Samenvatting Verzekeringsrecht Literatuur
Week 1
Verzekeringen → risico-overdracht → gehele of gedeeltelijke overdracht van die risico’s
tegen een bepaalde prijs aan een of meer anderen is daarvoor een belangrijk middel. De één
verzekert zich tegen bepaald risico. Anderen verzekeren dat risico, nemen dat risico over.
Bijv. WAM houdt een verzekeringsplicht in voor bezitters of bepaalde houders van een
motorrijtuig en kentekenhouders en schrijft zij voor tegen welke risico’s de verzekering
dekking moet verlenen. Ook bemoeit zij zich met de verhouding tussen de WAM-verzekeraar
en de benadeelde, die in de regel een eigen recht op schadevergoeding tegenover de
verzekeraar heeft.
Wat de overeenkomst van verzekering betreft betekent dit dat zij in de eerste plaats wordt
beheerst door toepasselijke bepalingen in boek 3, vervolgens door bepalingen in het ook
weer gelaagde boek 6 en tenslotte door de bepalingen in titel 17 van boek 7 die specifiek
voor de verzekeringsovereenkomst zijn geschreven.
In het verzekeringsrecht kan van deze algemene bepalingen weer worden afgeweken. Zo in
de verzekeraar indien de verzekering door bedrog van de verzekeringnemer tot stand is
gekomen, aangewezen op de regeling inzake de mededelingsplicht bij het aangaan van de
verzekeringsovereenkomst in de art. 7:928 e.v. BW en kan hij zich alsdan krachtens art.
7:931 BW niet beroepen op art. 3:44 lid 3 BW dat over bedrog bij een rechtshandeling in het
algemeen handelt. In art. 7:942 BW wordt afgeweken van de verjaringsregels die titel 3:11
BW voor rechtsvorderingen geeft.
Van veel betekenis voor de toepassing van door de verzekeraar gebruikte
verzekeringsvoorwaarden is afd. 6.5.3. BW, welke afdeling handelt over algemene
voorwaarden en de eventuele vernietigbaarheid van bepaalde daarin voorkomende
bedingen.
In titel 7.17 BW worden verschillende soorten van dwingend recht onderscheiden.
Verzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij, de verzekeraar, zich tegen het genot
van premie jegens haar wederpartij, de verzekeringnemer, verbindt tot het doen van een of
meer uitkeringen, en bij het sluiten der overeenkomst voor partijen geen zekerheid bestaat,
dat, wanneer of tot welk bedrag enige uitkering moet worden gedaan, of ook hoe lang de
overeengekomen premiebetaling zal duren.
Verzekering → voorwaarden → a) de verzekeraar verbindt zich tot het doen van een of meer
uitkeringen, waaronder blijkens art. 7:926 lid 1 BW een prestatie in natura is begrepen; b) de
verzekeringnemer moet daarvoor premie betalen; c) bij het sluiten van de overeenkomst
bestaat voor beide partijen onzekerheid met betrekking tot de uitkeringskant en/of de
premiekant en d) de overeenkomst moet voldoen aan de nadere vereisten, gesteld aan de
schadeverzekering in art. 7:944 BW of aan die gesteld aan de sommenverzekering in art.
7:964 BW.
De mate van de voor de verzekering vereiste onzekerheid hangt af van de aard van het
verzekerde risico en van hetgeen de polis omtrent het verzekerde risico bepaalt.
De formulering van art. 7:925 BW sluit niet uit dat partijen het risico doen ingaan voor het
tijdstip van het aangaan van de verzekering en aldus dekking wordt gegeven voor voorvallen
die zich al daarvoor hebben voorgedaan mits daaromtrent ten tijde van het sluiten van de
verzekering nog wel subjectieve onzekerheid bestond.
,Ook indien de verzekeringnemer of verzekerde eerst na het indienen van de aanvraag maar
vóór de totstandkoming van de verzekering op de hoogte geraakt van de verwezenlijking van
het risico, is de verzekering in zoverre derhalve niet geldig.
