Bestuursrecht heeft betrekking op relaties tussen de overheid (bestuursorganen) en burgers
(belanghebbenden).
Procederen tegen het gebiedsverbod (ook slachtoffers kunnen dat) dit noemen we waarborgfunctie van het
bestuursrecht (bestuursrecht geeft burgers bescherming tegen de overheid).
Normerende functie = regels waaraan het bestuur zich bij de uitoefening van bevoegdheden moet houden.
Algemeen bestuursrecht = algemene regels voor alle terreinen van het bestuursrecht (Awb)
Bijzonder bestuursrecht = belangrijke bestuursrechtelijke informatie (met bijzonder bedoelen we dat het niet
gaat om algemeen bestuursrecht, maar om regels die speciaal voor een bepaald bestuursorgaan of onderwerp
zijn gemaakt) meer inhoudelijke regelgeving.
Bronnen van het bestuursrecht:
- Wet- en regelgeving
o Algemene wet bestuursrecht
o Bijzondere wetgeving
- Jurisprudentie
- Annotatie (samenvatting van jurisprudentie)
- Literatuur
Voor het opstellen van de door de grondwet verplicht gestelde bestuursrechtelijke regels is een speciale
commissie van bestuursrechtelijke specialisten in het leven geroepen: commissie-Scheltema.
Tranches zijn delen.
Er vinden ook tussentijdse wijzigingen plaats, zo kunnen kleinere praktische problemen worden aangepast.
Doelstellingen van Awb:
1. het bevorderen van eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving.
2. het systematiseren en, waar mogelijk, vereenvoudigen van de bestuursrechtelijke wetgeving
3. het codificeren van ontwikkelingen die zich in de bestuursrechtelijke wetgeving
4. het treffen van voorzieningen ten aanzien van onderwerpen die zich naar hun aard niet voor regeling in een
bijzondere wet lenen.
Categorieën Awb regels:
- Dwingend recht: geen afwijkmogelijkheden
- Regelend recht: kunnen worden afgeweken
- Aanvullend recht: ‘rest bepaling’ art. 4:13 Awb
- Facultatief recht: dit recht geldt niet tenzij een bestuursorgaan bepaalt dat het wel moet worden
opgevolgd. (optioneel recht)
Instrumentele functie: geeft de overheid de bevoegdheid om het algemeen belang te behartigen en zijn
publieke taak te vervullen.
Bestuursorgaan: art. 1:1 lid 1 Awb
A-orgaan: een orgaan van rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld
B-orgaan: een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
‘orgaan’: beschikken over eigen taken, blijkend uit de wet
‘openbaar gezag’:
- Publiekrechtelijke rechtshandelingen verrichten
- Wettelijk openbaar Rij gezag
- Buitenwettelijk k openbaar gezag
- Overwegende overheidsinvloed
Regering
Provincie
Gemeente