Met in de meltdown van deze week:
Vorming........................................................................................................................................................ 2
Binding.......................................................................................................................................................... 5
Verandering................................................................................................................................................... 9
Verhouding.................................................................................................................................................. 10
Onderzoeksmethoden.................................................................................................................................. 13
, Vorming
Vorming: Dit gaat over wie jij bent en hoe je tot dat persoon bent gevormd. Dit wordt
beïnvloed door de mensen om je heen. Zo bepaalt het voor een groot deel je taal, religie,
gedrag en zelfs hoe je je openstelt. Ook culturen en jouw omgeving spelen hierin mee.
Nature: eigen natuur en aard (dna, talenknobbel enzovoort)
Nurture: opvoeding en omgeving (houding, persoonlijkheid)
Internalisatie: Proces waarbij mensen de waarden, opvattingen en gedragingen van een
samenlevingsgroep (cultuur) eigen maken.
Cultuuroverdracht/verwerving: Je neemt een cultuur over van je samenleving
Integratie: Een deel van de dominante cultuur overnemen, maar ook deels je eigen houden
Socialisatie: Het proces van cultuuroverdracht van je samenleving. Het is dus het proces
waarbij iemand bewust of onbewust normen en waarden van zijn groep krijgt aangeleerd.
Socialitoren: Alle organisaties, instellingen en personen die jou vormen en beïnvloeden
(media, school, sporten)
Sociale controle: beheersing van het gedrag van het individu in groepen door een
samenleving
Normen: ongeschreven gedragsregels in zinnen (Opstaan voor ouderen in de bus)
Waarden: Ongeschreven gedragsregels in een woord (geduld, vriendelijk, respect)
Enculturatie: De cultuur die jou wordt aangeleerd en waarmee je bent opgegroeid
overnemen (Dit is makkelijker dan acculturatie en ook wel cultuurbehoud)
Acculturatie: het aanleren van een andere cultuur dan waar je mee bent opgegroeid
(cultuurverandering)
Cultuur: Alle waarden/noromen en kenmerken die door een hele groep worden gedeelt
Dominante cultuur: De overheersende cultuur van een land
Subcultuur: Culturen die wat afwijken van de dominante cultuur, maar wel de belangrijkste
waarden van de dominante cultuur delen. (Bijv. keuze om geen hoofddoek te dragen als
moslim)
Jongerencultuur: Culturen die vooral voorkomen zijn bij jongeren (skaters, hippies, krakers)
Dynamische cultuur: een samenleving verandert voortdurend, waardoor opvatting vaak
veranderen
Micro, meso en macroniveau:
Kijken of vergelijken op macro-niveau betekent dat je kijkt naar de samenleving als geheel.
Kijken of vergelijken op meso-niveau betekent dat je kijkt naar groepen mensen.
Kijken of vergelijken op micro-niveau betekent dat je kijkt naar individuele mensen.
Kostwinnersgezin: Het basic gezin waar de vrouw alles verzorgt en de man geld verdient