Een literatuurstudie naar de plaats van tbs in de huidige maatschappij vergeleken met 30 jaar
geleden
Jolijn de Waard, 2634675
Preventie en bestraffing
Practicumgroep 3
Docente: N. Ormskerk
Aantal woorden: 2192
, Inleiding
Afgelopen jaren kregen verscheidene incidenten media-aandacht, waarbij de maatregel tot
terbeschikkingstelling (tbs) negatief belicht werd (Kelk, 2015; RMO, 2006). Zo was er veel
media-aandacht voor de zaak van Michael P., die tijdens onbegeleid verlof Anne Faber
verkrachtte en doodde (Tieleman, 2019; Tijmstra, 2018; Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,
2019). De media reageert op dit soort zaken met veel emotie en onbegrip (Tijmstra, 2018).
Hierdoor ontstaat een negatief beeld rondom tbs. Om dit beeld te begrijpen, is het belangrijk
te begrijpen waar tbs tegenwoordig op stoelt en welke ontwikkelingen tbs heeft ondergaan.
In dit essay zal de volgende vraag centraal staan: ‘welke plaats neemt tbs in de huidige
maatschappij in en hoe is de huidige maatschappij ten opzichte van tbs veranderd in
vergelijking met 30 jaar geleden?’. In dit essay zal eerst de tbs-maatregel geoperationaliseerd
worden. Vervolgens wordt globaal toegelicht welke plaats tbs dertig jaar geleden innam en
wordt besproken welke ontwikkelingen tbs heeft ondergaan naar de plaats die tbs in de
huidige maatschappij inneemt. Tot slot volgt een conclusie.
1. Operationalisering
1.1 Geschiedenis
Toen in 1886 in Nederland het Wetboek van Strafrecht (WvSr) werd ingevoerd, stond hierin
dat geheel ontoerekeningsvatbare misdadigers opgenomen konden worden in psychiatrische
inrichtingen. In 1928 werd echter de terbeschikkingstelling van de regering (tbr)
geïntroduceerd om de maatschappij te beschermen tegen geheel alsook gedeeltelijk
ontoerekeningsvatbare misdadigers. Misdadigers konden hierdoor bestraft worden voor het
deel waar zij toerekeningsvatbaar voor waren en tbr krijgen voor het ontoerekeningsvatbare
gedeelte. Tbr kon opgelegd worden voor elk gepleegd delict. Bij gedeeltelijk
ontoerekeningsvatbare misdadigers bestond een verplichting tot een gecombineerde oplegging
van tbr en straf (Nagtegaal, Boonmann & Stuurman, 2017; Van Marle, 2002; Van Zeijst,
1993).
In 1988 werd tbr hervormd tot tbs als strafrechtelijke maatregel in de Nederlandse
strafrechtspraktijk (Nagtegaal et al., 2017; Van Marle, 2002; Van Zeijst, 1993). Tbs kan
worden opgelegd aan personen waarbij, ten tijde van het begaan van een strafbaar delict waar
vier jaar gevangenisstraf of meer op staat, psychiatrische problematiek bestond. Het opleggen
wordt vereist voor de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of
goederen (art. 37a WvSr). Om psychiatrische problematiek vast te stellen, is onderzoek nodig