AFP samenvatting
12.7 Hersenstam (truncus cerebri)
Ligt tussen het diencephalon en het ruggenmerg en is gedeeltelijk bedekt door de kleine hersenen.
Bestaat vooral uit afferente en efferente banen en uit korte banen die de overige hersendelen
verbinden. Bevat een aantal kernen. 4 functionele delen: middenhersenen, pons, verlengde merg en
reticulaire formatie.
12.7.1 Middenhersenen (mesenecephalon)
Klein deel van de hersenstam tussen pons en tussenhersenen. In de middenhersenen vernauwt het
4e ventrikel zich in tot een nauw kanaal, de aqueductus mesencephali die de verbinding met het 3 e
ventrikel vormt. Aan de ventrale zijde zijn 2 dikke zenuwbundels, die onder de dwarse vezels van de
pons uitkomen en dan naar links en rechts onder de optische banen door, de verbinding met de rest
van de hersenen vormen: pedunculi cerebri (hersenstelen). Bevatten de vezels van piramidebanen,
maar ook sensorische vezels op weg naar bepaalde delen van de grote hersenen. De
middenhersenen bevatten kernen: kernen van de hersenzenuwen die aan de middenhersenen
ontspringen, onderin aan de voorkant zitten de nucleus ruber (rode kern) en daaronder de substantia
nigra (zwarte kern), welke de schakelcentra vormen in de extrapiramidale banen.
12.7.2 Pons
Ventrale, verdikte deel in het midden van de hersenstam. Bestaat uit een grote hoeveelheid dwars
verlopende zenuwvezels die onder de kolom van verticaal georiënteerde banen van de hersensteel
lopen. De zenuwvezels verzorgen de verbindingen met beide helften van de kleine hersenen. Behalve
een aantal hersenzenuwkernen bevat de pons een aantal kernen die deel uitmaken van de reticulaire
formatie. Ook een grote kern die impulsen vanuit de hersenschors doorschakelt naar de kleine
hersenen.
12.7.5 Hersenzenuwen (nervi craniales)
12 in totaal. Behoren tot het perifere zenuwstelsel. Treden door de schedelbasis de schedel uit.
Romeinse nummering vindt in een bepaalde volgorde plaats: beginnend bij de middenhersenen en
eindigend bij het verlengde merg. De meeste verzorgen sensorische en motorische functies van het
hoofd en de hals. Uitzondering is de 10 e zenuw, N. vagus (zwervende zenuw), ‘zwerft’ met zeer veel
vertakkingen door de borst- en buikholte en reguleert vele vegetatieve functies van de romporganen.
I. Nervus olfactorius (reukzenuw)
a. Sensibele zenuw. Vervoert sensorische informatie vanuit de neus naar de hersenen.
Sluit aan op de bulbus olfactorius (reukkolf), verdikking onderaan de
voorhoofdskwab van de grote hersenen. Van daaruit wordt informatie verspreid over
de hersenen.
II. Nervus opticus (oogzenuw)
a. Sensibele zenuw die impulsen vanuit het netvlies naar de hersenen vervoert. Loopt
via de oogkas naar de schedelholte. Bij de hypofyse kruisen de linker- en
rechteroogzenuw: chiasma opticum.
III. Nervus oculomotorius (motorische zenuw)
a. Ontspringt net boven de pons uit de middenhersenen. Innerveert het
dwarsgestreepte spierweefsel van de ooglidspieren en van 4 van de 6 uitwendige
oogspieren waarmee je de oogbol beweegt. Bevat parasympathische motorische
vezels voor de inwendige oogspieren en de pupil.
IV. Nervus trochlearis (motorische oogspierzenuw)
, a. Ontspringt dorsaal aan de middenhersenen. Innerveert de bovenste schuine
oogspier.
V. Nervus trigeminus (drielingzenuw)
a. Gemengde zenuw aan de basis. Ontspringt ventraal van de olijfkern en splitst al snel
in 3 afzonderlijke zenuwen. Verzorgen sensibiliteit van een deel van het aangezicht
en de schedel, mondholte en tong. Bevatten motorische vezels die de kauwspieren
aansturen.
VI. Nervus abducens (motorische oogspierzenuw)
a. Ontspringt ventraal van de olijfkern. Innerveert de buitenste rechte oogspier.
VII. Nervus facialis (aangezichtszenuw)
a. Ontspringt onder de verbindingen tussen de pons met de kleine hersenen.
