Aardrijkskunde hoofdstuk 1 paragraaf 1.1, 1.2, 1.3,
In 1990: 70% van de industrie goederen gemaakt in westerse landen. Het aandeel van de BRICS-
landen is 10%. Westerse landen verplaatsen hun maakindustrie naar lagelonenlanden.
De wereldhandel verschuift van de centrumlanden naar de semiperiferie en periferie. De oorzaken
hiervoor zijn:
Verplaatsing maakindustrie
Productieketen opgedeeld
Transport sneller en goedkoper
Handelsgrenzen verdwijnen
Het gevolg hiervan in globalisering.
De machtsverhouding is verandert, eerst waren Europa en de VS de landen met de meeste macht.
China en andere opkomende landen krijgen steeds meer macht, maar de centrumlanden zijn nog
steeds het belangrijkst.
1500-1800: handelskolonie
Vanuit koloniën werden grondstoffen vervoerd. (katoen, zilver, suiker)
Alleen bij de kustgebieden (dat was makkelijk bereikbaar)
1800-1950: industrieel kolonialisme
Opkomst industrie
Grondstoffen belangrijk voor Europese landen (die haalde ze uit de koloniën)
Afzetmarkt belangrijk voor Europese landen (industrieproducent verkopen)
Het gevolg hier van is dat de wereldhandel toeneemt, maar de handel blijven wel binnen het
koloniaalrijk.
1945-1990 na de tweede wereldoorlog:
Koloniën werden afhankelijk (dekolonisatie)
Driemachtsblok: 1. Westerse landen 2. Communistische landen (Rusland, China) 3.
Ontwikkelingslanden
Koude oorlog: oorlog tussen de westerse landen (blok 1) en communistische landen (blok 2)
over macht, die uitgevochten werd in de ontwikkelingslanden (blok 3). Tijdens de oorlog was
er alleen handel binnen het blok. De ontwikkelingslanden kozen of voor blok 1 of blok 2 om
handel mee te drijven.
1990: vrijhandel wordt belangrijkste economisch systeem
- Prijs komt in stand door vraag en aanbod
- Vrij onderneming schap
- Weinig inmenging van de overheid
Voordelen: Nadelen:
Specialisme Buitenlandse concurrentie
In 1990: 70% van de industrie goederen gemaakt in westerse landen. Het aandeel van de BRICS-
landen is 10%. Westerse landen verplaatsen hun maakindustrie naar lagelonenlanden.
De wereldhandel verschuift van de centrumlanden naar de semiperiferie en periferie. De oorzaken
hiervoor zijn:
Verplaatsing maakindustrie
Productieketen opgedeeld
Transport sneller en goedkoper
Handelsgrenzen verdwijnen
Het gevolg hiervan in globalisering.
De machtsverhouding is verandert, eerst waren Europa en de VS de landen met de meeste macht.
China en andere opkomende landen krijgen steeds meer macht, maar de centrumlanden zijn nog
steeds het belangrijkst.
1500-1800: handelskolonie
Vanuit koloniën werden grondstoffen vervoerd. (katoen, zilver, suiker)
Alleen bij de kustgebieden (dat was makkelijk bereikbaar)
1800-1950: industrieel kolonialisme
Opkomst industrie
Grondstoffen belangrijk voor Europese landen (die haalde ze uit de koloniën)
Afzetmarkt belangrijk voor Europese landen (industrieproducent verkopen)
Het gevolg hier van is dat de wereldhandel toeneemt, maar de handel blijven wel binnen het
koloniaalrijk.
1945-1990 na de tweede wereldoorlog:
Koloniën werden afhankelijk (dekolonisatie)
Driemachtsblok: 1. Westerse landen 2. Communistische landen (Rusland, China) 3.
Ontwikkelingslanden
Koude oorlog: oorlog tussen de westerse landen (blok 1) en communistische landen (blok 2)
over macht, die uitgevochten werd in de ontwikkelingslanden (blok 3). Tijdens de oorlog was
er alleen handel binnen het blok. De ontwikkelingslanden kozen of voor blok 1 of blok 2 om
handel mee te drijven.
1990: vrijhandel wordt belangrijkste economisch systeem
- Prijs komt in stand door vraag en aanbod
- Vrij onderneming schap
- Weinig inmenging van de overheid
Voordelen: Nadelen:
Specialisme Buitenlandse concurrentie