Psychologen zeggen: persoonlijkheid bestaat uit mensen hun karakteristieke gedachtes, emotionele
reacties en hun gedrag.
Persoonlijkheid: De karakteristieke gedachten van een persoon, emotionele reacties en gedrag.
Persoonlijkheidstrek: Een patroon van gedachten, emoties en gedrag dat relatief consistent is in de
tijd en tussen situaties.
Persoonlijkheidskenmerk: een patroon van gedachtes, emoties en gedrag dat relatief consistent is
over tijd en verschillende situaties.
Karaktereigenschappen zijn neigingen om in bepaalde situaties op voorspelbare manieren te
denken, te handelen of te voelen.
Definitie van persoonlijkheid volgens Gordon Allport: de dymanische organisatie binnen het individu
van de psychofysische systemen die de karakteristieke gedrag en gedachtes bepalen.
Het begrip organisatie geeft een indicatie dat persoonlijkheid al geheel gezien kan worden.
Deze organisatie is dynamisch op zoek naar zijn doel en is hierbij gevoelig voor zijn omgeving.
Persoonlijkheid ontstaat uit biologische processen.
Genetische factoren beïnvloeden de Ontwikkeling van persoonlijkheid
De afgelopen decennia is er bewijs gekomen dat biologische factoren, als gene, hersenstructuur en
neurochemie- een belangrijke rol spelen in de bepaling/ vorming van persoonlijkheid.
Onderzoek van James Loehlin en Robert Nichols (1976) tweelingstudie: toont aan dat
eeneiige tweelingen meer op elkaar lijken dan twee-eiige tweelingen. Deze uitkomst
weerspiegelt de acties van genen, aangezien identieke tweelingen bijna dezelfde genen
delen, terwijl twee-eiige tweelingen dat niet doen.
Adoptie studie: toont aan dat persoonlijkheid voor een groot deel wordt beïnvloed door
genen. Dit is duidelijk geworden omdat de correlatie in de persoonlijkheid tussen biologische
broers, zussen en ouders groter is dan tussen de geadopteerde kinderen en hun ouders.
Eerste studies hebben bewijs gevonden dat genen met enige specificiteit kunnen worden gekoppeld
aan: karakter eigenschappen. Duizenden genen die samenwerken, dragen bij aan specifieke
eigenschappen. Deze genen beïnvloeden samen de algehele persoonlijkheid van een persoon.
Temperamenten: Biologisch gebaseerde neigingen om te voelen of op een bepaalde manier
handelen. Arnold Buss en Robert Plomin hebben betoogd dat drie basiskenmerken als
temperamenten kunnen worden beschouwd:
Activiteitsniveau: is het algemene hoeveelheid energie en gedrag dat een persoon vertoont.
Emotionaliteit: beschrijft de intensiteit van emotionele reacties.
Sociabiliteit: verwijst naar de algemene neiging om zich aan te sluiten bij anderen. Mensen
met een hoge mate van gezelligheid zijn liever met anderen dan alleen te zijn.
Gevolgen op langer termijn van temperamenten: Onderzoek toont aan dat temperamenten in de
vroege kinderjaren een aanzienlijke invloed hebben op het gedrag en de persoonlijkheidsstructuur
van een persoon gedurende zijn/haar ontwikkeling.
, Wat zijn de theorieën van Persoonlijkheid?
Psychodynamische theoretici geloofden dat onbewuste krachten de persoonlijkheid bepalen.
Gedragsdeskundigen geloofden dat persoonlijkheid het resultaat was van geschiedenissen
van bekrachtiging.
Cognitief georiënteerde psychologen richtten zich op hoe denkprocessen persoonlijkheid
aantasten.
Humanistische psychologen benadrukten persoonlijke groei en zelfinzicht.
Hedendaagse psychologen zijn vooral geïnteresseerd in karaktereigenschappen en de
biologische basis van persoonlijkheidskenmerken.
Psychodynamische theorieën benadrukken Onbewuste en dynamische
processen
Psychodynamische Theorie: de Freudiaanse theorie die vind dat het
onbewuste bepalend is in ons gedrag. Het bewustzijn was slechts een
klein deel van de mentale activiteit.
Sigmund Freud.
Kijkend naar dit model:
het bewuste niveau bestaat uit de gedachten waarvan mensen zich
bewust zijn.
Het voorbewuste niveau bestaat uit inhoud die momenteel niet in het
bewustzijn is, maar dat onder de aandacht zou kunnen komen.
Het onbewuste niveau bevat materiaal dat de geest niet gemakkelijk kan terugvinden,
inclusief verborgen herinneringen, wensen, verlangens en motieven.
Persoonlijkheidsstructuur: Freud beschreef de persoonlijkheid als een drie-eenheid van het ego, het
id (ook wel ‘es’ genoemd) en het superego, die samen een geest vormen die voortdurend met
zichzelf in oorlog verkeert.
Id: Het primitieve, onbewuste deel van de persoonlijkheid. Bevat de fundamentele drijfveren
en onderdrukte herinneringen.
Superego: Deel van de persoonlijkheid dat onze normen en waarden bevat, inclusief morele
attitudes die zijn overgenomen van ouders en maatschappij; correspondeert in grote lijnen
met het alledaagsere begrip ‘geweten’.
Ego: Het bewuste, rationele deel van de persoonlijkheid, dat is belast met het handhaven van
de vrede tussen het superego en het id.
Volgens Freud doet het ego een beroep op een reeks ego-afweermechanismen: Voornamelijk
onbewuste psychische strategie die gebruikt wordt om de ervaring van een conflict of angst te
verzachten. Vormen van ego-afweermechanismen: zie tabel 13.1.
Verdringing
Ontkenning
Rationalisatie
Reactieformatie
Verschuiving
Regressie
Sublimatie
Projectie