BPR gaat over handhaving van privaatrechtelijke aanspraken via het
burgerlijk proces: geschilbeslechting en tenuitvoerlegging. BPR gaat ook
over rechterlijke tussenkomst in privaatrechtelijke kwesties die niet
ter vrije bepaling van partijen staan, o.m. in het familierecht (bijv.
naamswijziging, echtscheiding).
BPR vormt het ‘sluitstuk’ van het materiële recht (van gelijk hebben naar
gelijk krijgen).
BPR bouwt voort op VBR/GIR, vgl. de ‘doorrolcasus’:
- Rabobank dreigt met kort geding om te voorkomen dat Groen-op-
Dak zonnepanelen verwijdert.
- Jansma wordt failliet verklaard.
- Agrarix wil schadevergoeding.
- Rabobank eist perceel op voor executoriale verkoop.
Waar is burgerlijk procesrecht geregeld?
Materieelrechtelijke basis in titel 11 Boek 3 BW (Rechtsvorderingen); zie
ook art. 3:276 BW: schuldenaar zet gehele vermogen in voor zijn schulden.
Procedureregels in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):
- Eerste Boek: procedure Rb/Hof/HR (week 1-5 en 8)
- Tweede Boek: tenuitvoerlegging vonnissen c.a. (executie) (week 6)
- Derde Boek: bijzondere procedures (week 7: conservatoir beslag)
- Vierde Boek: arbitrage (week 8: ADR)
Rechterlijke organisatie (o.m. absolute bevoegdheid) in de Wet RO.
Randvoorwaarden in art. 6 EVRM (fair trial) en de Grondwet (o.m. art. 116,
118 en 121 Gw).
Het belang en de relativiteit van BPR
Het belang van BPR:
BPR vormt het ‘sluitstuk’ van het materiële recht: van gelijk hebben
naar gelijk krijgen?
Titel 11 van Boek 3 BW vormt de ‘brug’ van burgerlijk recht naar
BPR:
- Van vorderingsrecht
naar rechtsvordering
- Van titel naar
executie
De relativiteit van BPR:
Eigen
verantwoordelijkheid
van partijen
- Schikken staat voorop
Verdient een andere
weg de voorkeur?
- Arbitrage? Bindend
advies? Mediation?
,2017: HR introduceert
verplicht digitaal
procederen in
vorderingszaken; sinds
2021 ook in verzoekzaken.
Sinds 2018 uitrol van
versimpeld stelsel van
digitaal procederen
(‘digitale brievenbus’); vgl.
art. 33 Rv. Sommige KEI-
innovaties zijn behouden,
- bijv. art. 29a Rv
(mondeling vonnis);
- Verzoekschrift art.
700 Rv: alleen nog digitaal in te dienen
De rest van het KEI-procesrecht (o.m. uniforme ‘procesinleiding’) geldt
alleen nog bij de HR (art. 396 e.v. Rv).
Dagvaarding of verzoekschrift?
Dagvaardingsprocedure (art. 78 e.v. Rv): ‘Contentieuze’ rechtspraak
(geschilbeslechting) eis: de standaardprocedure voor
vermogensrechtelijke geschillen.
Ingeleid bij dagvaarding, houdende een vordering van eiser vs.
gedaagde, uitmondend in een vonnis.
Herkenbaar aan de wettelijke termen ‘vorderen’/’vordering’ (bijv. art.
6:267 lid 2 BW).
Verzoekschriftprocedure (art. 261 e.v. Rv): ‘Voluntaire’ rechtspraak
(rechterlijke tussenkomst in kwesties die niet ter vrije bepaling van
partijen staan) verzoek aan rechter: de alternatieve procedure voor bijv.
familierechtelijke kwesties (in boek 1,4 of 7).
Ingeleid bij verzoekschrift, houdende een verzoek van de verzoeker
met eventueel verweerder(s) als belanghebbende(n), uitmondend in
een beschikking.
Herkenbaar aan de wettelijke termen ‘verzoek(en)’/’verzoekschrift’ (bijv.
art. 1:7 BW).
N.B. Beide procedures zijn naar elkaar toegegroeid!
Beginselen van procesrecht (Art. 6 EVRM):
- Toegang tot de rechter (‘access to justice’)
- Fair trial: hoor & wederhoor + ‘equality of arms’
- Openbaarheid (zitting & uitspraak)
- Redelijke termijn
- Onafhankelijkheid & onpartijdigheid
≈ Algemene voorschriften Rv
- Hoor & wederhoor (art. 19 lid 1 Rv)
- Goede procesorde (art. 19 lid 2 Rv)
- Redelijke termijn (art. 20 Rv)
- Openbaarheid (art. Rv en 121 Gw)
, - Onafhankelijkheid & onpartijdigheid (art. 36 ev. Rv en 117 Gw)
Hoofdrolspelers in het civiele proces
1. Partijen
2. Rechtshulpverleners: advocaat/gemachtigde & deurwaarder
3. Rechter en griffie(r)
Partijen in het procesrecht
Natuurlijke persoon
- Let op bij
handelingsonbekwaamheid (zie
hiernaast)!
- Voor woonplaats: zie art. 1:10 lid 1
BW.
Rechtspersoon
- Art. 2:5 BW (gelijkschakeling met NP).
- Voor woonplaats: zie art. 1:10 lid 2 BW.
- Wie vertegenwoordigt? Zie BW Boek 2: bestuurder
- Let op bij v.o.f. (geen RP, wel procespartij)
- Let op bij maatschap (geen RP, wel dagvaarding maten t.n.v.
maatschap)!
, Hoorcollege 2
Als in de wet het werkwoord “verzoek” staat is het een
verzoekschriftprocedure
Als in de wet het werkwoord “vorderen” staat is het een dagvaardingszaak
Voor de inhoud v/d dagvaarding: art. 45 & 111 Rv! De deurwaarders
brengen de dagvaarding uit.
Wat is een dagvaarding?
De dagvaarding is zowel proceshandeling als processtuk:
1. Processtuk: de oproep om in rechte te verschijnen in de vorm van
een exploot, uitgebracht (‘betekend’) door de gerechtsdeurwaarder.
- Algemene regels voor inhoud en betekening van exploten in art. 45
e.v. Rv.
- Exploot = ambtsedig proces-verbaal van een ambtshandeling van
de deurwaarder; heeft dwingende bewijskracht ex art. 157 lid 1 Rv.
- Betekening = uitreiking/achterlating van een afschrift van het
exploot door de deurwaarder (doel: bekendmaking).
2. Proceshandeling: start van een procedure (art. 125 Rv) met het
formuleren van de vordering/eis (‘petitum’) en de gronden daarvan
(‘fundamentum petendi’) -> art. 111 lid 2 onder d Rv!
- Specifieke regels voor inhoud (art. 111 e.v. Rv), termijn (114 Rv) en
nietigheid (120 e.v. Rv) v/d dagvaarding.
- Regels voor procesverloop na het uitbrengen van de dagvaarding in
art. 125 e.v. Rv. De eiser moet na het betekenen de rechtbank op de
hoogte stellen van de dagvaarding.
Inhoud van de dagvaarding (art. 111 jo. 45 Rv)
Kop:
Partijgegevens, datum en wijze van betekening (art. 45 lid 3 Rv)
Gekozen woonplaats + advocaat/gemachtigde eiser (art. 111 lid 1 a-
c Rv)
Aanwijzing bevoegde rechter en roldatum (art. 111 lid 2 e-f Rv)
- Welke instantie? (absolute bevoegdheid)
- Wie binnen die instantie? (sectorale bevoegdheid)
- Waar in Nederland? (relatieve bevoegdheid) Let op: 99-110 Rv!
Wijze van ‘verschijnen’ in het geding + rechtsgevolgen ‘verstek’ (art.
111 lid 2 g-i Rv). Als men niet komt wijst de rechter de vordering
toe!
Verschuldigd griffierecht + rechtsgevolgen niet-voldoening (art. 111
lid 2 i en k-l Rv)
Waarheidsplicht art. 21 Rv en betwistingslast art. 149 Rv (art. 111 lid
2 sub m Rv)
Lichaam (‘fundamentum petendi’):
De gronden van de eis: feitelijke & juridische (art. 111 lid 2 sub d Rv)
- Vgl. art. 24-25 Rv: grenzen v/d rechtsstrijd en ambtshalve aanvulling
van rechtsgronden
Bewijsmiddelen van de eiser (art. 111 lid 3 Rv), aangehecht als
‘producties’