Had de verzekeringnemer en/of de verzekerde ten tijde van het sluiten van de verzekering
geen kennis dat tijdens de periode van dekking met terugwerkende kracht reeds een schade
was voorgevallen, maar behoorde(n) zij dat wel te weten dan kan het niet mededelen
daarvan in strijd zijn met de mededelingsplicht krachtens art. 7:928 BW en dientengevolge
consequenties voor de verzekering hebben.
Bij een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid waarbij de uitkering eerst ingaat nadat een jaar van
onafgebroken arbeidsongeschiktheid is verstreken of vanaf een ander later tijdstip, kan de vraag rijzen
hoe het staat met de vereiste onzekerheid omtrent het intreden van een langdurige
arbeidsongeschiktheid indien reeds vóór of bij het sluiten van de verzekering sprake is van ziekte of
arbeidsongeschiktheid. Nu die reeds aanwezige ziekte of arbeidsongeschiktheid niet behoeft mee te
brengen dat ook een langdurige arbeidsongeschiktheid zal intreden, kan daaromtrent bij het sluiten
van de verzekering onzekerheid bestaan.
Verzetten de redelijkheid en billijkheid zich ertegen dat de verzekeraar zich in geval van
verzekering t.b.v. een derde niet zou kunnen beroepen op bekendheid van die derde-
verzekerde ten tijde van het sluiten van de verzekering met de verwezenlijking van het
verzekerd risico al voor dat tijdstip.
Bij de onderlinge waarborgmaatschappij zijn tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer
in beginsel twee verhoudingen van elkaar te onderscheiden. Enerzijds een contractuele
verhouding die door de verzekeringsrechtelijke bepalingen in titel 7.17 BW wordt beheerst,
anderzijds een lidmaatschapsverhouding tussen beide partijen die door titel 2.3 BW wordt
beheerst.
Kenmerkend voor de overeenkomst van schadeverzekering is haar strekking
vermogensschade die de verzekerde zou kunnen lijden, te vergoeden. Sommenverzekering
onverschillig of en in hoeverre met de verzekerde uitkering schade wordt vergoed. Art. 7:944
BW en art. 7:964 BW. Het onderscheid tussen schade- en sommenverzekering is van
betekenis voor de vraag of de specifieke bepalingen inzake schadeverzekering in afd. 7.17.2
BW dan wel inzake de sommenverzekering in afd. 7.17.3 BW van toepassing zijn.
Vorderingen tot schadevergoeding die de verzekerde ter zake van door hem geleden schade
– anders dan uit verzekering – op derden heeft, gaan bij wijze van subrogatie over op de
verzekeraar voor zover deze die schade, al dan niet verplicht vergoedt. Niet van toepassing
op de sommenverzekering.
Ter zake van een uitkering ingevolge een sommenverzekering een aantal gezichtspunten gegeven
voor voordeelverrekening bij letselschade, waarin in dit verband relevant zijn:
a. Van verrekening zal in het algemeen alleen dan sprake kunnen zijn indien de uikering ertoe
strekt dezelfde schade te vergoeden als die waarvoor de partij die zich op de
voordeelstoerekening beroept, aansprakelijk is;
c. geschiedt de uitkering o.g.v. een sommenverzekering - in welk geval de uitkering niet ervan
afhankelijk is of schade is geleden (art. 7:964 BW) en geen subrogatie plaatsvindt – die door de
benadeelde zelf is gesloten en betaald, dan komt verrekening in het algemeen niet in aanmerking, nu
het bestaan van een zodanige verzekering een aangelegenheid is die de schadeplichtige niet
aangaat, waar het afsluiten van een dergelijke verzekering een zuiver individuele en persoonlijke
beslissing is, zowel wat betreft de vraag of men een zodanige verzekering zal afsluiten, als wat betreft
de vraag voor welke bedragen men zich wenst te verzekeren en welke premie men in verband
daarmee bereid is te betalen.
Indien de rechter van oordeel is dat verrekening niettemin redelijk is, dan dient hij onder ogen te zien
of de redelijkheid dan niet ook meebrengt dat die verrekening wordt beperkt met het oog op de
premies die in de loop der tijd voor de verzekering zijn betaald.