Gemengde zenuw, verzorgt het vervoer van smaakprikkels uit het voorste 2/3 deel
van de tong en bevat motorische vezels voor de aangezichtsspieren (mimiek). Er
lopen parasympathische motorische vezels mee voor de innervatie van de traanklier
en van 2 van de speekselklieren (onderkaak- en ondertongspeekselklier).
VIII. Nervus vestibulocochlearis/statoacusticus/octavus
a. Sensibele zenuw. Vindt vlakbij de N. facialis aansluiting op de hersenstam. Bestaat uit
2 delen: pars vestibularis (vervoert impulsen uit het evenwichtsorgaan) en pars
cochlearis (vanuit het slakkenhuis in het binnenoor).
IX. Nervus glossopharyngeus
a. Gemengde, sterk vertakte zenuw die vlak onder de pons, dorsaal van de olijfkern, uit
de hersenstam treedt. Een deel vervoert impulsen uit het achterste 1/3 deel van de
tong en uit de keelholte. Een ander deel komt van de sensoren in de wand van de
aortaboog en de halsslagaders. Motorische takken besturen de dwarsgestreepte
spieren van de keelwand en het strottenhoofd. Bevat ook parasympathische
motorische vezels voor de innervatie van de onderoorspeekselklier.
X. Nervus vagus (zwervende zenuw)
a. Grote gemengde zenuw, ontspringt met een aantal bundels aan het verlengde merg.
Enige hersenzenuw die zich ver buiten het hoofd-nekgebied bevindt en tot laag in de
romp veel vertakkingen heeft. Belangrijke parasympathische zenuw, die invloed
heeft op de werking van het hart en de longen en het peristaltiek en de klierwerking
in het spijsverteringskanaal. Verzorgt de sensoriek vanuit het slijmvlies van het
strottenhoofd, luchtwegen, longen en maag-darmkanaal. Bevat motorische
zenuwvezels, die in de spieren van gehemelte, keelwand en stembanden innerveren.
XI. Nervus accessorius
a. Motorisch. Treedt net onder de N. vagus uit het verlengde merg. Bestuurt spieren in
de nek en hals.
XII. Nervus hypoglossus
a. Motorisch. Verzorgt de tongbewegingen.
12.7 Hersenstam (truncus cerebri)
Ligt tussen het diencephalon en het ruggenmerg en is gedeeltelijk bedekt door de kleine hersenen.
Bestaat vooral uit afferente en efferente banen en uit korte banen die de overige hersendelen
verbinden. Bevat een aantal kernen. 4 functionele delen: middenhersenen, pons, verlengde merg en
reticulaire formatie.
12.7.1 Middenhersenen (mesenecephalon)
Klein deel van de hersenstam tussen pons en tussenhersenen. In de middenhersenen vernauwt het
4e ventrikel zich in tot een nauw kanaal, de aqueductus mesencephali die de verbinding met het 3 e
ventrikel vormt. Aan de ventrale zijde zijn 2 dikke zenuwbundels, die onder de dwarse vezels van de
pons uitkomen en dan naar links en rechts onder de optische banen door, de verbinding met de rest
van de hersenen vormen: pedunculi cerebri (hersenstelen). Bevatten de vezels van piramidebanen,
maar ook sensorische vezels op weg naar bepaalde delen van de grote hersenen. De
middenhersenen bevatten kernen: kernen van de hersenzenuwen die aan de middenhersenen
ontspringen, onderin aan de voorkant zitten de nucleus ruber (rode kern) en daaronder de substantia
nigra (zwarte kern), welke de schakelcentra vormen in de extrapiramidale banen.
12.7.2 Pons
Ventrale, verdikte deel in het midden van de hersenstam. Bestaat uit een grote hoeveelheid dwars
verlopende zenuwvezels die onder de kolom van verticaal georiënteerde banen van de hersensteel
lopen. De zenuwvezels verzorgen de verbindingen met beide helften van de kleine hersenen. Behalve
een aantal hersenzenuwkernen bevat de pons een aantal kernen die deel uitmaken van de reticulaire
formatie. Ook een grote kern die impulsen vanuit de hersenschors doorschakelt naar de kleine
hersenen.
12.7.5 Hersenzenuwen (nervi craniales)
12 in totaal. Behoren tot het perifere zenuwstelsel. Treden door de schedelbasis de schedel uit.
