Bewijsrecht
Inleiding
De bewijsvraag:
- Vier deelvragen van de bewijsvraag
1. Is er bewijs voor het ten laste gelegde?
2. Wordt het bewijs toegelaten?
3. Is er voldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te komen?
a. Wordt ieder onderdeel van de bewezenverklaring door ten minste een
bewijsmiddel bewezen?
b. Voldoet de bewezenverklaring als geheel aan de
bewijsminimumregels?
4. Is de rechter overtuigd dat de verdachte ten laste gelegde heeft begaan?
- Het onmiddellijkheidsbeginsel/ openbaarheid zitting.
Feiten van algemene bekendheid
Feiten en omstandigheden van algemene bekendheid behoeven geen bewijs.
Algemeen bekend bij iedereen of iedereen in bepaalde kringen.
Bewijsmiddelen
Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend:
1. eigen waarneming van den rechter
2. verklaringen van den verdachte
3. verklaring van een getuige
4. verklaringen van een deskundigen
5. schriftelijke bescheiden
Bewijsmateriaal verzameld tijdens terechtzitting
Eigen waarneming van de rechter (art.340 sv)
- Getoonde voorwerpen, videobeelden, geluidsfragmenten
- Het zelf waarnemen van een ‘verklaring’ valt hier niet onder.
- Mag niet gaan om waarnemingen buiten het onderzoek ter terechtzitting.
- Onderzoek ter terechtzitting verplaatsen: schouw
Verklaringen van de verdachte
- Ter ziting afgelegd verklaring = meestal (gedeeltelijke) bekentenis
- Ontkennende verklaring kan ook, maar wordt meegenomen in bewijsconstructie
- Zwijgen is geen ‘verklaring’, maar kan wel worden meegenomen. Bijvoorbeeld
- Indien vragen niet worden beantwoord, kan verweer worden verworpen.
Inleiding
De bewijsvraag:
- Vier deelvragen van de bewijsvraag
1. Is er bewijs voor het ten laste gelegde?
2. Wordt het bewijs toegelaten?
3. Is er voldoende bewijs om tot een bewezenverklaring te komen?
a. Wordt ieder onderdeel van de bewezenverklaring door ten minste een
bewijsmiddel bewezen?
b. Voldoet de bewezenverklaring als geheel aan de
bewijsminimumregels?
4. Is de rechter overtuigd dat de verdachte ten laste gelegde heeft begaan?
- Het onmiddellijkheidsbeginsel/ openbaarheid zitting.
Feiten van algemene bekendheid
Feiten en omstandigheden van algemene bekendheid behoeven geen bewijs.
Algemeen bekend bij iedereen of iedereen in bepaalde kringen.
Bewijsmiddelen
Als wettige bewijsmiddelen worden alleen erkend:
1. eigen waarneming van den rechter
2. verklaringen van den verdachte
3. verklaring van een getuige
4. verklaringen van een deskundigen
5. schriftelijke bescheiden
Bewijsmateriaal verzameld tijdens terechtzitting
Eigen waarneming van de rechter (art.340 sv)
- Getoonde voorwerpen, videobeelden, geluidsfragmenten
- Het zelf waarnemen van een ‘verklaring’ valt hier niet onder.
- Mag niet gaan om waarnemingen buiten het onderzoek ter terechtzitting.
- Onderzoek ter terechtzitting verplaatsen: schouw
Verklaringen van de verdachte
- Ter ziting afgelegd verklaring = meestal (gedeeltelijke) bekentenis
- Ontkennende verklaring kan ook, maar wordt meegenomen in bewijsconstructie
- Zwijgen is geen ‘verklaring’, maar kan wel worden meegenomen. Bijvoorbeeld
- Indien vragen niet worden beantwoord, kan verweer worden verworpen.