Materieel strafrecht regelt welk gedrag strafbaar is en welke straf dan
volgt ofwel bepaalt of, wie en hoe er gestraft kan worden. Materieel en
formeel strafrecht staan voortdurend met elkaar in wisselwerking.
Doel strafrecht voorkomen van ongerichte wraak/eigenrichting.
Modderman; Strafrecht is ultimum remedium: Onrecht waar mogelijk
eerst bestrijden met privaatrecht, bestuursrecht of tuchtrecht.
Doel straffen:
Klassieke inrichting: vergelding is de primaire grondslag van de straf
Relatieve theorieën: doel van de straf is de grondslag (ihb speciale
preventie)
Verenigingstheorieën: vergelding en doelgericht
Tijdlijn WvSr:
1813: Franse Code Pénal (had driedeling ipv tweedeling in misdrijven en
overtredingen)
1870: Cie. de Wal ontwerpt WvSr
1879: Ontwerp verdedigd door MvJ Modderman
1881: WvSr aangenomen en in 1886 ingevoerd
Daderschap, wederrechtelijkheid, schuld en causaliteit zijn niet wettelijk
geregeld.
Rechtsdelicten – strafbaarheid is geïnternaliseerd in de opvoeding,
schending van een van de meest essentiële rechtsgoederen.
Wetsdelicten – strafbaar omdat ze strafbaar zijn gesteld, ondersteunen
de ordening van de samenleving.
Melk en Water-arrest 1916 – ook bij overtredingen moet er sprake zijn
van schuld (4e voorwaarde voor strafbaarheid, in de regel element!)
Vier voorwaarden voor een strafbaar feit/strafbaarheid:
1. Een menselijke gedraging
2. Die onder een wettelijke delictsomschrijving valt
3. Die wederrechtelijk is
4. En die aan schuld te wijten is
Strafprocessueel vertaald in art. 350 Sv:
- Kan het tenlastegelegde worden bewezen? Zo nee, vrijspraak
- Welk strafbaar feit levert het bewezenverklaarde op ofwel past het in
wettelijke delictsomschrijving ? Zo nee, ovar
- Feit strafbaar/ wederrechtelijk ? Indien rechtvaardigingsgrond, ovar
(tenzij wederrechtelijkheid bestanddeel of culpoos delict)
- Verdachte strafbaar/ schuld ? Indien schulduitsluitingsgrond, ovar
(tenzij culpoos delict)
- Oplegging van straf of maatregel, bij de wet bepaald.
,Artikel 1 Sr -> Legaliteitsbeginsel:
- Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgaande
wettelijke strafbepaling
- Bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit is
begaan is, worden de voor de verdachte gunstigste bepalingen
toegepast
Eveneens in art. 16 Gw, art. 7 EVRM, 15 IVBPR, art. 11 UVRM, art. 49 HvGr
EU, art. 5:4 Awb en art. 1 Sv.
Legaliteit uitwerking:
(‘Nullum crimen, nulla poena sine lege’ = geen misdaad en geen straf
zonder wet)
1. duidelijk geformuleerde delictsomschrijvingen ( lex certa -
beginsel/bepaaldheidsgebod )
2. gebondenheid van de rechter aan de tekst van de wet ( lex stricta )
3. analogieverbod (ad malam partem
4. gewoonterecht geen directe bron van strafrecht ( lex scripta )
5. verbod van terugwerkende kracht (maar lichtere strafwet gaat voor
(lex mitior , II.5.1)
6. strafrechtelijke sancties ook gebonden aan de wet
Invulling en waardering van het legaliteitsbeginsel (art. 7 lid 1 EHRM):
- Rechtsbescherming versus instrumentaliteit
- Regelconceptie versus rechtenconceptie
- Belangen burger als (potentiële) verdachte versus belangen burger
als (potentieel) slachtoffer
- Bescherming voor het strafrecht versus bescherming door het
strafrecht
→ rechtsvinding (of rechtsvorming )
→ legisme of een wat vrijere benadering ?
→ interpretatiemethoden (van grammatical tot creatief )
→ star of dynamisch strafrecht ?
Hoe?
- Mensenroof - arrest ( NJ 2003/632)
- Runescape - arrest ( NJ 2012/536)
Het begrip wederrechtelijkheid
Objectieve kant van een delict (in strijd met het recht). Wettelijke
delictsomschrijving impliceert de schending van een onderliggende
rechtsnorm en dus (formele) wederrechtelijkheid), veelal is de gedraging
dan ook echt strafwaardig en dus (materieel) wederrechtelijkheid).
Veel gedragingen in de samenleving zijn wederrechtelijk. Vanwege
ultimum remedium-gedachte en ingrijpendheid strafrecht worden alleen
gedragingen met een hoog gehalte van wederrechtelijkheid strafbaar
gesteld. Normen krijgen fragmentarisch bescherming, bv. oplichting niet
strafbaar als er sprake is van een enkele leugen, al is dat wederrechtelijk,
,maar alleen als er sprake is van een samenweefsel van verdichtsels (art.