, d. Is de premie voor de sommenverzekering door de aansprakelijke persoon betaald,dan kan
daarin aanleiding worden gevonden wel tot verrekening over te gaan, met name indien jegens de
benadeelde geen verplichting bestond tot het sluiten van de verzekering of tot betaling van de premie.
Mede i.v.m. het onder a. overwogene: zo oordeel de HR, komt daarbij mede betekenis toe aan het
antwoord op de vraag met welk oogmerk de aansprakelijke persoon de premie voor zijn rekening heeft
genomen.
e. Is de in het geding zijnde aansprakelijkheid gedekt door een verzekering, dan zal verrekening
van een uitkering ingevolge een sommenverzekering in het algemeen niet in overeenstemming met de
redelijkheid zijn.
sommenverzekering is krachtens art. 7:964 lid 1 BW slechts toegelaten bij
persoonsverzekering en bij verzekeringen welke daartoe bij algemene maatregel van
bestuur, zo nodig binnen daarbij vast te stellen grenzen, zijn aangewezen. Ook bij de
schadeverzekering doen zich vormen van persoonsverzekering voor.
Herverzekering is de overeenkomst waarbij een verzekeraar een of meer risico’s die uit de
door hem gesloten verzekeringsovereenkomst(en) voortvloeien, geheel maar meestal
gedeeltelijk, bij een of meer anderen verzekert. De bepalingen van titel 7.17 BW zijn niet van
toepassing op herverzekering.
Onderscheiden wordt in de eerste plaats naar de wijze waarop de herverzekering tot stand
komt. Tegenover de facultatieve herverzekering welke voor een aangeboden risico bij een
aparte overeenkomst tot stand komt, staat de obligatoire ververzekering waarbij van tevoren
is overeengekomen dat bepaalde omschreven risico’s aan de herverzekeraar moeten
worden aangeboden en door hem onder bepaalde voorwaarden moeten worden aanvaard.
Naast de obligatoire herverzekering komt de facultatief-obligatoire herverzekering voor.
In de tweede plaats wordt onderscheiden naar de wijze waarop en de mate waarin de
herverzekering plaatsvindt. Tegenover de proportionele herverzekering staat de niet-
proportionele herverzekering.
Onderscheiden wordt in de eerste plaats naar de wijze waarop de herverzekering tot stand
komt. Tegenover de facultatieve herverzekering welke voor een aangeboden risico bij een
aparte overeenkomst tot stand komt, staat de obligatoire herverzekering waarbij van tevoren
is overeengekomen dat bepaalde omschreven risico’s aan de herverzekeraar moeten
worden aangeboden en door hem onder bepaalde voorwaarden moeten worden aanvaard.
Naast de obligatoire herverzekering komt de facultatief-obligatoire herverzekering voor.
In de tweede plaats wordt onderscheiden naar de wijze waarop en de mate waarin de
herverzekering plaatsvindt. Tegenover de proportionele herverzekering staat de niet-
proportionele herverzekering.
Facultatieve → gaat het om een door de verzekeraar aangeboden post die de
herverzekeraar al dan niet kan aanvaarden.
Obligatoire → sprake van een overeenkomst tussen verzekeraar en herverzekeraar
krachtens welke de verzekeraar verplicht is alle in de overeenkomst omschreven risico’s aan
de herverzekeraar aan te bieden en deze laatste verplicht is deze op de overeengekomen
voorwaarden te aanvaarden.
Facultatief-obligatoire → het staat ter beoordeling van de verzekeraar welke posten hij wil
aanmelden, terwijl de herverzekeraar verplicht is het aangemelde risico te aanvaarden.
Proportionele herverzekering → de verzekeraar draagt een percentage van de door hem
verzekerde risico’s over aan de herverzekeraar, waarvoor hij een dienovereenkomstig
percentage van de door hem ontvangen premies aan de herverzekeraar verschuldigd is.
