Colleges: Module-LKZ104 Mariene diversiteit - Introductiepagina (sharepoint.com)
HC2 – Wieren en algen
Hoofdstuk 28
Uitleggen hoe algen fylogenetisch zijn ingedeeld
De belangrijkste kenmerken van de verschillende algen taxa benoemen
Uitleggen waarom zeewier in potentie een duurzaam gewas is
Hoorcollege
Algen zijn de basis voor de mariene voedselketen: (1) productie van zuurstof; (2) macroalgen zijn
ecosystem engineers waar andere (juveniele) organismen kunnen schuilen; (3) basis van mariene
voedselketen; (4) belangrijk voor aquacultuur sector (laatste -> zie onderaan)
‘Algen’ is een verzamelnaam voor organismen die aan fotosynthese doen, maar niet tot
(land)planten worden gerekend. Het is dus één ecologische groep, maar niet een fylogenetische
groep.
Caulerpa = ééncellige algensoort.
Fylogenie algen:
- Blauwalg
- Microalg: fytoplankton, benthische microalgen
- Macroalga: zeewier
Algen op volgorde van relatie tot landplanten (van minste tot meeste relatie):
Blauwalgen = cyanobacteriën.
- ingedeeld bij de bacteriën
- eerste organismen met fotosynthese
- veranderen de atmosfeer van de aarde
- N2 fixatie, kunnen planten niet
Verwantschap met andere algen:
Algen en planten hebben endosymbiose met cyanobacterie: cyanobacterie wordt onderdeel van de
cel. Daaruit ontstonden rode algen (roodwier) en groene algen (groenwier), bij die laatste is één
membraan verloren gegaan, vandaar het verschil.
Secundaire endosymbiose: rode en groene algen worden opgenomen door andere eukaryote
heterotrofe cellen en hieruit ontstaan bijv. dinoflagellaten.
Protisten:
In de taxonomie is protista geen geldig taxon meer, omdat ze evolutionair gezien niet op elkaar
lijken.
4 groepen protisten (figuur 28.5):
1. Excavata
2. SAR: diatomeeën, bruine algen, dinoflagellaten, (radiolaria, foramineren)
3. Archaeplastida: rode algen, groene algen, (planten)
4. Unikonta: (fungi, dieren)
Dinoflagellaten:
- meestal eencellig, hebben twee flagellen
- autotroof, mixotroof of heterotroof
- kunnen giftig zijn als er red tides/blooms zijn
- werken samen met koraal poliepen en functioneren als zoöxanthellen: leveren zuurstof en suikers,
gebruikt CO2 en afvalstoffen. Koraalgroei gaat wel achteruit als er door eutrofiering teveel
dinoflagellaten zijn, omdat ze zelf alle fotosynthese producten gebruiken.
- hadden flagellen (zweepstaart), maar die zijn niet meer nodig als ze aan koraal gehecht zijn.
Diatomeeën: