Dhr./Mw. Vergeer
Dhr./Mw. Vergeer is vijf dagen geleden opgenomen in het ziekenhuis vanwege het doormaken van
een hartinfarct in de thuissituatie. Als gevolg van het hartinfarct heeft hij/zij een hartstilstand gehad
en is succesvol gereanimeerd. Hij/zij is bij aankomst in het ziekenhuis gedotterd en is inmiddels
stabiel en buiten levensgevaar. Na de dotterprocedure krijgt Dhr./Mw. antistolling per subcutane
injectie. Hij/zij heeft een schaafwond op zijn/haar rechterbovenarm ten gevolge van een val
tijdens het hartinfarct.
Het gaat nu dusdanig goed dat hij/zij de volgende dag met ontslag mag. Dhr./Mw. Vergeer
is hier heel blij mee maar is wel heel erg geschrokken van wat er is gebeurd. Hij/zij heeft veel
behoefte om te praten over wat hij/zij allemaal heeft meegemaakt. Hij/zij is erg onzeker over
zijn/haar eigen lichaam geworden, want welke garanties heeft hij/zij dat het niet nog een keer
gebeurt?
Dhr./Mw. Vergeer is getrouwd. Zij hebben samen twee kinderen. Dhr./Mw. werkt als leraar
Frans op een middelbare school en ervaart veel stress op het werk. Door drukte op het werk komt
hij/zij niet aan ontspanning toe.
Student: Jij loopt stage op de afdeling cardiologie en hebt vandaag de zorg voor Dhr./Mw. Vergeer.
VTV
Variant 1. Jij gaat de bloeddruk meten en de rode wond op de bovenarm verzorgen;
Of
Variant 2. Jij gaat volgens recept* de antistollings spuit klaar maken en deze toedienen via een
subcutane injectie.
*Het recept wordt uitgereikt tijdens de voorbereiding direct voor het PA, er wordt een te
injecteren hoeveelheid in milliliters weergegeven.
Gegevens verzamelen:
Patiënt heeft een hartinfarct gehad
Patiënt is gereanimeerd
Patiënt is gedotterd
Patiënt heeft een schaafwond op rechterbovenarm
Patiënt is geschrokken en onzeker
Ervaart veel stress op werk
Patiënt mag met ontslag
ORGAANSYSTEMEN:
1. Cardiovasculair systeem (hartinfact): Bij een hartinfarct (of hartaanval) raakt een
bloedvat van het hart plotseling afgesloten. Het meest voorkomende signaal is een
drukkende pijn op de borst, die kan uitstralen naar andere delen van je lichaam.
1
, 2. Afweersysteem (schaafwond): Als er een wond ontstaat komen er stoffen vrij die
afweercellen naar de plek van de wond lokken. Bij een infectie is er onvoldoende
plaatselijke afweer tegen micro-organismen, bijvoorbeeld bacteriën en virussen.
Psychosociaal problemen: Onzekerheid, Risico op burn-out/stress, angst
P: Risico op infectie
E: Schaafwond op rechter bovenarm door het vallen
S: Huiddefect
interventies: Wond schoonhouden, steriel werken en patiënt op de hoogte stellen van het
belang van goede wondverzorging.
P: Huiddefect
E: Gevallen door hartinfarct
S: Kapotte huid/ schaafwond (zichtbaar)
Interventies: Wond behandeling, checken op infectie/wond goed schoon houden SMART
doel stellen.
P: Overbelasting
E: Werk
S: Komt niet aan zijn/haar ontspanning toe
Interventies: Werk aanpassen en aangeven dat het zo niet meer gaat
P: Angst (om naar huis te gaan)
E: Hartinfarct
S: Is onzeker over lichaam en ervaart stress door hartinfarct.
Interventies: Praten met lotgenoten die ook een hartinfarct hebben meegemaakt, steun
zoeken. Hygiënische verzorging van de wond
Casus 2
2