Samenvatting Blok 3
MB
Week 1 & 2: Heup
Heup
Heupgewricht, ook wel art. acetabulo femurale of
art. coxae genoemd.
De heup is minder beweegbaar dan de schouder,
dit komt omdat de kom van de heup dieper is en doordat
het kapsel als een cilinder om de hals van het femur zit.
Pelvis: os ilium, os pubis en os ischium samen
Belangrijkste heupstabilisatoren: m. gluteus medius en
minimus.
Zonder abductoren of met verzwakte abductoren gaat je
bekken zwikken abnormaal gangbeeld (Trendelenburg
sign)
Bewegingsuitslagen heup
Flexie 110-120 MLPP: 30 flexie, 30 abductie, klein beetje exorotatie
Extensie 10-15 MCPP: extensie, endorotatie en abductie
Abductie 30-50 Kapselpatroon: flexie, abductie, endorotatie
Adductie 30
Exorotatie 40-60
Endorotatie 30-40 Heupprotheses
Prothese: een artificieel substituut voor een ontbrekend lichaamsdeel (kunstmatige
vervanger)
Belangrijkste pathologie voor prothese:
- Artrose
- Reumatoïde artritis
- Avasculaire necrose
- Heupfracturen
- Bottumoren
- Ziekte van Bechterew
Verschillende heupprotheses
- Totale: replacement
, o Gecementeerd (kunnen op een gegeven moment vemoeidheidsscheurtjes
krijgen waardoor de prothese los kan gaan zitten, bij ouderen is dit lang
genoeg.
Ouderen (>50)
Minder pijnlijk
Direct stabiel
Revalideert goed
Direct vol belasten: belangrijk voor de spieren
o Ongecementeerd
Poreuze coating
Jongeren (<50)
Meer pijn
Direct stabiel
Na 12w vol belasten
Bot groeit in coating
- Gedeeltelijke: resurfacing
Operatietechnieken
- Posterior benadering
o Verlies van exorotatoren functie
o Abductoren worden gespaard
o Vergroot risico op luxatie en spier atrofie
- Traditionele laterale benadering
o Altijd verlies van abductor functie, trochanter moet 8 weken genezen
- Anterior benadering (franse methode)
o Tussen de tensor fascia latae en rectus femoris door
o Aantrekkelijke techniek, beschadigd geen spieren.
o Risico op zenuw beschadiging
o Weinig ruimte voor de chirurg
o Snelle revalidatie
- MIS: minimal invasive surgery
o MISP: posterior
o MISA: anterior
Operatietechnieken bepalen voor een groot deel welke weefsels worden beschadigd. Hier
moet je dus je therapie op aanpassen.
Synoviaalgewricht
Bestaat uit:
Hyalien kraakbeen: opvangen compressiekrachten op het gewricht en zorgt ervoor
dat de boteinden elkaar niet raken
Gewrichtsholte: uniek bij synoviale gewrichten. Bevat een kleine hoeveelheid
synoviale vloeistof
Gewrichtskapsel: bestaat uit 2 lagen. De buitenste laag (fibreuse laag) is
samengesteld uit bindweefsel die in contact staat met de botten. De functie is het
versterken van het gewricht zodat de botten niet bij elkaar weg kunnen. De binnenste
laag (synoviaal membraan) is samengesteld uit los bindweefsel. Naast het voeden
van de fibreuse laag, zorgt het ook voor de voeding van de gewrichtsoppervlakken
wat geen kraakbeen is. De functie van het synoviale membraan is het maken van
synoviale vloeistof.
MB
Week 1 & 2: Heup
Heup
Heupgewricht, ook wel art. acetabulo femurale of
art. coxae genoemd.
De heup is minder beweegbaar dan de schouder,
dit komt omdat de kom van de heup dieper is en doordat
het kapsel als een cilinder om de hals van het femur zit.
Pelvis: os ilium, os pubis en os ischium samen
Belangrijkste heupstabilisatoren: m. gluteus medius en
minimus.
Zonder abductoren of met verzwakte abductoren gaat je
bekken zwikken abnormaal gangbeeld (Trendelenburg
sign)
Bewegingsuitslagen heup
Flexie 110-120 MLPP: 30 flexie, 30 abductie, klein beetje exorotatie
Extensie 10-15 MCPP: extensie, endorotatie en abductie
Abductie 30-50 Kapselpatroon: flexie, abductie, endorotatie
Adductie 30
Exorotatie 40-60
Endorotatie 30-40 Heupprotheses
Prothese: een artificieel substituut voor een ontbrekend lichaamsdeel (kunstmatige
vervanger)
Belangrijkste pathologie voor prothese:
- Artrose
- Reumatoïde artritis
- Avasculaire necrose
- Heupfracturen
- Bottumoren
- Ziekte van Bechterew
Verschillende heupprotheses
- Totale: replacement
, o Gecementeerd (kunnen op een gegeven moment vemoeidheidsscheurtjes
krijgen waardoor de prothese los kan gaan zitten, bij ouderen is dit lang
genoeg.
Ouderen (>50)
Minder pijnlijk
Direct stabiel
Revalideert goed
Direct vol belasten: belangrijk voor de spieren
o Ongecementeerd
Poreuze coating
Jongeren (<50)
Meer pijn
Direct stabiel
Na 12w vol belasten
Bot groeit in coating
- Gedeeltelijke: resurfacing
Operatietechnieken
- Posterior benadering
o Verlies van exorotatoren functie
o Abductoren worden gespaard
o Vergroot risico op luxatie en spier atrofie
- Traditionele laterale benadering
o Altijd verlies van abductor functie, trochanter moet 8 weken genezen
- Anterior benadering (franse methode)
o Tussen de tensor fascia latae en rectus femoris door
o Aantrekkelijke techniek, beschadigd geen spieren.
o Risico op zenuw beschadiging
o Weinig ruimte voor de chirurg
o Snelle revalidatie
- MIS: minimal invasive surgery
o MISP: posterior
o MISA: anterior
Operatietechnieken bepalen voor een groot deel welke weefsels worden beschadigd. Hier
moet je dus je therapie op aanpassen.
Synoviaalgewricht
Bestaat uit:
Hyalien kraakbeen: opvangen compressiekrachten op het gewricht en zorgt ervoor
dat de boteinden elkaar niet raken
Gewrichtsholte: uniek bij synoviale gewrichten. Bevat een kleine hoeveelheid
synoviale vloeistof
Gewrichtskapsel: bestaat uit 2 lagen. De buitenste laag (fibreuse laag) is
samengesteld uit bindweefsel die in contact staat met de botten. De functie is het
versterken van het gewricht zodat de botten niet bij elkaar weg kunnen. De binnenste
laag (synoviaal membraan) is samengesteld uit los bindweefsel. Naast het voeden
van de fibreuse laag, zorgt het ook voor de voeding van de gewrichtsoppervlakken
wat geen kraakbeen is. De functie van het synoviale membraan is het maken van
synoviale vloeistof.