Lees de BOK
Thema 1
‘Cellen en organen’
Farmacologie: de wetenschap van de aard en eigenschappen van geneesmiddelen, in het
bijzonder de werking of effecten ervan.
1. Anatomie: structuur en organisatie van het menselijk lichaam (hoe heten de
onderdelen van het menselijk lichaam en waar liggen ze?)
2. Fysiologie: levensverrichtingen van het menselijk lichaam (hoe werkt het menselijk
lichaam?)
3. Pathologie: het ontstaan en verloop van ziektes
4. Farmacologie: werking van geneesmiddelen
Niveau orgaanstelsel:
- Cardiovasculaire stelsel(bloedvatenstelsel): hart, capillairen(haarvaten), arterie,
vene
- Gastro-intestinale stelsel(spijsverteringsstelsel): maag, dikke darm, dunne darm,
anus, galblaas, lever, speekselklier, slokdarm
- Zenuwstelsel: centraal zenuwstelsel(CZS) (hersenen, ruggenmerg), perifeer
zenuwstelsel (PZS) (perifere zenuwen verbinden het CZS met andere stelsels en
met de zintuigen)
- Lymfestelsel(verdedigt tegen infecties en ziekten): lymfeknopen, thymus, milt,
lymfevat
Celniveau (opbouw van een cel):
- Cytoplasma: verzamelnaam voor de inhoud van een cel
- Celmembraan: dun randje om het cytoplasma dat alle organellen bij elkaar houdt.
- Endoplasmatisch reticulum:
- Mitochondriën: produceren alle energie voor een cel
Eiwitsynthese
Cel → kern met chromosomen → chromosoom met gen → gen opgebouwd uit
aminozuurketen
1
Farmacologie Samenvatting