Kwaliteit en veiligheid in patiëntenzorg
Hoofdstuk 1 inleiding in kwaliteit en veiligheid van zorg
1.1 Inleiding
Relevantie van kwaliteit en veiligheid van patiëntenzorg: onderzoek toont aan dat 40% van de
patiënten geen optimale zorg wordt geboden en dat meer dan 20% van de diagnostische
verrichtingen en behandelingen onnodig is. Rond de 10% lopen patiënten schade op in het
ziekenhuis. Door de vergrijzing is de druk op de zorg toegenomen en ook om redenen van
kostenbeheersing moet de zorg doeltreffend en doelmatig zijn.
1.2 Definiëren van kwaliteit
Het exact omschrijven van kwaliteit van zorg blijkt moeilijk. Dat komt omdat het woord kwaliteit een
graduele omschrijving is van iets anders.
Evidence-based care en evidence-based kwaliteitsverbetering: systematisch literatuuronderzoek en
ethisch-morele overwegingen vormen de uitgangspunten.
Het veiligheidsprincipe: Do no harm: analyse laat zien dat ook slecht georganiseerde zorgprocessen
en technieken een grote rol spelen in incidenten. Het is de kunst de omgeving zo veilig te maken dat
deze vergissingen worden voorkomen of tijdig worden opgemerkt.
1.3 Veranderen, een cyclisch proces
Bij kwaliteitsverbetering staat de kwaliteitscyclus centraal:
PDCA: plannen, doen, controleren en acteren.
In het projectplan staat beschreven wie wat wanneer doet en wordt uitgegaan van optimale zorg.
Meten is weten en ligt aan de basis van verbeteren
Meten: structuur, proces en uitkomstmaten:
Structuurindicatoren zeggen iets over de aanwezigheid van organisatorische randvoorwaarden voor
geode zorg.
Procesindicatoren zeggen iets over het al dan niet (juist) uitvoeren van een handeling.
Uitkomstindicatoren meten de resultaten van zorg.
Veranderen: het kost mensen moeite om hun routinematig gedrag en denken te veranderen, ook al is
dat aantoonbaar nuttig. Het komt erop aan om de factoren te achterhalen die gedragsverandering
tegengaan.
Domeinen of dimensies van kwaliteit van zorg: zorg moet doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht
zijn.
1. Professionele kwaliteit van zorg
2. Organisatorische kwaliteit
3. Patiëntgerichte zorg
4. Maatschappelijk, moreel en juridisch verantwoorde zorg
,1.4 veranderstrategieën
Professioneel gedrag; de rol van reflectie en verantwoording afleggen: doordat de opvattingen over
wat een goede zorgverlener geleidelijk veranderen, moeten opleidingen, scholing en herregistratie
zich voortdurend aanpassen. De patiënt is mondiger, heeft hogere verwachtingen en is beter
geïnformeerd.
Educatie en continue professionele ontwikkeling: expliciet worden het gebruik van richtlijnen,
communicatie en samenwerking, praktijkorganisatie en logistiek management, verantwoording
afleggen, incidenten en complicaties en professioneel gedrag als algemeen kwaliteitskader genoemd.
De veranderde rol van de arts
Klassiek beeld Modern beeld
Medische mogelijkheden Beperkt (Overschat) onbegrensd
Werkveld Generiek Specialistisch
Patiënt Één ziektebeeld Multimorbiditeit, ouder
Relatie met patiënt Patriarchaal: doctor know best Partnering: adviseur
Unieke kennis Gelijkwaardig
Een op een Teamwork
Ziektegeoriënteerd Ook op psychosociale gevolgen
Relatie met zorgnetwerk Verlengde arm Multiprof. En transmurale
samenwerking
Activiteit Reactief Indien mogelijk proactief
Cultuur Meer mannen Meer vrouwen
Onbeperkt werkuren Beperkte werkuren
Maatschap Gesloten, intern gericht Open, autonoom mits
transparant
Kwaliteit Vanzelfsprekend Verantwoording afleggen
Problemen Binnenskamers zelfoplossend Externe bewaking grenzen
Harder werken Anders werken
Opleiding Meester-gezel Competentiegericht
Vrijblijven Objectieve feedback
Praktijkprincipe Authority and experience Evidence based
based
Het nieuwe type professional: tot verantwoording gehouden en bereid: het geheel van waarden,
gedrag en relaties dat ten grondslag ligt aan het vertrouwen dat het publiek in een arts heeft.
