H1 Enige grondbeginselen
Rechtsregels: regels die als zodanig worden erkend en door rechters en andere autoriteiten worden
toegepast en afgedwongen
Andere regels: moraal en fatsoen; eten met mes en vork bijv.
Het Nederlandse recht bestaat uit 2 grote rechts gebieden;
Publiekrecht(verhoudingen tussen overheid en de burger en de organisatie van de
verschillende overheidsorganen. Dwingend recht
o Staatsrecht
o Bestuursrecht
o Belastingrecht
o strafrecht
privaatrecht(verhouding onderling tussen mensen. Wie iets koopt moet koopprijs betalen).
Dwingend en aanvullend recht.
o personen en familierecht
o vermogensrecht
o ondernemingsrecht
Dwingend recht: mag niet afwijken van de rechtsregel. Bij overtreding is recht nietigbaar .
Aanvullend/regelend recht: van toepassing als partijen geen regeling hebben getroffen.
Materieel recht: zegt wat over inhoud van rechtsregels. Bijv; materieel privaatrecht: wanneer sprake
is van eigendomsrecht.
Formeel recht: geeft aan hoe de regels van het materiële recht worden gehandhaafd.(procesrecht).
Objectief recht: geheel van geldende regels in NL, bevoegdheden waarop personen recht
hebben. bijv. werknemer heeft recht op loon.
Subjectief recht: het recht per individu. Bijv. maand vakantie baantje bij bakker en zegt na
die maand; ik heb recht op salaris.
Rechtsobject: voorbeeld van hierboven genomen; is het subject: loon.
Rechtsregels zijn te vinden in de volgende bronnen;
De wet(
o Wet in materiële zin(inhoud): regels die iedereen in NL na moet komen.
Uitgevaardigd door overheidsorganen
o Wet in formele zin(wijze van totstandkoming): alleen door samenwerking van
regering en staten-generaal.
Voorbeeld; formele maar geen materiële wet; wet waarbij iemand NL nationaliteit wordt
verleend(naturalisatie wet)
- beschikking is geldend voor 1 persoon.
- verordening: bijv., parkeergelegenheid in provincie.
Alleen materieel: Algemene maatregel van bestuur, algemene politieverordening, reglement
verkeersregels en verkeerstekens.
Materieel en formeel: burgerlijk wetboek, wetboek van koophandel, faillissementswet, wet op de
ondernemingsraden, wetboek van strafrecht, wet werk en bijstand
Alleen formeel: naturalisatiewet
, Internationale regelingen
Jurisprudentie: geheel van rechterlijke uitspraken.
o Elke rechter is bevoegd volgens zijn inzicht binnen de grenzen van de wet recht te
spreken.
o Advocaten en procureurs maken gebruik hiervan
Gewoonterecht:
o ontwikkeld door de mensen zelf.
o Gedurende lange tijd in bepaalde kring zijn gevolgd
o Moet overtuiging zijn ontstaan dat men zich overeenkomstig zo moet gedragen
Ongeschreven recht
o Het gewoonterecht
o Redelijkheid en billijkheid
o Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden
Dienen als corrigerende factor
BW
Handelingsbekwaam: men is in staat (onaantastbare)rechtshandelingen te verrichten.
Vermogen: geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten of, anders gezegd, de bezittingen
en schulden van een bepaald persoon.
Zaken: stoffelijke goederen(huis, auto)
Vermogensrecht: recht op een huis of auto of op de koopsom.
H2 Vermogensrecht (algemeen)
Goederen zijn;
Zaken(stoffelijke voorwerpen) als een huis, auto en computer( BW 5)
Alle (subjectieve) vermogensrechten zoals recht op betaling va de koopsom of
hypotheekrecht op bedrijfspand(BW 3)
Bestandsdeel: Onderdelen van een bepaalde zaak
Hoofdzaak: de zaak zelf
Eenheidbeginsel: zaken horen bij elkaar omdat ze zo hecht verbonden zijn en niet zonder
beschadiging uit elkaar gehaald kunnen worden.
Natrekking:als een bepaalde zaak 1 geheel gaat vormen met een andere zaak.
Vermogensrecht: zijn rechten die;
Overdraagbaar zijn
Ertoe strekken stoffelijk voordeel te verschaffen
Verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel (3:6 BW)
Goederen(zaken en vermogensrechten) worden verdeel in:
Registergoederen
o Onroerende zaken
o Sommige roerende zaken(schepen,luchtvaarttuigen)
Rechtsregels: regels die als zodanig worden erkend en door rechters en andere autoriteiten worden
toegepast en afgedwongen
Andere regels: moraal en fatsoen; eten met mes en vork bijv.
