Les 2 CFL recht
Doel kartelrecht: “bij te dragen tot de blijvende openheid en eenheid van de gemeenschappelijke
markt.”
Wijze: afschaffing van concurrentiebeperkende en –vervalsende maatregelen.
Kartel: afspraak tussen ondernemers over prijzen, afzet verdeling van de markt etc.
Machtspositie: monopolie van een individuele onderneming.
Commissie: toezicht, uitvoering en handhaving
Kartelverbod art. 101 VwEU
Overeenkomst, besluit of onderling afgestemde feitelijke gedraging
Onderneming/ondernemingsvereniging
Verhindering, beperking of vervalsing van de concurrentie
Ongunstige beinvloeding van de handel tussen de lidstaten & merkbaar
Besluit ondernemingsvereniging
Leden bindende beslissingen
Genomen door een orgaan
- Algemene ledenvergadering
Onderling afgestemde feitelijke gedraging (o.a.f.g.)
Een duidelijk “plan” hoeft niet te bestaan
Louter parallel gedrag hoeft nog geen o.a.f.g. te zijn, vormt wel aanwijzing(voorbeeld shell:
als zij de prijzen veranderen volgt iedereen)
Bewijslast ligt bij de commisssie (l.t.t. overeenkomsten)
Horizontaal en vertikaal (kartels)
Horizontaal:
- Mededingingsbeperkingen tussen ondernemingen op hetzelfde niveau van de
bedrijfskolom
- Voorbeelden: marktverdeling, productieafspraken en prijsregelingen
Vertikaal:
- Mededingingsbeperkingen tussen ondernemingen op verschillende niveaus van de
bedrijfskolom
- Voorbeelden:
Alleenverkoopovereenkomsten, exclusieve afnameovereenkomsten en selectieve
distributiesystemen.
Gevolgen kartelverbod
Overeenkomst, besluit of o.a.f.g. wordt verboden!
- Sanctie: de commissie kan een boete en/of dwangsom opleggen.
Overeenkomst, besluit of o.a.f.g. is van rechtswege nietig => privaatrechtelijke gevolgen
,Vrijstellingsmogelijkheden artikel 101 lid 3 VwEU
Als de overeenkomst valt onder artikel 101 lid 1 VwEU, dan is deze verboden, maar is een vrijstelling
mogelijk.
Eisen (cumulatief) aan de vrijstelling ex art 101 lid 3 VwEU:
Stijging productiviteit (vooruitgang op technisch of economisch vlak)
Die voor een billijk deel aan de consument ten goede komt
Overeengekomen mededingingsbeperkingen moeten onmisbaar zijn
Geen uitschakeling van de mededinging
De commissie kan een individuele vrijstelling (beschikking) of een groepsvrijstelling geven.
Steunmaatregelen
Art. 107 – 109 VwEU
Verbod steunmaatregelen van de lidstaten art. 107 VwEU
- Subsidies, vermindering financiele lasten, deelname kapitaal onderneming, parafiscale
heffingen etc. – ruim begrip steunmaatreglen
- Art. 107 lid 2 VwEU – drie uitzonderingen (Oost-Duitsland)
- Art. 107 lid 3 VwEU – 5X mogelijkheden tot vrijstelling door de Commissie (verenigbaar
verklaring)
Rechtsbescherming via Hof van Justitite
Verdragsschending Lidstaten(artikelen 258 – 260 VwEU)
Beroep tot nietigverklaring
Beroep tot schadevergoeding
Prejudiciele beslissingen
Procedure
Verdragsschending Lidstaat 1
Artikelen 258 – 260 VwEU
Uitgangspunt: commissie stelt verdragsschending aan de kaak!
Art. 258 VwEU: Commissie brengt “advies” uit aan betrokken Lidstaat
Indien geen gehoor wordt gegeven aan dit “advies”, brengt de commissie de zaak aan bij het
Hof van Justitie
Verdragsschending Lidstaat 2.
Nevenregel: elke Lidstaat mag klagen over een verdragsschending door een andere Lidstaat –
art. 259 VwEU
Art. 259 VwEU Procedure:
- Klacht wordt voorgelegd aan de Commissie
- Deze dient binnen 3 maanden een “advies” ex art. 259 VwEU uit te brengen aan de
Lidstaat die in overtreding is.
- Indien de Commissie niet binnen 3 maanden na voorlegging van de klacht komt tot een
“advies” kan de klacht worden ingediend bij het Hof van Justitite
, Verdragsschending Lidstaat 3.
De procedure omvat zowel een administratieve als een gerechtelijke fase
Eerst dient de route van art. 258 VwEU of 259 VwEU te zijn gevolgd. – zie hiervoor.