326 Sr).
Wederrechtelijkheid als bestanddeel
Wederrechtelijkheid wordt voorondersteld in strafbaar feit (element), bv
doodslag (art. 287 Sr): het is bij uitzondering bestanddeel.
Soms bestanddeel om te voorkomen dat delictsomschrijving feiten omvat
waarvoor die niet bedoeld is. Art. 350 Sr - opzettelijk en wederrechtelijk
enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen,
beschadigen (bv. slopersbedrijven)
Andere bestanddelen die wederrechtelijkheid uitdrukken: zonder verlof
van het bevoegd gezag (art. 430 Sr), zonder daartoe gerechtigd te zijn
(art. 435 Sr), mishandeling -> wederrechtelijk ingeblikt (art. 300 Sr)
Normatieve bestanddelen: ontuchtig (art. 245 Sr), binnendringen (art 138
Sr), opruit (art. 131 Sr).
1. Eng wederrechtelijkheidsbegrip:
- Zonder eigen subjectief recht
- Zonder toestemming
- Tegen het subjectieve recht van een ander
“Facetwederrechtelijkheid” – begrip ‘wederrechtelijk’ heeft eigen,
specifieke betekenis in overeenstemming met doel en strekking bepaling
(Van Veen).
Bijv; Art. 173a Sr – opzettelijk en wederrechtelijk een gevaarlijke stof in de
bodem, lucht of oppervlaktewater brengen, zonder of in strijd met een
vergunning handelen.
2. Hoofdregel = ruim wederrechtelijkheidsbegrip: in strijd met
het objectieve recht, in strijd met de normen van behoren,
maatschappelijk onbetamelijk.
Belaging (art. 285b Sr); wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk
maken op persoonlijke levenssfeer met oogmerk ander te dwingen.
Ontbreken van Typizität – als de bestanddelen zijn vervuld, maar het
typerende van het delict ontbreekt (zie witwassen van een voorwerp uit
eigen misdrijf, eenvoudig witwassen).
Alleen de leer van de creatieve interpretatie is in de praktijk aanvaard en
daarnaast zijn er een aantal algemeen aanvaarde excepties:
Verzetsrecht (tijdens de oorlog)
Ouderlijk tuchtigingsrecht - verschuiving in de norm, discussie over
pedagogische tik, proportionaliteit en subsidiariteit
(Medisch) beroepsrecht - bv. euthanasie en hulp bij zelfdoding: nu
onder zeer strikte voorwaarden geregeld als rechtvaardigingsgrond
Kunstexceptie - bv. bij naaktafbeeldingen
, Instemming - volenti non fit inuria, met instemming van de
betrokkene kan deze geen onrecht worden gedaan, denk aan sport-
en spelsituaties
HR 25 september 2018, NJ 2019/453 (Sliding)
HR: Oordeel hof dat in deze sportsituatie geen sprake is van het ontbreken
van wederrechtelijkheid, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en
is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen oordeel hof dat
"tijdens het handelen van de verdachte er wel sprake was van een
sportsituatie, maar dat dit handelen niet binnen de grenzen is gebleven
van hetgeen spelers van elkaar hebben te verwachten " en dat de
verdachte met zijn actie gevaarlijk spel speelde, "hetgeen bovendien een
ernstige overtreding van de spelregels van het voetbal opleverde ".
HR 31 oktober 2006, NJ 2007/79 (Leestafel - zooien)
HR: Hof heeft geoordeeld dat geen sprake was van een reguliere sport
spelsituatie. Oordeel is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen
dat er sprake was van zeer gevaarzettend handelen, maar niet van een
door duidelijke spelregels afgebakend spel.
Causaliteit gaat over de relatie tussen een (potentiële) oorzaak (gedraging
verdachte) – intreden van (wettelijk strafbaar gesteld) gevolg dat is
ingetreden.
Causaliteit zit o.a. ook in:
- Voorwaardelijke opzet
- Culpoze gevolgsdelicten
- Daderschap van de corporatie
- Strafbare poging
- Ontoerekenbaarheid
- Nodweerexces
Redelijke toerekening als huidige leer, maar ook (enige) invloed van
andere theorieën:
Conditio sine qua non: elk voorafgaande factor of voorwaarde is
een oorzaak
Causa promxima: de factor die het dichtstbij de verwerkelijking
van het gevolg is ‘de’ oorzaak
Relevantietheorie: oorzaak in de optiek van de wetgever (en het
beschermde belang)
Adequate veroorzaking: een zekere voorzienbaarheid van het
gevolg
Redelijke toerekening als huidige leer (HR Letale Longembolie)
Wat is redelijk? Een aansprakelijkheidsaanvraag en minder feitelijke,
objectieve kwestie geworden. Na verkeersgedrag van verdachte zit nog
een andere gebeurtenis.