Gedrag in organisaties
College 1 - 8 September 2022
Werkgroep 1 voorbereiding: hfs 6+7 + college
Werkgroep 2: team simulatie
Verplichte aanwezigheid voor beide
Eisen om capstone te maken:
- 2 (team)essays beide voldoende
- 2 kansen; of voldoende team essay (deadline 1) of voldoende indv her (deadline 2).
- 4/5 quizzen voldoende (8/10)
College 1 - 8 September 2022
Onderzoeksgebied dan de invloed van individuen, groepen en de structuur bestudeert op
gedrag in organisaties.
Doel: organisaties effectiever maken.
Belangrijk voor managers: leiderschap en communicatieve vaardigheden
Organisatorische voordelen ervaren managers:
- Goede werknemers blijven bij organisatie –> minder ‘turnover’
- Goeder werknemers solliciteren
- Betere prestaties
Crisismanagement:
- Verandering moeilijk
- Toekomstige gebeurtenissen beter laten verlopen
Ringelmann effect:
- Steeds minder productief hoe groter de groep wordt.
Gedrag:
- Intuïtie: onderbuikgevoelens; individuele observatie; gezond verstand
Vaak gebaseerd op ervaring/ foutieve, incomplete info
- Systematische studie: kijkt naar relaties; wetenschappelijk bewijs; voorspelt gedrag
Kost veel tijd (en geld)
Gebruik zoveel mogelijk wetenschappelijk bewijs als aanvulling op je intuïtie en ervaring.
Evidence-based Management (EBM):
Het baseren van managementbeslissingen op het beste, beschikbare,
wetenschappelijke bewijs.
Inputs process output
- Stel een management vraag
- Zoek het beschikbare bewijs
- Pas relevante informatie toe
,GiO als wetenschap:
- Theorie (= geïntegreerde set van principes)
- Hypotheses (= voorspelling op basis van theorie)
o Test een theorie
o Toetsbaar (en dus weerlegbaar)
o Duidelijke implicaties van theorieën
- Een goede theorie…
o Vat veel observaties samen op effectieve manier
o Geeft heldere voorspelling
Onderzoeksmethodologie
o Systematische observatie (= correlationele methode)
Onderzoek van variabelen die we niet kunnen manipuleren (geslacht,
afkomst)
Onderzoek van variabelen die we ethisch niet mogen/ kunnen
manipuleren
Mogelijk om de relaties tussen meerdere variabelen tegelijk te
onderzoeken
o Vragenlijsten
o Experimenteel onderzoek
Oorzaak en gevolg conclusies (geen schijncorrelaties)
We kunnen invloed uitoefenen over de variabelen die worden
onderzocht
College 2; online module 2
Motivatie:
De processen die de intensiteit, richting en volharding van iemands inspanning
bepalen tov het behalen van een doel
o Kernelementen: intensiteit, richting, volharding
Oude motivatietheorieën (1950s):
- Maslow’s hierarchy of needs theory (piramide van Maslow)
o Eerst fysiologische behoeften daarna relaties etc.
- Theory X and theory Y
o X: The assumption that employees dislike work, are lazy, dislike responsibility
and must be coerced to perform.
o Y: The assumption that employees like work, are creative, seek responsibility
and can exercise self-direction.
- Herzberg’s two factor theory (=motivation hygiene theory)
o Tevredenheid en ontevredenheid zijn niet in tegenstelling met elkaar, maar
aparte constructen.
- Mc Clelland’s three needs theory
o Need for achievement
o Need for power
o Need for affiliation (=vriendelijke en diepgaande relaties)
, Motivatietheorieën:
- Cognitive evaluation theory
o Intrinsieke motivatie (plezier uit werk); extrinsieke motivatie (plezier uit
uitkomst werk)
Self-concordance: zijn de redenen waarom je doelen nastreeft in
overeenstemming met je interesses en waarden?
Mensen zijn gelukkiger of ze de doelen halen of niet
- Locke’s goal-setting theory
o Specifieke en moeilijke doelen, met zelf gegenereerde feedback, leiden tot
betere prestaties.
Waarom? Moeilijke doelen:
Krijgen eerder de aandacht – helpen focussen
Geven energie
Verhogen doorzettingsvermogen
Helpen nieuwe, effectievere methoden ontdekken
Relatie tussen doelen en prestatie hangt af van:
Goal commitment
Taak (voor: simpel, bekend)
Cultuur (power distance, uncertainty avoidance, masculinity)
Kan leren in de weg zitten of gedrag dat niet in onder doel valt maar
wel belangrijk is.
- Bandura’s self-efficacy theory (aanvulling goalsetting theory)
o Iemands overtuiging dat hij in staat is een taak uit te voeren
Verhogen self-efficacy:
- Enactive mastery
- Vicarious modeling
o Ander iets zien doen (lijkt op jezelf)
- Verbal persuasion
o Galatea effect – self-fulfilling prophecy
o Pygmalion effect – self-fulfilling prophecy via leidinggevende
- Arousal
o “Getting psyched up”
- Intelligentie & persoonlijkheid ook grote invloed
Possible selves: motivatie
- Adams’ equity theory
o Werknemers vergelijken de ratio van input vs output van hunzelf met
collega’s
Onderbeloning: woede
Overbeloning; schuldgevoel
Spanning motiveert mensen om het meer gelijk te maken
College 1 - 8 September 2022
Werkgroep 1 voorbereiding: hfs 6+7 + college
Werkgroep 2: team simulatie
Verplichte aanwezigheid voor beide
Eisen om capstone te maken:
- 2 (team)essays beide voldoende
- 2 kansen; of voldoende team essay (deadline 1) of voldoende indv her (deadline 2).
