Samenvatting Thema 2.4
Kruising tussen glasinomeercement en composiet. In dit materiaal treedt
geen of slechts geringe zuur-base reactie op. Het is in feite composiet. Het
wordt ook wel polyzuurgemodificeerde composiet genoemd.
Benoemt de indicaties van noodrestauratie
- De pulpa loopt gevaar
- Veroorzaakt een hinderlijke gevoeligheid
- De omvang neemt toe, ondanks de pogingen om de laesie te
bedwingen
- Patiënt kan de laesie niet plaquevrij houden
- Patiënt heeft cosmetische bezwaren
Voeding
Beschrijft de invloed van borst- en flesvoeding op het gebit en de
gebitsontwikkeling
Borstvoeding heeft de voorkeur boven flesvoeding. Borstvoeding bevat
immuunstoffen die niet in flesvoeding zitten. Borstvoeding is ook goed
voor de kaak- en gebitsontwikkeling
Bij flesvoeding is het contact met het gebit groter dan bij borstvoeding.
Doordat er bij flesvoeding vaak wat melk druppelt blijft er altijd wel melk
achter in de mond. Dit geeft een verhoogt risico op zuigflescariës. De tepel
zit verder in de mond bij een baby.
Beschrijft de kenmerken van een goede introductie van bijvoeding voor de
zuigeling tot 1 jaar
Gedurende het eerste halfjaar kan een baby op alleen borstvoeding leven.
Bijvoeding mag vanaf 4 maanden en is belangrijk voor:
- Smaakontwikkeling
- Nieuwe smaken
- Nieuwe consistenties
- Nieuwe materialen in de mond
- Ontwikkeling mondmotoriek
- Verandering in het spijsverteringskanaal
Bijvoeding bestaat uit:
- Starten met groente en fruit
- Brood en pap Lichtbruin
- Zachte margarine
- Introduceer kleine hoeveelheden
o Losse smaken
o Enkele dagen achter elkaar
- Consistentie: Eerst geprakt of in stukjes
- Geen zout of suiker toevoegen
- Eerst 10-15 keer iets proeven voordat iets lekker gevonden kan
worden
Kruising tussen glasinomeercement en composiet. In dit materiaal treedt
geen of slechts geringe zuur-base reactie op. Het is in feite composiet. Het
wordt ook wel polyzuurgemodificeerde composiet genoemd.
Benoemt de indicaties van noodrestauratie
- De pulpa loopt gevaar
- Veroorzaakt een hinderlijke gevoeligheid
- De omvang neemt toe, ondanks de pogingen om de laesie te
bedwingen
- Patiënt kan de laesie niet plaquevrij houden
- Patiënt heeft cosmetische bezwaren
Voeding
Beschrijft de invloed van borst- en flesvoeding op het gebit en de
gebitsontwikkeling
Borstvoeding heeft de voorkeur boven flesvoeding. Borstvoeding bevat
immuunstoffen die niet in flesvoeding zitten. Borstvoeding is ook goed
voor de kaak- en gebitsontwikkeling
Bij flesvoeding is het contact met het gebit groter dan bij borstvoeding.
Doordat er bij flesvoeding vaak wat melk druppelt blijft er altijd wel melk
achter in de mond. Dit geeft een verhoogt risico op zuigflescariës. De tepel
zit verder in de mond bij een baby.
Beschrijft de kenmerken van een goede introductie van bijvoeding voor de
zuigeling tot 1 jaar
Gedurende het eerste halfjaar kan een baby op alleen borstvoeding leven.
Bijvoeding mag vanaf 4 maanden en is belangrijk voor:
- Smaakontwikkeling
- Nieuwe smaken
- Nieuwe consistenties
- Nieuwe materialen in de mond
- Ontwikkeling mondmotoriek
- Verandering in het spijsverteringskanaal
Bijvoeding bestaat uit:
- Starten met groente en fruit
- Brood en pap Lichtbruin
- Zachte margarine
- Introduceer kleine hoeveelheden
o Losse smaken
o Enkele dagen achter elkaar
- Consistentie: Eerst geprakt of in stukjes
- Geen zout of suiker toevoegen
- Eerst 10-15 keer iets proeven voordat iets lekker gevonden kan
worden