De analyse door middel van het berekenen van kengetallen (ratio’s) =
ratioanalyse. De berekende kengetallen worden ingedeeld:
- Rentabiliteitskengetallen
- Solvabiliteitskengetallen
- Liquiditeitskengetallen
Historische analyse= verbetering of verslechtering worde aangegeven zonder
daar een absoluut oordeel aan te verbinden.
bedrijfsvergelijkende analyse= kengetallen van de onderneming vergelijken met
die van andere ondernemingen, bij voorkeur soortgelijke bedrijven.
Rentabiliteitskengetallen:
Winstgevendheid is een belangrijke voorwaarde om de continuïiteit van de
onderneming te waarborgen. De winst kan worden gerelateerd aan de omzet =
burtowinstmarge (gross profit margin)
Brutowinstmarge = bedrijfsresultaat / omzet
Het bedrijfsresultaat (operating income) bestaat uit de winst voor aftrek van
financieringslasten
(interest) en belastingen ( EBIT: earnings before interest and taxes). De
brutowinstmarge geeft het verschil aan tussen de verkoopprijs en de kostprijs
van de verkochte goederen. Hieruit kan worden afgeleid in welke mate de
onderneming is opgewassen tegen prijsdaling of kostenstijgingen.
Onder rentabiliteit (profitability) verstaat men in het algemeen de verhouding
tussen inkomen (winst) en het vermogen dat dit inkomen heeft verdiend.
Ten behoeve van de continuïteit van de onderneming moet op lange termijn het
bedrijfsresulataat voldoende groot zijn om de door de vermogenverschaffers
gewenste uitkeringen on de vorm van dividend of intrest te kunnen doen. De
rentabilteit van het totaal in de onderneming geïnversteerde vermogen (RTV)
(ROA: return on assets) :
RTV= bedrijfsresultaat / gemiddeld totaal geïnversteerd vermogen * 100%
Voor verschaffers van eigen vermogen is niet het bedrijfsresultaat van belang,
omdat hieruit eerst nog de intrestvergoeding over het vreemd vermogen en de
winstbelasting moet worden betaald.
De berekening van de rentabiliteit van het eigen vermogen na aftrek van
belasting (REVnb) (ROE: return on equity):
REVnb = winst na aftrek van intrest en belasting / gemiddeld geïnvesteerd eigen
vermogen * 100%
De rentabiliteit van het eigen vermogen kan ook voor aftrek van belasting worden
berekend:
REVnb= winst na aftrek van intrest / gemiddeld geïnvesteerd eigen vermogen *
100%
Voor vreemdvermogenverschaffers is de rentabiliteit van het in de onderneming
geïnversteerde vermogen gelijk aan het afgesproken intrestpercentage.
De onderneming beschouwt de betaalde intrest als kosten. De gemiddelde
rentabiliteit van het vreemd vermogen (RVV) (ACD: average cost of debt) kan dan
ook worden gezien als een gemiddelde kostenvoet van het vreemd vermogen:
RVV = betaalde intrest / gemiddeld geïnversteerde vreemd vermogen * 100 %
Financiële hefboomeffect = sprake van winst op het gebruik van vreemd
vermogen, deze winst komt ten goede aan de rentabiliteit van het eigen
vermogen. (financial leverage)
Hefboomfactor= verhouding tussen het vreemd vermogen en het eigen
vermogen (VV/EV). (leverage factor)
Bedrijfsrisco of ondernemingsrisco (operating risk) = het bestaan van
onzekerheid omtrent de hoogte van de rentabiliteit van het totale vermogen.
, Het financieel risco (financial risk)= geeft de extra onzekerheid ten aanzien van
de hoogte van de rentabiliteit van het eigen vermogen weer.
Financieel risco = bedrijfsrisco * hefboomfactor
De Dupont Chart maakt gebruik van het volgende verband tussen de rentabiliteit
van het totale vermogen en brutowinstmarge:
RTV = omloopsnelheid totaal vermogen * brutowinstmarge
De omloopsnelheid van het totale vermogen ( total assets turnover ratio) = de
relatie tussen de omzet en het toaal geïnversteerde vermogen.
Solvabiliteitskengetallen:
Solvabiliteit (solvency) = de mate waarin een onderneming in geval van
liquidatie kan voldoen aan haar financiële verplichtingen aan de verschaffers van
vreemd vermogen. Bij liquidatie moeten uit de opbrengst van de verkoop van de
activa eerst de schulden worden afgelost. Het eigen vermogen fungeert hierbij
als buffer, aangezien de opbrengst van de activa bij liquidatie (de
liquidatiewaarde) meestal lager is dan de boekwaarde. De resterende gelden
worden uitgekeerd aan de eigen vermogenverschaffers.
De solvabiliteits wordt meestal gemeten als de verhouding eigen vermogen /
totaal vermogen.
De debt ratio (DR) geeft aan welke gedeelte van de totale vermogensbehoefte
met vreemd vermogen is gefinancierd:
Debt ratio = vreemd vermogen / totaal vermogen
De solvabiliteit en de debt ratio geven een indruk van de grootte van de buffer
ten behoeve van de verschaffers van vreemd vermogen.
Weerstandsvermogen ( financial resilience) = het vermogen van de onderneming
om ook in ongunstige tijden de activiteiten voort te kunnen zetten.
Samenhangend met de rentedekkingsfastor (interest coverage ratio):
Rentedekkingsfactor = bedrijfsresultaat / intrestlasten vreemd vermogen
= winst voor aftrek van intrest en belastingen / intrestlasten
vreem vermogen De rentedekkingsfactor geeft aan in welke mate het
bedrijfsresultaat mag dalen zonder dat daarmee de betaling van de
verschuldigde intrest aan vreemdvermogenverschaffers in gevaar komt. Bij een
waarde kleiner dan 1 is de behaalde winst onvoldoende groot om de intrest te
kunnen voldoen en moet worden ingeteerd op het eigen vermogen.
De elasticiteit ( elasticity) van de vermogensstructuur geeft weer in welke mate
de vermogensvoorzieningen kan worden aangepast aan een veranderende
vermogensbehoefte.
Liquiditeitskengetallen:
Liquiditeit (liquidity) = in welke mate zij aan lopende betalingsplichtingen kan
voldoen.
Dynamische liquiditeit (dynamic liquidity) = geeft aan of in een bepaalde periode
de binnenkomende geldstroom de uitgaande geldstroom overtreft.
Liquiditeitsbegroting (cash flow forecast) = een overzicht van de verwachte
ontvangsten en uitgaven in een komende periode.
Statische liquiditeit (static liquidity) = geeft aan of de onderneming, giezien de
hoeveelheid en samenstelling van de vlottende activa, aan de op kortere termijn
opeisbare verplichtingen kan voldoen. Voor beoordeling van de statische
liquiditeit zijn de vlottende activa en het kortlopende vreemd vermogen van
belang.
Nettowerkkapitaal (net working capital) = het deel van de vlottende activa
(current assest) dat met lang vermogen (long-term-liabilities) is gefinancierd. Dus
het geeft aan met welk bedrag de vlottende activa, ook wel brutowerkkapitaal,
het kortlopend vreemd vermogen (current liabilities) overtreffen.
Nettowerkkapitaal = vlottende activa – kortlopend vreemd vermogen