Quoten-contract → de herverzekeraar neemt de risico’s van de verzekeraar van alle
verzekerde posten voor een bepaald percentage over. Voor dat percentage draagt hij bij in
de schaden die ten laste van de verzekeraar komen en betaalt de verzekeraar hem een
Week 1
Verzekeringen → risico-overdracht → gehele of gedeeltelijke overdracht van die risico’s
tegen een bepaalde prijs aan een of meer anderen is daarvoor een belangrijk middel. De één
verzekert zich tegen bepaald risico. Anderen verzekeren dat risico, nemen dat risico over.
Bijv. WAM houdt een verzekeringsplicht in voor bezitters of bepaalde houders van een
motorrijtuig en kentekenhouders en schrijft zij voor tegen welke risico’s de verzekering
dekking moet verlenen. Ook bemoeit zij zich met de verhouding tussen de WAM-verzekeraar
en de benadeelde, die in de regel een eigen recht op schadevergoeding tegenover de
verzekeraar heeft.
Wat de overeenkomst van verzekering betreft betekent dit dat zij in de eerste plaats wordt
beheerst door toepasselijke bepalingen in boek 3, vervolgens door bepalingen in het ook
weer gelaagde boek 6 en tenslotte door de bepalingen in titel 17 van boek 7 die specifiek
voor de verzekeringsovereenkomst zijn geschreven.
In het verzekeringsrecht kan van deze algemene bepalingen weer worden afgeweken. Zo in
de verzekeraar indien de verzekering door bedrog van de verzekeringnemer tot stand is
gekomen, aangewezen op de regeling inzake de mededelingsplicht bij het aangaan van de
verzekeringsovereenkomst in de art. 7:928 e.v. BW en kan hij zich alsdan krachtens art.
7:931 BW niet beroepen op art. 3:44 lid 3 BW dat over bedrog bij een rechtshandeling in het
algemeen handelt. In art. 7:942 BW wordt afgeweken van de verjaringsregels die titel 3:11
BW voor rechtsvorderingen geeft.
Van veel betekenis voor de toepassing van door de verzekeraar gebruikte
verzekeringsvoorwaarden is afd. 6.5.3. BW, welke afdeling handelt over algemene
voorwaarden en de eventuele vernietigbaarheid van bepaalde daarin voorkomende
bedingen.
In titel 7.17 BW worden verschillende soorten van dwingend recht onderscheiden.
Verzekering is een overeenkomst waarbij de ene partij, de verzekeraar, zich tegen het genot
van premie jegens haar wederpartij, de verzekeringnemer, verbindt tot het doen van een of
meer uitkeringen, en bij het sluiten der overeenkomst voor partijen geen zekerheid bestaat,
dat, wanneer of tot welk bedrag enige uitkering moet worden gedaan, of ook hoe lang de
overeengekomen premiebetaling zal duren.
Verzekering → voorwaarden → a) de verzekeraar verbindt zich tot het doen van een of meer
uitkeringen, waaronder blijkens art. 7:926 lid 1 BW een prestatie in natura is begrepen; b) de
verzekeringnemer moet daarvoor premie betalen; c) bij het sluiten van de overeenkomst
bestaat voor beide partijen onzekerheid met betrekking tot de uitkeringskant en/of de
premiekant en d) de overeenkomst moet voldoen aan de nadere vereisten, gesteld aan de
schadeverzekering in art. 7:944 BW of aan die gesteld aan de sommenverzekering in art.
7:964 BW.
De mate van de voor de verzekering vereiste onzekerheid hangt af van de aard van het
verzekerde risico en van hetgeen de polis omtrent het verzekerde risico bepaalt.
De formulering van art. 7:925 BW sluit niet uit dat partijen het risico doen ingaan voor het
tijdstip van het aangaan van de verzekering en aldus dekking wordt gegeven voor voorvallen
die zich al daarvoor hebben voorgedaan mits daaromtrent ten tijde van het sluiten van de
verzekering nog wel subjectieve onzekerheid bestond.
,Ook indien de verzekeringnemer of verzekerde eerst na het indienen van de aanvraag maar
vóór de totstandkoming van de verzekering op de hoogte geraakt van de verwezenlijking van
het risico, is de verzekering in zoverre derhalve niet geldig.