Vervolgens wordt een procedure gevolgd waarin twee fasen zijn te onderscheiden:
- 1. Het Hof beoordeelt de aanhanging gemaakte zaak cq de aan haar voorgelegde klacht
en stelt vast dat een Lidstaat inderdaad op haar rustende verplichtingen niet is
nagekomen; de betrokken Lidstaat is dan verplicht alle maatregelen te nemen die nodig
zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof (art. 228, lid 1 EG)
- Indien de betrokken Lidstaat het eerste arrest van het Hof niet nakomt, kan het Hof(op
vordering van de Commissie) nakoming gebieden en hieraan een boete of een
dwangsom verbinden.
Rechtvaardigingsgronden Lidstaten
Lidstaat is aansprakelijk ongeacht welk staatsorgaan verantwoordelijk is;
Geen beroep op nationale voorschriften of praktijken, bijv. Ontbinding parlement of
vervallen wetsontwerpen
Geen beroep op feit dat andere Lidstaat of Gemeenschap ook in verzuim is
Geen beroep op feit dat Lidstaat verplichting niet hoeft na te komen omdat particulieren zich
op directe werking kunnen beroepen
Geen nationale voorschriften die in strijd zijn met verdrag
Alle maatregelen om doorwerking EG-recht mogelijk te maken
Gevolg uitspraak Hof van Justitie
De uitspraak is declaratoir
De uitspraak kent geen directe werking
(Waterkeyn zaak 48/71)
Wat te doen als Lidstaat 2e arrest (boete/dwangsom) niet nakomt?
- Volkenrecht – eventueel represaille maatregelen (boycot?)
- Overleg binnen de Raad (oplossing binnen europees recht)
Beroep tot nietigverklaring
Wie kunnen beroep instellen?
- Lidstaten
- Raad
- Commissie
- Europees Parlement
- Rekenkamer en ECB
- Particulieren
Tegen welke handelingen kan beroep tot nietigverklaring worden ingesteld?
Art. 263 VwEU: handelingen, denk hierbij in eerste instantie aan art. 288 VwEU
(verordeningen, richtlijnen etc.)
Alle door de instellingen genomen besluiten die beogen rechtsgevolgen teweeg te brengen
(IBM-arrest)
Doel kartelrecht: “bij te dragen tot de blijvende openheid en eenheid van de gemeenschappelijke
markt.”
Wijze: afschaffing van concurrentiebeperkende en –vervalsende maatregelen.
Kartel: afspraak tussen ondernemers over prijzen, afzet verdeling van de markt etc.
Machtspositie: monopolie van een individuele onderneming.
Commissie: toezicht, uitvoering en handhaving
Kartelverbod art. 101 VwEU
Overeenkomst, besluit of onderling afgestemde feitelijke gedraging
Onderneming/ondernemingsvereniging
Verhindering, beperking of vervalsing van de concurrentie
Ongunstige beinvloeding van de handel tussen de lidstaten & merkbaar
Besluit ondernemingsvereniging
Leden bindende beslissingen
Genomen door een orgaan
- Algemene ledenvergadering
Onderling afgestemde feitelijke gedraging (o.a.f.g.)
Een duidelijk “plan” hoeft niet te bestaan
Louter parallel gedrag hoeft nog geen o.a.f.g. te zijn, vormt wel aanwijzing(voorbeeld shell:
als zij de prijzen veranderen volgt iedereen)
Bewijslast ligt bij de commisssie (l.t.t. overeenkomsten)
Horizontaal en vertikaal (kartels)
Horizontaal:
- Mededingingsbeperkingen tussen ondernemingen op hetzelfde niveau van de
bedrijfskolom
- Voorbeelden: marktverdeling, productieafspraken en prijsregelingen
Vertikaal:
- Mededingingsbeperkingen tussen ondernemingen op verschillende niveaus van de
bedrijfskolom
- Voorbeelden:
Alleenverkoopovereenkomsten, exclusieve afnameovereenkomsten en selectieve
distributiesystemen.
Gevolgen kartelverbod
Overeenkomst, besluit of o.a.f.g. wordt verboden!
- Sanctie: de commissie kan een boete en/of dwangsom opleggen.
Overeenkomst, besluit of o.a.f.g. is van rechtswege nietig => privaatrechtelijke gevolgen
,Vrijstellingsmogelijkheden artikel 101 lid 3 VwEU
Als de overeenkomst valt onder artikel 101 lid 1 VwEU, dan is deze verboden, maar is een vrijstelling
mogelijk.
