet mochten vervreemden. Voor
Lodewijk van Male (en later zijn schoonzoon Filips de Stoute) was deze bepaling duidelijk genoeg: als
Johanna zonder kinderen zou overlijden zou de erfopvolging op collaterale wijze geschieden. Dan was
Margaretha, of haar erfgenaam de aangewezen hertog(in) van Brabant. Gebruikmakend van Johanna
die haar man Lodewijk was verloren, versterkte Filips de Stoute in de jaren vanaf 1384 zijn invloed in
Brabant. Filips de Stoute zorgde ervoor dat veel leningen werden afgelost, waardoor de inwoners van
Brabant letterlijk bij Filips in de schulden kwamen te staan. Een logische vervolgstap was dat Johanna
met een geheime oorkonde haar nicht aanwees als haar erfgenaam. In mei 1404 droeg zij het bestuur
van Brabant over aan Margaretha.
, De opvolging van Filips de Stoute
Voor hun dood troffen Filips en Margaretha van Male een regeling voor de verdeling van hun erfenis.
Hun bezittingen zouden worden verdeeld onder hun drie zoons: Jan zonder Vrees, Antoon en Filips van
Nevers.
Jan zonder Vrees Antoon Filips
Bourgondië Brabant Nevers
Vlaanderen Limburg Rethel
Artesië Antwerpen
Franche-Comté
Mechelen
Op 11 april 1405 bevestigen de drie broers het verdelingsverdrag. Dat betekende echter niet dat de
Bourgondische personele unie zich splitste in drie onafhankelijke personele unies. Er was eerder sprake
van een dynastieke unie, waarbij de leden onderling intensief samenwerken. Net als zijn vader, richtte
Jan zonder Vrees zijn grootste inspanningen op gebiedsuitbreidingen in Frankrijk. Toch was de
territoriale uitbreiding bescheiden.
Nieuwe groei in de vijftiende eeuw
De moord op Jan zonder Vrees veranderde het perspectief van de Bourgondische dynastie totaal. Zijn
opvolger Filips de Goede keerde zich af van Frankrijk en het Franse hof en zocht een bondgenootschap
met Engeland. In een eerste golf werden achtereenvolgend Namen, Henegouwen, Holland, Zeeland,
Brabant en Limburg ingepalmd. Op 16 januari 1420 verkocht Jan III zijn rechten op Namen aan Filips de
Goede voor 132.000 kronen. De personele unie Henegouwen, Holland en Zeeland vormden op zich al
een composite monarchy. Het ontstond in de tweede helft van de 13 e eeuw. Graaf Willem VI, echtgenoot
van Margaretha van Bourgondië bleek geen mannelijke erfgenamen achter te laten. De last van de
erfopvolging kwam daarmee te liggen bij zijn dochter Jacoba van Beieren. In 1428 had Filips de Goede
al een sterke machtspositie opgebouwd in Henegouwen, Holland en Zeeland, maar formeel was hij nog
steeds geen graaf van deze gewesten. Op 12 april 1433 was het dan zover: Jacoba droeg haar landen
over aan Filips de Goede en zijn erfgenamen. Op 5 oktober 1430 bezwoer Filips de Goede de Blijde
Inkomst en werd hij ook hertog van Nederlotharingen, Brabant en Limburg. Het was alleen maar de
vraag of Filips de Goede echt de rechtmatige opvolger was. Kort voor de inhuldiging van Filips de Goede
op 5 oktober 1430 werd aan de Staten van Brabant een stuk voorgelezen waarin zijn rechten werden
verwoord, niet alleen op Brabant en Limburg, maar ook op het hertogdom Luxemburg, het graafschap
Chiny en de voogdij over de Elzas. Uiteindelijk zou pas Karel de Stoute zich vanaf 1467 ook tooien met
de Luxemburgse hertogstitel.
Binnen de Nederlanden was Karel de Stoute vooral geïnteresseerd in uitbreiding van zijn
territoriale macht naar het noordoosten. In 1469-1470 werd er onderhandeld over de heerloze Friese
delen Oostergo en Westergo. Karel de Stoute beriep op zijn positie als rechtmatige en natuurlijke vorst.
In 1470 sprak men af dat er een stadhouder zou worden aangesteld die namens de hertog toezicht zou
houden op de rechtspraak en financiën. Het kwam echter nooit tot een effectieve Bourgondische
beheersing van Friesland. Het hertogdom Gelre kwam daarentegen wel onder Bourgondisch bestuur. In
1473 was Karel op het hoogtepunt van zijn macht. Na de dood van Karel de Stoute leek het hele
Bourgondische bouwwerk ineen te storten. Overal braken rellen uit en tegelijkertijd greep Lodewijk XI
zijn kans en veroverde het hertogdom Bourgondië en de Sommesteden.
Patronen
Wanneer we de groei van de unie overzien, blijkt dat het succes van de Bourgondische hertogen eerder
diplomatiek van aard was, dan dynastiek-biologisch. In vrijwel alle gevallen was er sprake van
conflicterende claims, en waren de personen in leven die veel nauwer verwant waren aan het
oorspronkelijke vorstenhuis dan de Bourgondische hertogen. Het is opmerkelijk dat het succes van het
Bourgondische huis in belangrijke mate debet was aan financiële transacties. Vrijwel steeds ging de
verwerving van de vorstendommen gepaard met de overdracht van grote sommen geld. Zonder
noemenswaardige problemen kon Filips de Goede overigens Namen, Brabant en Limburg innemen. Een
laatste constatering is, dat de erkenning van de positie door de onderdanen van cruciaal belang was
voor de vestiging van de Bourgondische macht. Niet de formele erfrechtelijke regels, niet de belening