Les 1
Kostenberekeningen en investeringsselecties zijn belangrijk
Financieringsplan:
- Interne financiering
- Externe financiering (aantrekken van geld: VV of EV)
Kostenberekening:
- Bedrijfseconomische doelstellingen:
o Behalen van winst (kapitaalverschaffers vergoeding te geven)
o Kostendekkend zijn
- Logistieke doelstellingen:
1. Grotere omzet met huidige capaciteit (op tijd leveren, minder
fouten in leveringen, betere servicegraad & betere behandeling
van retourzendingen)
2. Lagere logistieke kosten (goede beheersing van goederenstroom
door betere systemen en methoden)
3. Het in voorraden geïnvesteerd vermogen verminderen (lagere
voorraden)
Maatstaven voorraad:
- Omzetsnelheid van de voorraad: inkoopwaarde van de omzet in
€ / gemiddelde voorraad in €. Uitkomst is __x per jaar
(bijvoorbeeld 3x per jaar gemiddelde voorraad verkopen).
Voorbeeld:
o 4 mln omzet
o Inkopen 1,1 mln
o Brutowinst is 300%
o Gemiddelde voorraad = 100.000 €
o 4 mln / 400 * 100 = 1 mln / 100.000 = 10 x per jaar
Vergroten van omloopsnelheid kan door:
1. Beperken van het aantal artikelen
2. Vergroten van aantal toepassingen
3. Beperken van een aantal kwaliteiten of soorten
- Aantal voorraaddagen: gemiddelde voorraad / gemiddelde
inkoopwaarde van de omzet per dag
Voorbeeld:
o 100.000 / (1.000.) = 36 dagen
- Inslagpercentage van de omzet (wordt gehanteerd om de
verhoudingen/verschillen tussen inkoop en verkoop te ontdekken in
relatie tot brutowinst van artikelgroep):
Inkoopwaarde per verkochte eenheid (alles gebruiken wat je
verspilt) / verkoopprijs van deze eenheid x 100%
Voorbeeld:
Bier inkopen inclusief verspilling is €0,20 / € 2 verkoopprijs = 0,1
10%
- Gemiddeld normatieve inslagpercentage: wordt gehanteerd om de
verhoudingen/verschillen te ontdekken in relatie tot brutowinst van
, een hoofdgroep:
Inkoopbedrag / omzet of verkoop x 100%
- Afvalpercentage: nettogewicht / brutogewicht x 100
- Afvalfactor: brutogewicht / netto gewicht
Voorbeeld aardappels:
300 gram / 240 gram = 1,25
- Integrale kostprijs: factor (kosten/afval) x oude totale
inkoopprijs + loonwerktijd
Optimale bestelhoeveelheid:
Bestelkosten (plaatsen van bestellingen, leverancierskeuze etc.)
Formule van Camp
o Qopt = optimale bestelhoeveelheid
o D = verwachte afzet per jaar
o Cb = bestelkosten per bestelling
o Cv = voorraadkosten per product
- Voorraadkosten (ruimte, rente & risico)
Optimale bestelfrequentie = aantal per jaar / uitkomst optimale
bestelhoeveelheid
Beleid: hieronder verstaan we een geheel van regels, denkbeelden,
maatregelen en handelwijzen die worden vastgesteld om een doelstelling
te bereiken. Beleid moet worden overgedragen. Dit is gebaseerd op een
planning. (het heeft te maken met het ordenen van toekomstige
activiteiten. Het heeft de volgende fases:
1. Voorbereiding van beslissingen
2. Beslissingen nemen
3. Ontwikkeling van acties om de beslissingen uit te kunnen voeren
4. Uitvoering
- Langetermijnplanning: algemene doelstellingen van de organisatie,
tijdsduur van 5 tot 15 jaar. Ook wel strategische planning
- Middellangetermijnplanning: tijdsduur van 2 tot 5 jaar, het gaat om
nadere detaillering te ontwikkelen van de langetermijnplanning. Ook
wel tactische of organisatorische planning
- Kortetermijnplanning: gericht op uitvoerende werkzaamheden, voor
1 jaar of korter. Ook wel operationele planning
Inkoopsystemen:
Inkoopfunctie: de juiste hoeveelheid op het juiste ogenblik van de juiste
kwaliteit tegen de juiste prijs.
Beheersfunctie: omvat de totale goederenstroom door het gehele bedrijf.
Controlefunctie: moet geschieden op punten in de goederenstroom en de
geldstroom.