Eisen (cumulatief) aan de vrijstelling ex art 101 lid 3 VwEU:
Stijging productiviteit (vooruitgang op technisch of economisch vlak)
Die voor een billijk deel aan de consument ten goede komt
Overeengekomen mededingingsbeperkingen moeten onmisbaar zijn
Geen uitschakeling van de mededinging
De commissie kan een individuele vrijstelling (beschikking) of een groepsvrijstelling geven.
Steunmaatregelen
Art. 107 – 109 VwEU
Verbod steunmaatregelen van de lidstaten art. 107 VwEU
- Subsidies, vermindering financiele lasten, deelname kapitaal onderneming, parafiscale
heffingen etc. – ruim begrip steunmaatreglen
- Art. 107 lid 2 VwEU – drie uitzonderingen (Oost-Duitsland)
- Art. 107 lid 3 VwEU – 5X mogelijkheden tot vrijstelling door de Commissie (verenigbaar
verklaring)
Rechtsbescherming via Hof van Justitite
Verdragsschending Lidstaten(artikelen 258 – 260 VwEU)
Beroep tot nietigverklaring
Beroep tot schadevergoeding
Prejudiciele beslissingen
Procedure
Verdragsschending Lidstaat 1
Artikelen 258 – 260 VwEU
Uitgangspunt: commissie stelt verdragsschending aan de kaak!
Art. 258 VwEU: Commissie brengt “advies” uit aan betrokken Lidstaat
Indien geen gehoor wordt gegeven aan dit “advies”, brengt de commissie de zaak aan bij het
Hof van Justitie
Verdragsschending Lidstaat 2.
Nevenregel: elke Lidstaat mag klagen over een verdragsschending door een andere Lidstaat –
art. 259 VwEU
Art. 259 VwEU Procedure:
- Klacht wordt voorgelegd aan de Commissie
- Deze dient binnen 3 maanden een “advies” ex art. 259 VwEU uit te brengen aan de
Lidstaat die in overtreding is.
- Indien de Commissie niet binnen 3 maanden na voorlegging van de klacht komt tot een
“advies” kan de klacht worden ingediend bij het Hof van Justitite
, Verdragsschending Lidstaat 3.
De procedure omvat zowel een administratieve als een gerechtelijke fase
Eerst dient de route van art. 258 VwEU of 259 VwEU te zijn gevolgd. – zie hiervoor.
Vervolgens wordt een procedure gevolgd waarin twee fasen zijn te onderscheiden:
- 1. Het Hof beoordeelt de aanhanging gemaakte zaak cq de aan haar voorgelegde klacht
en stelt vast dat een Lidstaat inderdaad op haar rustende verplichtingen niet is
nagekomen; de betrokken Lidstaat is dan verplicht alle maatregelen te nemen die nodig
zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof (art. 228, lid 1 EG)
- Indien de betrokken Lidstaat het eerste arrest van het Hof niet nakomt, kan het Hof(op
vordering van de Commissie) nakoming gebieden en hieraan een boete of een
dwangsom verbinden.
Rechtvaardigingsgronden Lidstaten
Lidstaat is aansprakelijk ongeacht welk staatsorgaan verantwoordelijk is;
Geen beroep op nationale voorschriften of praktijken, bijv. Ontbinding parlement of
vervallen wetsontwerpen
Geen beroep op feit dat andere Lidstaat of Gemeenschap ook in verzuim is
Geen beroep op feit dat Lidstaat verplichting niet hoeft na te komen omdat particulieren zich
op directe werking kunnen beroepen
Geen nationale voorschriften die in strijd zijn met verdrag
Alle maatregelen om doorwerking EG-recht mogelijk te maken
Gevolg uitspraak Hof van Justitie
De uitspraak is declaratoir
De uitspraak kent geen directe werking
(Waterkeyn zaak 48/71)
Wat te doen als Lidstaat 2e arrest (boete/dwangsom) niet nakomt?
- Volkenrecht – eventueel represaille maatregelen (boycot?)
- Overleg binnen de Raad (oplossing binnen europees recht)
Beroep tot nietigverklaring
Wie kunnen beroep instellen?
- Lidstaten
- Raad
- Commissie
- Europees Parlement
- Rekenkamer en ECB
- Particulieren
Tegen welke handelingen kan beroep tot nietigverklaring worden ingesteld?
Art. 263 VwEU: handelingen, denk hierbij in eerste instantie aan art. 288 VwEU
(verordeningen, richtlijnen etc.)
Alle door de instellingen genomen besluiten die beogen rechtsgevolgen teweeg te brengen
(IBM-arrest)