- 4/5 quizzen voldoende (8/10)
College 1 - 8 September 2022
Onderzoeksgebied dan de invloed van individuen, groepen en de structuur bestudeert op
gedrag in organisaties.
Doel: organisaties effectiever maken.
Belangrijk voor managers: leiderschap en communicatieve vaardigheden
Organisatorische voordelen ervaren managers:
- Goede werknemers blijven bij organisatie –> minder ‘turnover’
- Goeder werknemers solliciteren
- Betere prestaties
Crisismanagement:
- Verandering moeilijk
- Toekomstige gebeurtenissen beter laten verlopen
Ringelmann effect:
- Steeds minder productief hoe groter de groep wordt.
Gedrag:
- Intuïtie: onderbuikgevoelens; individuele observatie; gezond verstand
Vaak gebaseerd op ervaring/ foutieve, incomplete info
- Systematische studie: kijkt naar relaties; wetenschappelijk bewijs; voorspelt gedrag
Kost veel tijd (en geld)
Gebruik zoveel mogelijk wetenschappelijk bewijs als aanvulling op je intuïtie en ervaring.
Evidence-based Management (EBM):
Het baseren van managementbeslissingen op het beste, beschikbare,
wetenschappelijke bewijs.
Inputs process output
- Stel een management vraag
- Zoek het beschikbare bewijs
- Pas relevante informatie toe
,GiO als wetenschap:
- Theorie (= geïntegreerde set van principes)
- Hypotheses (= voorspelling op basis van theorie)
o Test een theorie
o Toetsbaar (en dus weerlegbaar)
o Duidelijke implicaties van theorieën
- Een goede theorie…
o Vat veel observaties samen op effectieve manier
o Geeft heldere voorspelling
Onderzoeksmethodologie
o Systematische observatie (= correlationele methode)
Onderzoek van variabelen die we niet kunnen manipuleren (geslacht,
afkomst)
Onderzoek van variabelen die we ethisch niet mogen/ kunnen
manipuleren
Mogelijk om de relaties tussen meerdere variabelen tegelijk te
onderzoeken
o Vragenlijsten
o Experimenteel onderzoek
Oorzaak en gevolg conclusies (geen schijncorrelaties)
We kunnen invloed uitoefenen over de variabelen die worden
onderzocht
College 2; online module 2
Motivatie:
De processen die de intensiteit, richting en volharding van iemands inspanning
bepalen tov het behalen van een doel
o Kernelementen: intensiteit, richting, volharding
Oude motivatietheorieën (1950s):
- Maslow’s hierarchy of needs theory (piramide van Maslow)
o Eerst fysiologische behoeften daarna relaties etc.
- Theory X and theory Y
o X: The assumption that employees dislike work, are lazy, dislike responsibility
and must be coerced to perform.
o Y: The assumption that employees like work, are creative, seek responsibility
and can exercise self-direction.
- Herzberg’s two factor theory (=motivation hygiene theory)
o Tevredenheid en ontevredenheid zijn niet in tegenstelling met elkaar, maar
aparte constructen.
- Mc Clelland’s three needs theory
o Need for achievement
o Need for power
o Need for affiliation (=vriendelijke en diepgaande relaties)
, Motivatietheorieën:
- Cognitive evaluation theory
o Intrinsieke motivatie (plezier uit werk); extrinsieke motivatie (plezier uit
uitkomst werk)
Self-concordance: zijn de redenen waarom je doelen nastreeft in
overeenstemming met je interesses en waarden?
Mensen zijn gelukkiger of ze de doelen halen of niet
- Locke’s goal-setting theory
o Specifieke en moeilijke doelen, met zelf gegenereerde feedback, leiden tot
betere prestaties.
Waarom? Moeilijke doelen:
Krijgen eerder de aandacht – helpen focussen
Geven energie
Verhogen doorzettingsvermogen
Helpen nieuwe, effectievere methoden ontdekken
Relatie tussen doelen en prestatie hangt af van:
Goal commitment
Taak (voor: simpel, bekend)
Cultuur (power distance, uncertainty avoidance, masculinity)
Kan leren in de weg zitten of gedrag dat niet in onder doel valt maar
wel belangrijk is.
- Bandura’s self-efficacy theory (aanvulling goalsetting theory)
o Iemands overtuiging dat hij in staat is een taak uit te voeren
Verhogen self-efficacy:
- Enactive mastery
- Vicarious modeling
o Ander iets zien doen (lijkt op jezelf)
- Verbal persuasion
o Galatea effect – self-fulfilling prophecy
o Pygmalion effect – self-fulfilling prophecy via leidinggevende
- Arousal
o “Getting psyched up”
- Intelligentie & persoonlijkheid ook grote invloed
Possible selves: motivatie
- Adams’ equity theory
o Werknemers vergelijken de ratio van input vs output van hunzelf met
collega’s
Onderbeloning: woede
Overbeloning; schuldgevoel
Spanning motiveert mensen om het meer gelijk te maken