5.1
Hoofdvormen voor strategie:
– Defensieve Strategie = Als een bedrijf/ organisatie/ onderneming zo goed mogelijk
wil voldoen aan de eisen die die omgeving stelt. (reorganiseren)
– Offensieve Strategie = Als een bedrijf/ organisatie/ onderneming probeert de
omgeving beter te laten passen bij zichzelf door die omgeving te beïnvloeden
De keuze voor een defensieve of een offensieve strategie noemen we de keuze voor de
hoofdvorm van de strategie
5.2
Alternatieve uitgangspunten voor een strategie:
Uitgangspunten voor het kiezen van een strategie:
– goedkoper zijn dan je concurrent
– beter zijn door goede service
Uitgangspunten voor een strategie die de volgende auteurs aanreiken:
– Porter
– Johnson en Scholes
– Treacy en Wiersema
– Cooper
– Kim en Mauborgne
– Miles en Snow
Porter:
Generieke strategieën van Porter:
– Kostenleiderschap: lage kosten productie. De lagekostenproducent verkoopt
meestal een standaardproduct zonder extra's. Bijvoorbeeld in de luchtvaartindustrie
bij de prijsstunters zoals Easy Jet
– Differentiatie: Unieke positie om zich te onderscheiden van de concurrent. Een
voorbeeld van een differentiatiestrategie vormt bij de Bijenkorfwinkelketen in
Nederland. De klant heeft ervoor over om hier extra voor te betalen.
– Focus: Kostenfocus en differentiatiefocus. Hierbij focust het bedrijf zich op een
marktsegment.
Generieke Strategieën = Strategieën die het uitgangspunt vormen voor de
strategievorming.
Generieke strategieën Porter: gericht op 'iets' beter doen dan de concurrenten
(concurrentievoordeel).
De drie uitgangspunten voor de strategievorming:
, Ervaringscurve = Deze curve geeft aan dat naarmate men meer producten maakt, de
hiermee de kosten lager worden.
In de figuur zie je een 85%-ervaringscurve. Dit wil zeggen dat bij elke verdubbeling van de
ervaring , de kosten van de producten nog maar 85% bedragen van de prijs vóór de
verdubbeling van de ervaring.