Bernstein hoofdstuk 6 pagina 197-227 (222-227 cogniteee processen niet leren!).
Adaptatie: tjdens het leeen eindt dit eeel plaats doordat omgeeingen steeds eeranderen. Je gerruikt steeds meer kennis die je
eerworeen hert door erearing.
Leren: adaptef proces waarrij erearing reeds restaand gedrag en regrip eerandert.
o Mensen leren door eerdere erearingen en relates tussen deze te orsereeren en daarrij samenhang te ontdekken.
Leren over stimul
o Nieuwe stiiuli: stmuli die we nog niet eerder zijn tegengekomen trekken onze atente.
o Onveranderde stiiuli: steeds minder op reageren op rezienswaardigheden geluiden luchtjes smaken of aanrakingen door
gewenning.
Je reageert niet meer op een tkkende klok.
Wanneer je een respons op een repaalde prikkel gewend rent en deze prikkel plotseling eerandert zal je respons
hoogstwaarschijnlijk ook weer eeranderen.
Een klok stopt met tkken je gaat het nu weer horen proces ean ongewenning.
o Sensibilisatie: eerhoging ean respons op een prikkel.
Vr. in een spookhuis gooi je eerder met dingen rond.
o Non-associatief leren: gewenning en sensirilisate dit type leren resulteert door rlootstelling ean een enkele stmulus. Geen
ean de twee heef een associate ean een prikkel met een andere prikkel nodig (zoals donkere lucht retekent regen).
o Tegenstander proces therapie: nieuwe prikkel eeenementen (eooral degene die sterk positeee of negateee emotes
opwekken) eerstoren het eeenwicht homeostase ean de mens.
Deze eerstoring triggert een omgekeerd of tegenstrijdig proces die werkt tjdens deze eerstoring en uiteindelijk weer
zorgt eoor eeenwicht.
Wanneer deze nieuwe eeenementen snel achter elkaar optreden wordt dit tegenstander proces sterker en gereurt
het sneller.
Uiteindelijk wordt het zo snel en sterk dat het de initile respons op de prikkel onderdrukt en gewenning
creiert.
o Vr. gerruik ean drugs steeds hogere doses gerruiken om de initile efecten weer plaats te
laten einden.
Wanneer de onplezierige reactes die werken tjdens de initile efecten ean drugs
worden geassocieerd met een ruimte persoon of andere stmuli kan de gerruiker
hogere drugs doses tolereren dan wanneer deze prikkel niet aanwezig is.
De sterkte ean de primaire efecten rlijeen gelijk maar zonder de familiaire
omgeeingsstmulus wordt het tegenwerkende proces zwakker.
Netoresultaat: sterkere reacte dan normaal kan leiden tot oeerdosis.
1. Klassiek en operant conditoneren reschrijeen
Kuasslek condltoneren: slgnauen ueren en assoclates
o Paeloe’s ontdekking
Hond produceert speeksel wanneer erouw die normaal eoedsel rrengt ook zonder eoedsel rinnenkomt.
Vleespoeder op tong speeksel aanmaak hond geluid geen speeksel aanmaak hond.
1. Refex: snel automatsch antwoord op een prikkel.
2. Neurale prikkel: triggert geen refex.
Associatef leren:
Geluid maken en enige seconden later eleespoeder op de tong leggen de hond maakt speeksel aan
“paren van prikkels”.
o Klassiek conditioneren: een proces waarrij een neurale prikkel herhaaldelijk wordt gepaard met een stmulus dat zorgt eoor
een refex.
o Ongeconditioneerde stiiulus: de prikkel die een respons uitlikt zonder conditonering.
Automatische reactie op de prikkkke: ongecondltoneerd respons.
o Wanneer de neurale stmulus herhaaldelijk wordt gepaard met de ongeconditioneerde stiiulus wordt het een
geconditioneerde stiiulus.
De respons die uitgelokt wordt is de geconditioneerde respons.
, Geconditioneerde responsen over de tiid uitdovin en spontaan herste:
o Geconditoneerd respons wordt eersterkt door het contnue paren ean een geconditoneerde stmulus met een
ongeconditoneerde stmulus.