Verantwoording kunnen en willen afleggen aan zichzelf (reflectie), collega’s (meningen,
beoordelingen), patiënten (keuze informatie) en maatschappij (doelmatigheid en veiligheid).
Artsen dienen ongelijkheid in de zorg ten gevolge van ras, afkomst of geslacht te reduceren, te
werken aan continue verbetering van kwaliteit, dienen belangen van patiënten boven economische
belangen te stellen en moeten inadequaat gedrag van collega’s, klinieken en instellingen melden.
Kenmerken van ‘modern’ professioneel gedrag
- Professionele waarden zijn in overeenstemming met publieke verwachtingen
- Expliciete standaarden voor prestaties
- Collectieve verantwoordelijkheid voor het monitoren van prestaties
- Systematisch aan het publiek aantonen dat professionals up to date zijn en goed presteren
, - Regelingen voor disfunctionele artsen
- Vermijden van discriminatie en bevorderen van eerlijke verdeling van middelen
- Het belang van patiënten vooropstellen, hen met compassie, waardigheid en respect
behandelen, hun autonomie respecteren, het handhaven van vertrouwelijkheid, eerlijk zijn
en het vermijden van ongepast relaties.
Objectieve individuele reflectie en toetsing
Momenteel vindt slechts marginale toetsing van professionele ontwikkeling plaats. De laatste jaren is
er een streven ontstaan om professionele ontwikkeling meer te sturen op basis van objectieve
feedback over relevante factoren. In Nederland experimenteert men momenteel met een bijzondere
vorm van omgevingsfeedback (meningen van patiënten en collega’s). Dit vormt op basis voor een op
feiten gebaseerd collegiaal evaluatiegesprek met een getrainde collega. De medisch specialist stelt
zelf een portfolio samen en vult een vragenlijst in over zijn functioneren, die wordt vergeleken met
de meningen van anderen. Na het gesprek worden verbeterpunten vastgelegd in een zogenaamd
SMART-verbeterplan met vervolgens een periodieke follow up.
Hoofdstuk 2 doeltreffende zorg
2.1 Inleiding
Doeltreffende zorg is zorg die het beoogde effect heeft in de dagelijkse praktijk. Dit effect is pas met
zekerheid achteraf te bepalen. Vooraf, op het moment dat een patiënt zich tot de zorgverlener
wendt, wordt een inschatting gemaakt van het natuurlijke beloop en de eventuele meerwaarde van
het inzetten van een of meer interventies.
2.2 Kenmerken van evidence-based medicine
EBM: verwijst naar het onderbouwen van de keuzes in de zorg en daarbij zoveel mogelijk
gebruikmaken van resultaten uit wetenschappelijk onderzoek.
Authority-based medicini: persoonlijke ervaringen of opinies van hoogleraren of superieuren.
Kunnen van waarde zijn maar mogen geen exclusieve rol spelen in de besluitvorming.
2.2.1 Definitie van EBM
Is het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik van het huidige beste bewijsmateriaal om
beslissingen te nemen over de zorg voor individuele patiënten.
