Inhoud
(Wedstrijd)sporters................................................................................................. 2
1. Pathofysiologie..................................................................................... 2
1.1 Bouw en werking circulatiestelsel..............................................................2
1.2 Effect van inspanning op circulatiestelsel..................................................2
1.3 Werking van parasympatische en sympatische zenuwstelsel....................4
1.4 Effect van inspanning op vertering en uitscheiding...................................5
2. Dieetleer.............................................................................................. 5
2.1 Dieetbehandelplan..................................................................................... 5
2.2 Risicoprofiel............................................................................................... 6
2.3 Medicatie................................................................................................... 6
2.4 Vitaminen en mineralen............................................................................. 6
2.5 Bepaling vochtverlies................................................................................. 6
2.6 Bepaling energiebehoefte..........................................................................6
2.7 Supplementen met prestatie bevorderend effect......................................7
3. Productleer........................................................................................... 7
4. Voedingsleer........................................................................................ 9
4.1 Voedingskundige analyse eiwitten.............................................................9
4.2 Voedingskundige analyse koolhydraten...................................................11
5. Succesvolle interventies gericht op (wedstrijd)sport..........................14
, (Wedstrijd)sporters
1. Pathofysiologie
1.1 Bouw en werking circulatiestelsel
Functies van het bloed:
- Transport stoffen/warmte
- Handhaven constant inwendig milieu (osmotische waarde, druk, pH)
- Beschermende functie (tegen ziekteverwekkers, lichaamsvreemde stoffen en
bloedstolling/bloedstelping)
Bloedsomloop:
Grote bloedsomloop: uitwisseling van voedingsstoffen en gassen tussen de
lichaamscellen en de haarvaten. Linkerhartkamer-aorta-weefsels in het lichaam-
uitwisseling voedingsstoffen/gassen-aders-ondeste/bovenste holle ader-rechterboezem.
Kleine bloedsomloop: opname van zuurstof in de longen en afgifte van CO2.
Rechterhartkamer-longen-linkerboezem.
Beschrijving bloedsomloop:
Zuurstofrijk bloed komt van de longen af en stroomt via de longaders weer terug in het
hart (linkerboezem). Het bloed stroomt dan via de linkerkamer naar de aorta en komt
terecht in de weefsels van het lichaam waar de zuurstof wordt afgegeven aan de
lichaamscellen. De lichaamscellen nemen zuurstof op en geven afvalstoffen af (o.a. CO2).
Het bloed stroomt via de aders en onderste/bovenste holle ader weer terug naar het hart
waar het terecht komt in de rechterboezem-rechterkamer > bloedsomloop begint
opnieuw.
Hartkleppen zorgen ervoor dat het bloed niet kan terug stromen.
Slagaders: bouw arteriën: afvoeren van bloed van het hart.
Dikke wand, geen kleppen (alleen bij aorta en truncus pulmonalis)
Wanden arteriën/venen
- Tunica intima: binnenste laag (endotheel + elastisch bindweefsel)
- Tunica media: middelste laag (elastisch bindweefsel + glad spierweefsel)
- Tunica adventitia: buitenste laag (losmazig bindweefsel, bloed- en lymfevaatjes)
Verschil venen en arteriën in bouw: tunica media, middelste laag. Is bij arteriën elastisch
bindweefsel erg compast en gegroepeerd. Bij venen heeft elastisch bindweefsel een veel
lossere structuur.
Capillairen (haarvaten)
Overgang arterie naar venen. Bouw: dunne wand, een laag endotheelcellen. De
stroomsnelheid van het bloed in de capillairen is zeer klein zodat er voldoende tijd is voor
uitwisseling van stoffen.
Venen (aders)
Aders voeren het bloed terug naar het hart, dunne slappe wand. > kleppen om
terugstromen van het bloed te voorkomen. Grotere diameter dan slagaders. Door
vasoconstrictie en vasodilatatie kan de inhoud van de venen wel 1 liter veranderen >
opslagfunctie (capaciteitsvaten).
Tussen de boezems en de kamers van het hart bevinden zich 2 soorten kleppen: de
atrioventriculaire kleppen en de arteriële kleppen.
