Auteur:
Aantal woorden: 1000 woorden
1.In de onderhavige zaak heeft de voorzieningenrechter zich gebogen over het vraagstuk of er
sprake is van een besluit genomen door een bestuursorgaan op grond van art 1:1 Awb. Om
deze vraag te kunnen beantwoorden moeten de verschillende varianten van bestuursorganen
nagelopen worden. Deze annotatie zal ingaan op de typen bestuursorganen genoemd in de
Awb en het besluit van de voorzieningenrechter wordt voorzien van commentaar.
2. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de Stichting Katholieke
Onderwijsbelangen Rivierenland (hierna te noemen: SKOR) d.d. 21 december 2022 om de
financiering en ondersteuning van de externe begeleiding aan de zoon van verzoekers stop te
zetten. Na deze zaak in behandeling te hebben genomen, is de voorzieningenrechter tot het
oordeel gekomen dat hij onbevoegd is kennis te nemen van het verzoek om een voorlopige
voorziening te treffen. De voorzieningenrechter meent dat de beslissing van de SKOR om de
financiële tegemoetkoming voor de begeleiding stop te zetten niet is genomen door een
bestuursorgaan, waardoor de beslissing geen besluit is, zoals bedoeld in de Awb.
3. Het leerstuk dat in deze uitspraak belicht wordt is het bestuursorgaanbegrip. Dit blijkt uit
r.o. 4.0. waarbij gesteld wordt dat een verzoek om een voorlopige voorziening bij de
bestuursrechter slechts gedaan kan worden wanneer het gaat om een besluit. Volgens art 1:3
lid 1 Awb is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan. De rechter moet
gezien het bovenstaande eerst de vraag beantwoorden of de SKOR als een bestuursorgaan
kan worden aangemerkt.
4. Volgens Schlössels & Zijlstra is er sprake van een a-orgaan wanneer een orgaan van een