drempelwaarde
Gliacellen die dit proces helpen:
Astrocyten: Gaat om de synapsen heen zitten en
helpt met ritme, neurtransmitters en bloedvaten
uitzetten
Swann cellen: maken de myeline dekens aan, zodat
een actiepotentiaal sneller over de axon kan reizen
Bij het axon: Openen de Calcium kanalen. Die zorgen ervoor dat de vesicles neurotransmitters in de
synaptische spleet loslaten. Deze plaatsen zich op de receptoren en lossen daarna op of worden
opnieuw gebruikt
Affinity -> hoe goed bind de stof
Efficacy -> hoe goed werkt de stof
Wanneer een stof bind aan de receptoren kan hij deze activeren (agonist)
zorgt dit voor actie bij de postsynaptische neuron
, Temporiele summatie -> Input uit dezelfde dendriet worden opgeteld als ze snel achteraan komen
Spatiele summatie -> Input uit verschillende dendrieten worden opgeteld als ze snel achteraan
komen
IPSP: inhibitory -> remt de kans op actiepotentiaal. Dit komt doordat negatiever geladen ionen
worden vrijgegeven waardoor de neuron een nog negatievere lading heeft. Dit maakt het lastiger om
tot over de drempel van een actiepotentiaal te komen-> bv Cl-
EPSP: exhibitory -> vergroot de kans op actiepotentiaal. Dit komt doordat positief geladen ionen
worden vrijgegeven waardoor de neuron positiever geladen wordt en dichter bij de drempelwaarde
komt
Zenuwstelsel
Ontwikkeling van nieuwe cellen
Proliferatie -> migratie -> differentiatie -> synaptogenesis