Had de verzekeringnemer en/of de verzekerde ten tijde van het sluiten van de verzekering
geen kennis dat tijdens de periode van dekking met terugwerkende kracht reeds een schade
was voorgevallen, maar behoorde(n) zij dat wel te weten dan kan het niet mededelen
daarvan in strijd zijn met de mededelingsplicht krachtens art. 7:928 BW en dientengevolge
consequenties voor de verzekering hebben.
Bij een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid waarbij de uitkering eerst ingaat nadat een jaar van
onafgebroken arbeidsongeschiktheid is verstreken of vanaf een ander later tijdstip, kan de vraag rijzen
hoe het staat met de vereiste onzekerheid omtrent het intreden van een langdurige
arbeidsongeschiktheid indien reeds vóór of bij het sluiten van de verzekering sprake is van ziekte of
arbeidsongeschiktheid. Nu die reeds aanwezige ziekte of arbeidsongeschiktheid niet behoeft mee te
brengen dat ook een langdurige arbeidsongeschiktheid zal intreden, kan daaromtrent bij het sluiten
van de verzekering onzekerheid bestaan.
Verzetten de redelijkheid en billijkheid zich ertegen dat de verzekeraar zich in geval van
verzekering t.b.v. een derde niet zou kunnen beroepen op bekendheid van die derde-
verzekerde ten tijde van het sluiten van de verzekering met de verwezenlijking van het
verzekerd risico al voor dat tijdstip.
Bij de onderlinge waarborgmaatschappij zijn tussen de verzekeraar en de verzekeringnemer
in beginsel twee verhoudingen van elkaar te onderscheiden. Enerzijds een contractuele
verhouding die door de verzekeringsrechtelijke bepalingen in titel 7.17 BW wordt beheerst,
anderzijds een lidmaatschapsverhouding tussen beide partijen die door titel 2.3 BW wordt
beheerst.
Kenmerkend voor de overeenkomst van schadeverzekering is haar strekking
vermogensschade die de verzekerde zou kunnen lijden, te vergoeden. Sommenverzekering
onverschillig of en in hoeverre met de verzekerde uitkering schade wordt vergoed. Art. 7:944
BW en art. 7:964 BW. Het onderscheid tussen schade- en sommenverzekering is van
betekenis voor de vraag of de specifieke bepalingen inzake schadeverzekering in afd. 7.17.2
BW dan wel inzake de sommenverzekering in afd. 7.17.3 BW van toepassing zijn.
Vorderingen tot schadevergoeding die de verzekerde ter zake van door hem geleden schade
– anders dan uit verzekering – op derden heeft, gaan bij wijze van subrogatie over op de
verzekeraar voor zover deze die schade, al dan niet verplicht vergoedt. Niet van toepassing
op de sommenverzekering.
Ter zake van een uitkering ingevolge een sommenverzekering een aantal gezichtspunten gegeven
voor voordeelverrekening bij letselschade, waarin in dit verband relevant zijn:
a. Van verrekening zal in het algemeen alleen dan sprake kunnen zijn indien de uikering ertoe
strekt dezelfde schade te vergoeden als die waarvoor de partij die zich op de
voordeelstoerekening beroept, aansprakelijk is;
c. geschiedt de uitkering o.g.v. een sommenverzekering - in welk geval de uitkering niet ervan
afhankelijk is of schade is geleden (art. 7:964 BW) en geen subrogatie plaatsvindt – die door de
benadeelde zelf is gesloten en betaald, dan komt verrekening in het algemeen niet in aanmerking, nu
het bestaan van een zodanige verzekering een aangelegenheid is die de schadeplichtige niet
aangaat, waar het afsluiten van een dergelijke verzekering een zuiver individuele en persoonlijke
beslissing is, zowel wat betreft de vraag of men een zodanige verzekering zal afsluiten, als wat betreft
de vraag voor welke bedragen men zich wenst te verzekeren en welke premie men in verband
daarmee bereid is te betalen.
Indien de rechter van oordeel is dat verrekening niettemin redelijk is, dan dient hij onder ogen te zien
of de redelijkheid dan niet ook meebrengt dat die verrekening wordt beperkt met het oog op de
premies die in de loop der tijd voor de verzekering zijn betaald.