Het Nederlandse recht bestaat uit 2 grote rechts gebieden;
Publiekrecht(verhoudingen tussen overheid en de burger en de organisatie van de
verschillende overheidsorganen. Dwingend recht
o Staatsrecht
o Bestuursrecht
o Belastingrecht
o strafrecht
privaatrecht(verhouding onderling tussen mensen. Wie iets koopt moet koopprijs betalen).
Dwingend en aanvullend recht.
o personen en familierecht
o vermogensrecht
o ondernemingsrecht
Dwingend recht: mag niet afwijken van de rechtsregel. Bij overtreding is recht nietigbaar .
Aanvullend/regelend recht: van toepassing als partijen geen regeling hebben getroffen.
Materieel recht: zegt wat over inhoud van rechtsregels. Bijv; materieel privaatrecht: wanneer sprake
is van eigendomsrecht.
Formeel recht: geeft aan hoe de regels van het materiële recht worden gehandhaafd.(procesrecht).
Objectief recht: geheel van geldende regels in NL, bevoegdheden waarop personen recht
hebben. bijv. werknemer heeft recht op loon.
Subjectief recht: het recht per individu. Bijv. maand vakantie baantje bij bakker en zegt na
die maand; ik heb recht op salaris.
Rechtsobject: voorbeeld van hierboven genomen; is het subject: loon.
Rechtsregels zijn te vinden in de volgende bronnen;
De wet(
o Wet in materiële zin(inhoud): regels die iedereen in NL na moet komen.
Uitgevaardigd door overheidsorganen
o Wet in formele zin(wijze van totstandkoming): alleen door samenwerking van
regering en staten-generaal.
Voorbeeld; formele maar geen materiële wet; wet waarbij iemand NL nationaliteit wordt
verleend(naturalisatie wet)
- beschikking is geldend voor 1 persoon.
- verordening: bijv., parkeergelegenheid in provincie.
Alleen materieel: Algemene maatregel van bestuur, algemene politieverordening, reglement
verkeersregels en verkeerstekens.
Materieel en formeel: burgerlijk wetboek, wetboek van koophandel, faillissementswet, wet op de
ondernemingsraden, wetboek van strafrecht, wet werk en bijstand
Alleen formeel: naturalisatiewet
, Internationale regelingen
Jurisprudentie: geheel van rechterlijke uitspraken.
o Elke rechter is bevoegd volgens zijn inzicht binnen de grenzen van de wet recht te
spreken.
o Advocaten en procureurs maken gebruik hiervan
Gewoonterecht:
o ontwikkeld door de mensen zelf.
o Gedurende lange tijd in bepaalde kring zijn gevolgd
o Moet overtuiging zijn ontstaan dat men zich overeenkomstig zo moet gedragen
Ongeschreven recht
o Het gewoonterecht
o Redelijkheid en billijkheid
o Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Gelijke gevallen moeten gelijk behandeld worden
Dienen als corrigerende factor
BW
Handelingsbekwaam: men is in staat (onaantastbare)rechtshandelingen te verrichten.
Vermogen: geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten of, anders gezegd, de bezittingen
en schulden van een bepaald persoon.
Zaken: stoffelijke goederen(huis, auto)
Vermogensrecht: recht op een huis of auto of op de koopsom.
H2 Vermogensrecht (algemeen)
Goederen zijn;
Zaken(stoffelijke voorwerpen) als een huis, auto en computer( BW 5)
Alle (subjectieve) vermogensrechten zoals recht op betaling va de koopsom of
hypotheekrecht op bedrijfspand(BW 3)
Bestandsdeel: Onderdelen van een bepaalde zaak
Hoofdzaak: de zaak zelf
Eenheidbeginsel: zaken horen bij elkaar omdat ze zo hecht verbonden zijn en niet zonder
beschadiging uit elkaar gehaald kunnen worden.
Natrekking:als een bepaalde zaak 1 geheel gaat vormen met een andere zaak.
Vermogensrecht: zijn rechten die;
Overdraagbaar zijn
Ertoe strekken stoffelijk voordeel te verschaffen
Verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel (3:6 BW)
Goederen(zaken en vermogensrechten) worden verdeel in:
Registergoederen
o Onroerende zaken
o Sommige roerende zaken(schepen,luchtvaarttuigen)