Keuze beslissing hangt af van:
- Voorkeuren van patiënt en arts
- Bewijsmateriaal (evidence)
- Toestand van de patiënt; prognose
5 stappen van evidence-based medicine
1. Het klinische probleem vertalen in een beantwoordbare vraag
PICO
2. Het efficiënt zoeken naar het beste bewijsmateriaal
Gebruik van betrouwbare databronnen
Het systematisch zoeken door middel van een combinatie van trefwoorden die de meest
relevante elementen (PICO) uit de vraag bevatten
Hoofdstuk 1 inleiding in kwaliteit en veiligheid van zorg
1.1 Inleiding
Relevantie van kwaliteit en veiligheid van patiëntenzorg: onderzoek toont aan dat 40% van de
patiënten geen optimale zorg wordt geboden en dat meer dan 20% van de diagnostische
verrichtingen en behandelingen onnodig is. Rond de 10% lopen patiënten schade op in het
ziekenhuis. Door de vergrijzing is de druk op de zorg toegenomen en ook om redenen van
kostenbeheersing moet de zorg doeltreffend en doelmatig zijn.
1.2 Definiëren van kwaliteit
Het exact omschrijven van kwaliteit van zorg blijkt moeilijk. Dat komt omdat het woord kwaliteit een
graduele omschrijving is van iets anders.
Evidence-based care en evidence-based kwaliteitsverbetering: systematisch literatuuronderzoek en
ethisch-morele overwegingen vormen de uitgangspunten.
Het veiligheidsprincipe: Do no harm: analyse laat zien dat ook slecht georganiseerde zorgprocessen
en technieken een grote rol spelen in incidenten. Het is de kunst de omgeving zo veilig te maken dat
deze vergissingen worden voorkomen of tijdig worden opgemerkt.
1.3 Veranderen, een cyclisch proces
Bij kwaliteitsverbetering staat de kwaliteitscyclus centraal:
PDCA: plannen, doen, controleren en acteren.
In het projectplan staat beschreven wie wat wanneer doet en wordt uitgegaan van optimale zorg.
Meten is weten en ligt aan de basis van verbeteren
Meten: structuur, proces en uitkomstmaten:
Structuurindicatoren zeggen iets over de aanwezigheid van organisatorische randvoorwaarden voor
geode zorg.
Procesindicatoren zeggen iets over het al dan niet (juist) uitvoeren van een handeling.
Uitkomstindicatoren meten de resultaten van zorg.
Veranderen: het kost mensen moeite om hun routinematig gedrag en denken te veranderen, ook al is
dat aantoonbaar nuttig. Het komt erop aan om de factoren te achterhalen die gedragsverandering
tegengaan.
Domeinen of dimensies van kwaliteit van zorg: zorg moet doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht
zijn.
1. Professionele kwaliteit van zorg
2. Organisatorische kwaliteit
3. Patiëntgerichte zorg
4. Maatschappelijk, moreel en juridisch verantwoorde zorg
,1.4 veranderstrategieën
Professioneel gedrag; de rol van reflectie en verantwoording afleggen: doordat de opvattingen over
wat een goede zorgverlener geleidelijk veranderen, moeten opleidingen, scholing en herregistratie
zich voortdurend aanpassen. De patiënt is mondiger, heeft hogere verwachtingen en is beter
geïnformeerd.
Educatie en continue professionele ontwikkeling: expliciet worden het gebruik van richtlijnen,
communicatie en samenwerking, praktijkorganisatie en logistiek management, verantwoording
afleggen, incidenten en complicaties en professioneel gedrag als algemeen kwaliteitskader genoemd.
De veranderde rol van de arts
Klassiek beeld Modern beeld
Medische mogelijkheden Beperkt (Overschat) onbegrensd
Werkveld Generiek Specialistisch
Patiënt Één ziektebeeld Multimorbiditeit, ouder
Relatie met patiënt Patriarchaal: doctor know best Partnering: adviseur
Unieke kennis Gelijkwaardig
Een op een Teamwork
Ziektegeoriënteerd Ook op psychosociale gevolgen
Relatie met zorgnetwerk Verlengde arm Multiprof. En transmurale
samenwerking
Activiteit Reactief Indien mogelijk proactief
Cultuur Meer mannen Meer vrouwen
Onbeperkt werkuren Beperkte werkuren
Maatschap Gesloten, intern gericht Open, autonoom mits
transparant
Kwaliteit Vanzelfsprekend Verantwoording afleggen
Problemen Binnenskamers zelfoplossend Externe bewaking grenzen
Harder werken Anders werken
Opleiding Meester-gezel Competentiegericht
Vrijblijven Objectieve feedback
Praktijkprincipe Authority and experience Evidence based
based
Het nieuwe type professional: tot verantwoording gehouden en bereid: het geheel van waarden,
gedrag en relaties dat ten grondslag ligt aan het vertrouwen dat het publiek in een arts heeft.