Atrioventriculaire kleppen (AV): (d.m.v. chordoe tendineae verbonden met de papilairspier
in het hart,(hoge druk op vangen))
- Mitralisklep: tussen linnkerboezem en linkerkamer
- Triaspidalisklep: tussen rechterboezem en rechterkamer
Arteriële kleppen (halvermaanvormig):
- Aortaklep: tussen linkerkamer en aorta
- Pulmonalisklep: tussen rechterkamer en longslagader
1.2 Effect van inspanning op circulatiestelsel
Algemene inspanningsfysiologie
(Wedstrijd)sporters................................................................................................. 2
1. Pathofysiologie..................................................................................... 2
1.1 Bouw en werking circulatiestelsel..............................................................2
1.2 Effect van inspanning op circulatiestelsel..................................................2
1.3 Werking van parasympatische en sympatische zenuwstelsel....................4
1.4 Effect van inspanning op vertering en uitscheiding...................................5
2. Dieetleer.............................................................................................. 5
2.1 Dieetbehandelplan..................................................................................... 5
2.2 Risicoprofiel............................................................................................... 6
2.3 Medicatie................................................................................................... 6
2.4 Vitaminen en mineralen............................................................................. 6
2.5 Bepaling vochtverlies................................................................................. 6
2.6 Bepaling energiebehoefte..........................................................................6
2.7 Supplementen met prestatie bevorderend effect......................................7
3. Productleer........................................................................................... 7
4. Voedingsleer........................................................................................ 9
4.1 Voedingskundige analyse eiwitten.............................................................9
4.2 Voedingskundige analyse koolhydraten...................................................11
5. Succesvolle interventies gericht op (wedstrijd)sport..........................14
, (Wedstrijd)sporters
1. Pathofysiologie
1.1 Bouw en werking circulatiestelsel
Functies van het bloed:
- Transport stoffen/warmte
- Handhaven constant inwendig milieu (osmotische waarde, druk, pH)
- Beschermende functie (tegen ziekteverwekkers, lichaamsvreemde stoffen en
bloedstolling/bloedstelping)
Bloedsomloop:
Grote bloedsomloop: uitwisseling van voedingsstoffen en gassen tussen de
lichaamscellen en de haarvaten. Linkerhartkamer-aorta-weefsels in het lichaam-
uitwisseling voedingsstoffen/gassen-aders-ondeste/bovenste holle ader-rechterboezem.
Kleine bloedsomloop: opname van zuurstof in de longen en afgifte van CO2.
Rechterhartkamer-longen-linkerboezem.
Beschrijving bloedsomloop:
Zuurstofrijk bloed komt van de longen af en stroomt via de longaders weer terug in het
hart (linkerboezem). Het bloed stroomt dan via de linkerkamer naar de aorta en komt
terecht in de weefsels van het lichaam waar de zuurstof wordt afgegeven aan de
lichaamscellen. De lichaamscellen nemen zuurstof op en geven afvalstoffen af (o.a. CO2).
Het bloed stroomt via de aders en onderste/bovenste holle ader weer terug naar het hart
waar het terecht komt in de rechterboezem-rechterkamer > bloedsomloop begint
opnieuw.
Hartkleppen zorgen ervoor dat het bloed niet kan terug stromen.
Slagaders: bouw arteriën: afvoeren van bloed van het hart.
Dikke wand, geen kleppen (alleen bij aorta en truncus pulmonalis)
Wanden arteriën/venen
- Tunica intima: binnenste laag (endotheel + elastisch bindweefsel)
- Tunica media: middelste laag (elastisch bindweefsel + glad spierweefsel)
- Tunica adventitia: buitenste laag (losmazig bindweefsel, bloed- en lymfevaatjes)
Verschil venen en arteriën in bouw: tunica media, middelste laag. Is bij arteriën elastisch
bindweefsel erg compast en gegroepeerd. Bij venen heeft elastisch bindweefsel een veel
lossere structuur.
Capillairen (haarvaten)
Overgang arterie naar venen. Bouw: dunne wand, een laag endotheelcellen. De
stroomsnelheid van het bloed in de capillairen is zeer klein zodat er voldoende tijd is voor
uitwisseling van stoffen.
Venen (aders)
Aders voeren het bloed terug naar het hart, dunne slappe wand. > kleppen om
terugstromen van het bloed te voorkomen. Grotere diameter dan slagaders. Door
vasoconstrictie en vasodilatatie kan de inhoud van de venen wel 1 liter veranderen >
opslagfunctie (capaciteitsvaten).
Tussen de boezems en de kamers van het hart bevinden zich 2 soorten kleppen: de
atrioventriculaire kleppen en de arteriële kleppen.
Atrioventriculaire kleppen (AV): (d.m.v. chordoe tendineae verbonden met de papilairspier
in het hart,(hoge druk op vangen))
- Mitralisklep: tussen linnkerboezem en linkerkamer
- Triaspidalisklep: tussen rechterboezem en rechterkamer
Arteriële kleppen (halvermaanvormig):
- Aortaklep: tussen linkerkamer en aorta
- Pulmonalisklep: tussen rechterkamer en longslagader
1.2 Effect van inspanning op circulatiestelsel
Algemene inspanningsfysiologie