Fig. 6.3
herhaalde
associates ean
een geluid
(CS) met
eleespoeder
(UCS)
eeroorzaakt
meer speeksel
(CR) met
alleen het
geluid al.
Uitdoving
(extinction) wanneer de CS wordt uitgeeoerd en de UCS wordt af en toe niet gegeeen
dan eerdwijnt de CR geleidelijk.
Het respons wordt onderdrukt maar wordt niet eernietgd.
Reconditionering: wanneer de CS en de USC weer met elkaar
gepaard worden nadat de CR uitgedoofd is zal de respons
teruggaan naar de originele sterkte na een of twee trials.
Dir proces eindt sneller plaats dan het klassiek conditoneren zelf.
Spontaan herstel: de tjdelijke terugkeer ean een CR na uitdoeing (en zonder eerdere CS-
UCS paringen) rij geeen ean CS.
Hoe groter het tjdseerloop tussen uitdoeing en hereerschijning ean de CS hoe
sterker het herstelde geconditoneerde respons.
Wanneer de UCS niet weer wordt gepaard met de CS zal uitdoeing plaatseinden
en het geconditoneerde respons eerder onderdrukken.
Zelfs na jaren kan spontaan herstel een emote (CR) laten optreden.
o VB. lied horen die je associeert met eerloren liefde.
o Deze vernieuwing ean een eerder restaand CR eindt eooral plaats
wanneer uitdoeing alleen in een repaalde situate heef
plaatsgeeonden.
Vooral deze eernieuwing rij rehandeling ean drugs of
alcoholmisrruik geconditoneerd hunkeren naar deze
middelen eerdwijnt wellicht in een rehandelingscentrum
maar wanneer de patint terug in de omgeeing is met eolle
geconditoneerde stmuli om zich heen wordt de craeing
weer opgepakt en keert deze gelijk terug.
Prlkkeu generaulserlng en dlscrlilnate
o Stiiulus generalisatie: wanneer een geconditoneerd respons is geleerd lokken gelijke
maar niet identeke stmuli hetzelfde respons uit (wel in mindere mate).
Bang zijn eoor een leeuw in huis lokt een andere respons uit rij het lezen ean het
woord leeuw of het zien ean een plaatje ean een leeuw door stiiulus
discriiinatie: mensen en dieren leren te diferentiren tussen gelijke prikkels.
Je wordt zelf wakker ean je huilende kind maar wellicht niet ean een
huilende rary ean een eriend.
Het slgnaueren van beuangrljke gebemrtenlssen
o Herhaaldelijk een toon associiren met eerschijning ean UCS zoals eoedsel neuraal geluid
wordt een geconditoneerde stmulus en leidt tot speekselaanmaak.
o Geconditoneerde responsen ontwikkelen wanneer een gereurtenis signalen ean de andere eoorspelt.
o Klassiek conditoneren leidt tot responsen geraseerd op informate aangeroden door geconditoneerde stmuli.
o Als geeolg ontwikkelen mensen en dieren mentale representates ean relates tussen relangrijke gereurtenissen in hun
omgeeing en eerwachtngen wanneer zulke gereurtenissen plaatseinden.
Deze representates en eerwachtngen helpen adaptate en oeerleeing.
o Klassiek conditoneren retrekt meer dan eerschijning ean een refex.
Tiiing:
Forward conditioning: klassiek conditoneren werkt het reste wanneer de CS eoorafgaat aan de UCS.
o De CS signaleert dat de US eraan komt (rel gaat dus spullen opruimen).
Backward conditioning: CS (geluid) presenteren na UCS (eoedsel).
o CR eindt dan heel langzaam/niet plaats.
o CS komt te laat om UCS te rereiken.
o CS signaleert afwezigheid ean UCS en triggert een tegenoeergesteld CR reiiend
conditioneren.
Conditonering werkt het reste wanneer er een intereal is tussen CS en UCS maar niet te lang anders
geen associates maken.
Voorspelbaarheid
Ene hond gromt altjd eoor rijten en andere niet.