Verantwoording kunnen en willen afleggen aan zichzelf (reflectie), collega’s (meningen,
beoordelingen), patiënten (keuze informatie) en maatschappij (doelmatigheid en veiligheid).
Artsen dienen ongelijkheid in de zorg ten gevolge van ras, afkomst of geslacht te reduceren, te
werken aan continue verbetering van kwaliteit, dienen belangen van patiënten boven economische
belangen te stellen en moeten inadequaat gedrag van collega’s, klinieken en instellingen melden.
Kenmerken van ‘modern’ professioneel gedrag
- Professionele waarden zijn in overeenstemming met publieke verwachtingen
- Expliciete standaarden voor prestaties
- Collectieve verantwoordelijkheid voor het monitoren van prestaties
- Systematisch aan het publiek aantonen dat professionals up to date zijn en goed presteren
, - Regelingen voor disfunctionele artsen
- Vermijden van discriminatie en bevorderen van eerlijke verdeling van middelen
- Het belang van patiënten vooropstellen, hen met compassie, waardigheid en respect
behandelen, hun autonomie respecteren, het handhaven van vertrouwelijkheid, eerlijk zijn
en het vermijden van ongepast relaties.
Objectieve individuele reflectie en toetsing
Momenteel vindt slechts marginale toetsing van professionele ontwikkeling plaats. De laatste jaren is
er een streven ontstaan om professionele ontwikkeling meer te sturen op basis van objectieve
feedback over relevante factoren. In Nederland experimenteert men momenteel met een bijzondere
vorm van omgevingsfeedback (meningen van patiënten en collega’s). Dit vormt op basis voor een op
feiten gebaseerd collegiaal evaluatiegesprek met een getrainde collega. De medisch specialist stelt
zelf een portfolio samen en vult een vragenlijst in over zijn functioneren, die wordt vergeleken met
de meningen van anderen. Na het gesprek worden verbeterpunten vastgelegd in een zogenaamd
SMART-verbeterplan met vervolgens een periodieke follow up.
Hoofdstuk 2 doeltreffende zorg
2.1 Inleiding
Doeltreffende zorg is zorg die het beoogde effect heeft in de dagelijkse praktijk. Dit effect is pas met
zekerheid achteraf te bepalen. Vooraf, op het moment dat een patiënt zich tot de zorgverlener
wendt, wordt een inschatting gemaakt van het natuurlijke beloop en de eventuele meerwaarde van
het inzetten van een of meer interventies.
2.2 Kenmerken van evidence-based medicine
EBM: verwijst naar het onderbouwen van de keuzes in de zorg en daarbij zoveel mogelijk
gebruikmaken van resultaten uit wetenschappelijk onderzoek.
Authority-based medicini: persoonlijke ervaringen of opinies van hoogleraren of superieuren.
Kunnen van waarde zijn maar mogen geen exclusieve rol spelen in de besluitvorming.
2.2.1 Definitie van EBM
Is het zorgvuldig, expliciet en oordeelkundig gebruik van het huidige beste bewijsmateriaal om
beslissingen te nemen over de zorg voor individuele patiënten.
Keuze beslissing hangt af van:
- Voorkeuren van patiënt en arts
- Bewijsmateriaal (evidence)
- Toestand van de patiënt; prognose
5 stappen van evidence-based medicine
1. Het klinische probleem vertalen in een beantwoordbare vraag
PICO
2. Het efficiënt zoeken naar het beste bewijsmateriaal
Gebruik van betrouwbare databronnen
Het systematisch zoeken door middel van een combinatie van trefwoorden die de meest
relevante elementen (PICO) uit de vraag bevatten