Veel voorkomende vormen zijn:
Kostenberekeningen en investeringsselecties zijn belangrijk
Financieringsplan:
- Interne financiering
- Externe financiering (aantrekken van geld: VV of EV)
Kostenberekening:
- Bedrijfseconomische doelstellingen:
o Behalen van winst (kapitaalverschaffers vergoeding te geven)
o Kostendekkend zijn
- Logistieke doelstellingen:
1. Grotere omzet met huidige capaciteit (op tijd leveren, minder
fouten in leveringen, betere servicegraad & betere behandeling
van retourzendingen)
2. Lagere logistieke kosten (goede beheersing van goederenstroom
door betere systemen en methoden)
3. Het in voorraden geïnvesteerd vermogen verminderen (lagere
voorraden)
Maatstaven voorraad:
- Omzetsnelheid van de voorraad: inkoopwaarde van de omzet in
€ / gemiddelde voorraad in €. Uitkomst is __x per jaar
(bijvoorbeeld 3x per jaar gemiddelde voorraad verkopen).
Voorbeeld:
o 4 mln omzet
o Inkopen 1,1 mln
o Brutowinst is 300%
o Gemiddelde voorraad = 100.000 €
o 4 mln / 400 * 100 = 1 mln / 100.000 = 10 x per jaar
Vergroten van omloopsnelheid kan door:
1. Beperken van het aantal artikelen
2. Vergroten van aantal toepassingen
3. Beperken van een aantal kwaliteiten of soorten
- Aantal voorraaddagen: gemiddelde voorraad / gemiddelde
inkoopwaarde van de omzet per dag
Voorbeeld:
o 100.000 / (1.000.) = 36 dagen
- Inslagpercentage van de omzet (wordt gehanteerd om de
verhoudingen/verschillen tussen inkoop en verkoop te ontdekken in
relatie tot brutowinst van artikelgroep):
Inkoopwaarde per verkochte eenheid (alles gebruiken wat je
verspilt) / verkoopprijs van deze eenheid x 100%
Voorbeeld:
Bier inkopen inclusief verspilling is €0,20 / € 2 verkoopprijs = 0,1
10%
- Gemiddeld normatieve inslagpercentage: wordt gehanteerd om de
verhoudingen/verschillen te ontdekken in relatie tot brutowinst van
, een hoofdgroep:
Inkoopbedrag / omzet of verkoop x 100%
- Afvalpercentage: nettogewicht / brutogewicht x 100
- Afvalfactor: brutogewicht / netto gewicht
Voorbeeld aardappels:
300 gram / 240 gram = 1,25
- Integrale kostprijs: factor (kosten/afval) x oude totale
inkoopprijs + loonwerktijd
Optimale bestelhoeveelheid:
Bestelkosten (plaatsen van bestellingen, leverancierskeuze etc.)
Formule van Camp
o Qopt = optimale bestelhoeveelheid
o D = verwachte afzet per jaar
o Cb = bestelkosten per bestelling
o Cv = voorraadkosten per product
- Voorraadkosten (ruimte, rente & risico)
Optimale bestelfrequentie = aantal per jaar / uitkomst optimale
bestelhoeveelheid
Beleid: hieronder verstaan we een geheel van regels, denkbeelden,
maatregelen en handelwijzen die worden vastgesteld om een doelstelling
te bereiken. Beleid moet worden overgedragen. Dit is gebaseerd op een
planning. (het heeft te maken met het ordenen van toekomstige
activiteiten. Het heeft de volgende fases:
1. Voorbereiding van beslissingen
2. Beslissingen nemen
3. Ontwikkeling van acties om de beslissingen uit te kunnen voeren
4. Uitvoering
- Langetermijnplanning: algemene doelstellingen van de organisatie,
tijdsduur van 5 tot 15 jaar. Ook wel strategische planning
- Middellangetermijnplanning: tijdsduur van 2 tot 5 jaar, het gaat om
nadere detaillering te ontwikkelen van de langetermijnplanning. Ook
wel tactische of organisatorische planning
- Kortetermijnplanning: gericht op uitvoerende werkzaamheden, voor
1 jaar of korter. Ook wel operationele planning
Inkoopsystemen:
Inkoopfunctie: de juiste hoeveelheid op het juiste ogenblik van de juiste
kwaliteit tegen de juiste prijs.
Beheersfunctie: omvat de totale goederenstroom door het gehele bedrijf.
Controlefunctie: moet geschieden op punten in de goederenstroom en de
geldstroom.
Veel voorkomende vormen zijn: