1. Over artikel 93 en artikel 94 GW, en daaraan gekoppeld een vraag over de democratische
rechtsstaat
- Belangrijke wetsartikelen: Artikel 81, 93, 94, 120 GW
Beknopt stappenplan artikel 93 en 94 GW:
- Is het een wet in materiële zin of in formele zin?
(formele zin: art. 81 GW, wet gemaakt door regering en Staten-Generaal)
- Mag je het toetsen aan hoger recht? Aan welk recht? Kijken naar de hiërarchie van rechtsbronnen.
Wet in formele zin mag je niet toetsen aan de Grondwet, want toetsingsverbod, art. 120 GW. Mag je
wel aan het verdrag toetsen.
Wet in materiële zin mag je toetsen aan wet in formele zin, Grondwet en verdrag.
- Is het verdrag ‘een ieder verbindend’? (artikel 93, 94 GW).
Als de verdragsbepaling een ieder verbindend is, gaat het voor op andere regelingen.
Een verdrag: een overeenkomst gesloten tussen verschillende staten.
Doorwerking: gaat over de vraag hoe het internationale recht zich verhoudt tot het nationale recht. Je hebt
monisme, dualisme en in Nederland gematigd monisme.
Directe werking: betreft een ieder verbindende verdragsbepaling. Artikel 93 Grondwet.
- Verdragen met directe werking; verbindende verdragsbepalingen die voorgaan op andere wetten.
De burger kan hier rechtstreeks beroep op doen in een nationale procedure. De rechter moet de
verdragsbepalingen dan op nationaal niveau toepassen.
- Verdragen zonder directe werking; niet-verbindende verdragsbepalingen, de tussenkomst van de wetgever
is noodzakelijk om inhoud te geven aan het verdrag op nationaal niveau.
Er zijn twee opvattingen over de wijzen waarop het internationale en het nationale recht zich verhouden:
- Dualistische opvatting; de nationale en internationale rechtsorde worden van elkaar gescheiden.
Verdragen worden binnen het nationale recht niet als formele rechtsbron erkend. Het kan burgers dus niet
rechtstreeks binden, de verdragen moeten eerst worden omgezet (transformatiewet) om uitwerking te
hebben op het nationale rechtssysteem.
Transformatiewet: wet waarin internationale regelgeving in nationale regels wordt getransformeerd.
- Monistische opvatting; de nationale rechtsstelsels worden gezien als ondergeschikt aan een
overkoepelende internationale rechtsorde. De internationale rechtsregels heeft voorrang boven het
nationale recht. Verdragsbepalingen worden geacht rechtstreeks rechten en verplichtingen in het
nationale recht te kunnen doen ontstaan, ongeacht of dit internationale recht door een speciaal daartoe
strekkende handeling is omgezet in nationaal recht of niet.
In Nederland is er een gematigd monistisch systeem: een stelsel waarin wij ‘een ieder verbindende
verdragsbepaling’ voor laten gaan. Dit stelsel is gematigd want het geldt alleen voor bepaalde regels in
verdragen en besluiten van internationale organisaties. Bij ‘een ieder verbindende verdragsbepaling’ is dus
geen transformatiewet nodig.