Romeinse nummering vindt in een bepaalde volgorde plaats: beginnend bij de middenhersenen en
eindigend bij het verlengde merg. De meeste verzorgen sensorische en motorische functies van het
hoofd en de hals. Uitzondering is de 10 e zenuw, N. vagus (zwervende zenuw), ‘zwerft’ met zeer veel
vertakkingen door de borst- en buikholte en reguleert vele vegetatieve functies van de romporganen.
I. Nervus olfactorius (reukzenuw)
a. Sensibele zenuw. Vervoert sensorische informatie vanuit de neus naar de hersenen.
Sluit aan op de bulbus olfactorius (reukkolf), verdikking onderaan de
voorhoofdskwab van de grote hersenen. Van daaruit wordt informatie verspreid over
de hersenen.
II. Nervus opticus (oogzenuw)
a. Sensibele zenuw die impulsen vanuit het netvlies naar de hersenen vervoert. Loopt
via de oogkas naar de schedelholte. Bij de hypofyse kruisen de linker- en
rechteroogzenuw: chiasma opticum.
III. Nervus oculomotorius (motorische zenuw)
a. Ontspringt net boven de pons uit de middenhersenen. Innerveert het
dwarsgestreepte spierweefsel van de ooglidspieren en van 4 van de 6 uitwendige
oogspieren waarmee je de oogbol beweegt. Bevat parasympathische motorische
vezels voor de inwendige oogspieren en de pupil.
IV. Nervus trochlearis (motorische oogspierzenuw)
, a. Ontspringt dorsaal aan de middenhersenen. Innerveert de bovenste schuine
oogspier.
V. Nervus trigeminus (drielingzenuw)
a. Gemengde zenuw aan de basis. Ontspringt ventraal van de olijfkern en splitst al snel
in 3 afzonderlijke zenuwen. Verzorgen sensibiliteit van een deel van het aangezicht
en de schedel, mondholte en tong. Bevatten motorische vezels die de kauwspieren
aansturen.
VI. Nervus abducens (motorische oogspierzenuw)
a. Ontspringt ventraal van de olijfkern. Innerveert de buitenste rechte oogspier.
VII. Nervus facialis (aangezichtszenuw)
a. Ontspringt onder de verbindingen tussen de pons met de kleine hersenen.
Gemengde zenuw, verzorgt het vervoer van smaakprikkels uit het voorste 2/3 deel
van de tong en bevat motorische vezels voor de aangezichtsspieren (mimiek). Er
lopen parasympathische motorische vezels mee voor de innervatie van de traanklier
en van 2 van de speekselklieren (onderkaak- en ondertongspeekselklier).
VIII. Nervus vestibulocochlearis/statoacusticus/octavus
a. Sensibele zenuw. Vindt vlakbij de N. facialis aansluiting op de hersenstam. Bestaat uit
2 delen: pars vestibularis (vervoert impulsen uit het evenwichtsorgaan) en pars
cochlearis (vanuit het slakkenhuis in het binnenoor).
IX. Nervus glossopharyngeus
a. Gemengde, sterk vertakte zenuw die vlak onder de pons, dorsaal van de olijfkern, uit
de hersenstam treedt. Een deel vervoert impulsen uit het achterste 1/3 deel van de
tong en uit de keelholte. Een ander deel komt van de sensoren in de wand van de
aortaboog en de halsslagaders. Motorische takken besturen de dwarsgestreepte
spieren van de keelwand en het strottenhoofd. Bevat ook parasympathische
motorische vezels voor de innervatie van de onderoorspeekselklier.
X. Nervus vagus (zwervende zenuw)
a. Grote gemengde zenuw, ontspringt met een aantal bundels aan het verlengde merg.
Enige hersenzenuw die zich ver buiten het hoofd-nekgebied bevindt en tot laag in de
romp veel vertakkingen heeft. Belangrijke parasympathische zenuw, die invloed
heeft op de werking van het hart en de longen en het peristaltiek en de klierwerking
in het spijsverteringskanaal. Verzorgt de sensoriek vanuit het slijmvlies van het
strottenhoofd, luchtwegen, longen en maag-darmkanaal. Bevat motorische
zenuwvezels, die in de spieren van gehemelte, keelwand en stembanden innerveren.
XI. Nervus accessorius
a. Motorisch. Treedt net onder de N. vagus uit het verlengde merg. Bestuurt spieren in
de nek en hals.
XII. Nervus hypoglossus
a. Motorisch. Verzorgt de tongbewegingen.