, d. Is de premie voor de sommenverzekering door de aansprakelijke persoon betaald,dan kan
daarin aanleiding worden gevonden wel tot verrekening over te gaan, met name indien jegens de
benadeelde geen verplichting bestond tot het sluiten van de verzekering of tot betaling van de premie.
Mede i.v.m. het onder a. overwogene: zo oordeel de HR, komt daarbij mede betekenis toe aan het
antwoord op de vraag met welk oogmerk de aansprakelijke persoon de premie voor zijn rekening heeft
genomen.
e. Is de in het geding zijnde aansprakelijkheid gedekt door een verzekering, dan zal verrekening
van een uitkering ingevolge een sommenverzekering in het algemeen niet in overeenstemming met de
redelijkheid zijn.
sommenverzekering is krachtens art. 7:964 lid 1 BW slechts toegelaten bij
persoonsverzekering en bij verzekeringen welke daartoe bij algemene maatregel van
bestuur, zo nodig binnen daarbij vast te stellen grenzen, zijn aangewezen. Ook bij de
schadeverzekering doen zich vormen van persoonsverzekering voor.
Herverzekering is de overeenkomst waarbij een verzekeraar een of meer risico’s die uit de
door hem gesloten verzekeringsovereenkomst(en) voortvloeien, geheel maar meestal
gedeeltelijk, bij een of meer anderen verzekert. De bepalingen van titel 7.17 BW zijn niet van
toepassing op herverzekering.
Onderscheiden wordt in de eerste plaats naar de wijze waarop de herverzekering tot stand
komt. Tegenover de facultatieve herverzekering welke voor een aangeboden risico bij een
aparte overeenkomst tot stand komt, staat de obligatoire ververzekering waarbij van tevoren
is overeengekomen dat bepaalde omschreven risico’s aan de herverzekeraar moeten
worden aangeboden en door hem onder bepaalde voorwaarden moeten worden aanvaard.
Naast de obligatoire herverzekering komt de facultatief-obligatoire herverzekering voor.
In de tweede plaats wordt onderscheiden naar de wijze waarop en de mate waarin de
herverzekering plaatsvindt. Tegenover de proportionele herverzekering staat de niet-
proportionele herverzekering.
Onderscheiden wordt in de eerste plaats naar de wijze waarop de herverzekering tot stand
komt. Tegenover de facultatieve herverzekering welke voor een aangeboden risico bij een
aparte overeenkomst tot stand komt, staat de obligatoire herverzekering waarbij van tevoren
is overeengekomen dat bepaalde omschreven risico’s aan de herverzekeraar moeten
worden aangeboden en door hem onder bepaalde voorwaarden moeten worden aanvaard.
Naast de obligatoire herverzekering komt de facultatief-obligatoire herverzekering voor.
In de tweede plaats wordt onderscheiden naar de wijze waarop en de mate waarin de
herverzekering plaatsvindt. Tegenover de proportionele herverzekering staat de niet-
proportionele herverzekering.
Facultatieve → gaat het om een door de verzekeraar aangeboden post die de
herverzekeraar al dan niet kan aanvaarden.
Obligatoire → sprake van een overeenkomst tussen verzekeraar en herverzekeraar
krachtens welke de verzekeraar verplicht is alle in de overeenkomst omschreven risico’s aan
de herverzekeraar aan te bieden en deze laatste verplicht is deze op de overeengekomen
voorwaarden te aanvaarden.
Facultatief-obligatoire → het staat ter beoordeling van de verzekeraar welke posten hij wil
aanmelden, terwijl de herverzekeraar verplicht is het aangemelde risico te aanvaarden.
Proportionele herverzekering → de verzekeraar draagt een percentage van de door hem
verzekerde risico’s over aan de herverzekeraar, waarvoor hij een dienovereenkomstig
percentage van de door hem ontvangen premies aan de herverzekeraar verschuldigd is.
Quoten-contract → de herverzekeraar neemt de risico’s van de verzekeraar van alle
verzekerde posten voor een bepaald percentage over. Voor dat percentage draagt hij bij in
de schaden die ten laste van de verzekeraar komen en betaalt de verzekeraar hem een