BORIS VERHAGE
DRUK 9
,SAMENVATTING H1
,Paragraaf 1
1.1.1
Marketing: omvat alle activiteiten die de koper en verkoper bij
elkaar brengen.
Duurzame relatie met je klanten krijgen
Het is de brug tussen productie en consumptie
Voornaamste doel van een markgerichte onderneming: inspelen op de wensen en behoeften
van de klant
Verschil tussen marketing en verkopen:
Verkopen: je probeert je producten kwijt te raken
Marketing: je wil je klanten de juiste producten en diensten aanbieden. Het product
verkoopt zich dan namelijk zelf.
1.1.2
Marktonderzoek: nodig om erachter te komen wie je producten koopt (klanten)
Marketingmix: marketing gaat zowel om het product als distributiekanalen, gunstige prijs,
goede promotie (= 4P’s)
Doelgroep: het deel van de markt waarop het bedrijf zich richt
Goede marketing (alle p’s in orde) zorgt voor:
hogere omzet
goede reputatie
duurzame relatie met de klant
1.1.3
Marketingmix: de 4 p’s zijn marketinginstrumenten om de markt te bewerken, wanneer
eentje verandert, heeft dit vaak gevolgen voor de rest van het beleid (andere p’s veranderen
daardoor ook)
Product: de goederen, diensten of ideeën die aan de wensen en behoeften van de
klant voldoen. Denk aan kwaliteit, garantie, verpakking, imago, assortiment en
service.
Prijs: de hoeveelheid geld je voor je product gevraagd wordt (afhankelijk van
kostprijs, concurrentie en elasticiteit van de markt)
Plaats (=distributie): de manier waarop het product bij de klant terecht komt
Promotie (=marketingcommunicatie): hoe het bedrijf met de markt communiceert en
de verkoop bevordert. Bv. social media, sales promotion(spaaracties)
, Alternatief voor de P’s zijn de 4 C’s:
Vier P’s Vier C’s
Product Customer Solution Oplossing voor
consument
Prijs Cost to the customer Prijs-kwaliteitverhouding
Plaats Convenience Gemak voor consument
Promotie Communication Wederzijdse
communicatie
4P’s = voor productiebedrijven
4C’s = bekeken vanuit een consumentenperspectief, voor klantgerichte organisaties
Heeft een modernere kijk
Bij de p’s wil je je product bij de klant brengen, terwijl je bij de C’s de klant aan jou wilt
binden
1.1.4
Doelgroep: het deel van de markt waarop de organisatie zich richt en tot klant wil maken.
wordt gekozen nadat de markt opgesplitst is in marktsegmenten
Klant: een trouwe consument die terugkomt
Ruilobject: kan een product /dienst/arbeidsinspanning/status zijn die (meestal) tegen geld
wordt geruild.