Samenvatting Natuurkunde HST 1&5 TW1
Generator: onderdeel van een elektriciteitscentrale dat werkt als een grote
dynamo: bewegingsenergie wordt ermee omgezet in elektrische
energie
Elektriciteitscentrale: centrale die grote hoeveelheden elektrische energie opwekt
Condensor: er wordt koelwater gebruikt om de stoom te laten condenseren
Het koelwater wordt meestal uit een rivier of meer gehaald
Energieverlies: Het gegeven dat er elektrische energie verloren gaat tijdens het transport,
doordat een deel van die energie wordt omgezet in warmte.
Hoogspanning: Hoge spanning (tot 380 kV) die wordt gebruikt om elektrische energie over
grote afstanden te vervoeren.
Netspanning: Spanning van 230 V, zoals je die thuis gebruikt.
Om het energieverlies te beperken kun je elektrische energie het best vervoeren bij een zo hoog
mogelijke spanning.
Gelijkspanning: Spanning die onveranderlijk is, zoals de spanning van een batterij of accu.
Wisselspanning: Spanning die voortdurend van plus naar min wisselt, zoals de spanning op het
lichtnet.
Effectieve spanning: De ‘gemiddelde’ spanning van een wisselspanning. Als je met een
wisselspanning moet rekenen, bijvoorbeeld om het vermogen uit te rekenen,
gebruik je de effectieve spanning.
Transformator: Apparaat dat een wisselspanning kan omzetten in een hogere of lagere
wisselspanning met behulp van twee spoelen om een weekijzeren kern.
, Primaire spoel: Onderdeel van een transformator dat elektrische energie opneemt uit het
lichtnet. Er loopt wisselstroom doorheen.
Secundaire spoel: De spanning die de secundaire spoel levert.
Elektromagneet: Een elektrisch onderdeel, zoals een spoel, dat zich onder invloed van een
elektrische stroom als een magneet gaat gedragen.
De spanning waarop de primaire spoel wordt aangesloten noem je de primaire spanning Up. De
spanning die de secundaire spoel levert noem je de secundaire spanning Us. Als een transformator
de spanning omhoog transformeert, is Us groter dan Up. Bij het omlaag transformeren is Us kleiner
dan Up.
Of de spanning hoger of lager wordt, hangt af van het aantal windingen van beide spoelen. Voor de
verhouding tussen Up en Us geldt namelijk:
Up/Us=Np/Ns
Hierin is:
• Up, Us de spanning in de primaire en secundaire spoel in volt (V);
• Np, Ns het aantal windingen in de primaire en secundaire spoel, zonder eenheid.
1.2
Vermogen: De hoeveelheid elektrische energie die een apparaat per seconde verbruikt.
De eenheid is watt (W).
Generator: onderdeel van een elektriciteitscentrale dat werkt als een grote
dynamo: bewegingsenergie wordt ermee omgezet in elektrische
energie
Elektriciteitscentrale: centrale die grote hoeveelheden elektrische energie opwekt
Condensor: er wordt koelwater gebruikt om de stoom te laten condenseren
Het koelwater wordt meestal uit een rivier of meer gehaald
Energieverlies: Het gegeven dat er elektrische energie verloren gaat tijdens het transport,
doordat een deel van die energie wordt omgezet in warmte.
Hoogspanning: Hoge spanning (tot 380 kV) die wordt gebruikt om elektrische energie over
grote afstanden te vervoeren.
Netspanning: Spanning van 230 V, zoals je die thuis gebruikt.
Om het energieverlies te beperken kun je elektrische energie het best vervoeren bij een zo hoog
mogelijke spanning.
Gelijkspanning: Spanning die onveranderlijk is, zoals de spanning van een batterij of accu.
Wisselspanning: Spanning die voortdurend van plus naar min wisselt, zoals de spanning op het
lichtnet.
Effectieve spanning: De ‘gemiddelde’ spanning van een wisselspanning. Als je met een
wisselspanning moet rekenen, bijvoorbeeld om het vermogen uit te rekenen,
gebruik je de effectieve spanning.
Transformator: Apparaat dat een wisselspanning kan omzetten in een hogere of lagere
wisselspanning met behulp van twee spoelen om een weekijzeren kern.
, Primaire spoel: Onderdeel van een transformator dat elektrische energie opneemt uit het
lichtnet. Er loopt wisselstroom doorheen.
Secundaire spoel: De spanning die de secundaire spoel levert.
Elektromagneet: Een elektrisch onderdeel, zoals een spoel, dat zich onder invloed van een
elektrische stroom als een magneet gaat gedragen.
De spanning waarop de primaire spoel wordt aangesloten noem je de primaire spanning Up. De
spanning die de secundaire spoel levert noem je de secundaire spanning Us. Als een transformator
de spanning omhoog transformeert, is Us groter dan Up. Bij het omlaag transformeren is Us kleiner
dan Up.
Of de spanning hoger of lager wordt, hangt af van het aantal windingen van beide spoelen. Voor de
verhouding tussen Up en Us geldt namelijk:
Up/Us=Np/Ns
Hierin is:
• Up, Us de spanning in de primaire en secundaire spoel in volt (V);
• Np, Ns het aantal windingen in de primaire en secundaire spoel, zonder eenheid.
1.2
Vermogen: De hoeveelheid elektrische energie die een apparaat per seconde verbruikt.
De eenheid is watt (W).