Hoofdstuk 18, Na de geboorte
Ontwikkeling
Groeien rijpen en leren.
Groei is de toename in afmeting en volume.
Differentiatie: het verschijnsel dat bepaalde cellen zich in bouw gaan
onderscheiden van andere cellen. Dit gaat gepaard met cel specialisatie, het
toekennen van een specifeke functie.
Na groei volgt rijping; het bereiken van volle wasdom. Rode bloedcellen worden
bijvoorbeeld na hun rijping geschikt voor zuurstof transport.
Leren is het zich eigen maken van kennis en vaardigheden.
Beïnvloeding
Ontwikkeling wordt beïnvloed door endogene en exogene invloeden. Endogene
factoren zijn binnen de mens zelf gelegen, (hormonen en erfelijkheid). Exogene
factoren zijn invloeden van buitenaf, (sociaal, cultureel, economisch en
milieuomstandigheden).
Tempo
Ontwikkeling gaat niet in gelijkmatig tempo, maar met versnelling en vertraging.
Door de eeuwen heen
Lichamen worden steeds langer, komt door betere voeding. Ook
levensverwachting is toegenomen.
Meten van ontwikkeling
Fysiologische leeftijd; de leeftijd die het individu in biologische zin heeft,
Skeletleeftijd; als je deze weet kan je de fysiologische leeftijd vrij nauw bepalen
Gebeurt door röntgenfoto te maken van de groeischijven.
Levensfasen
Neonatale fase
Eerste vier levensweken. Aanpassing aan grote veranderingen die opgetreden
zijn door de geboorte.
Zuigelingfase (babytijd)
Ongeveer een jaar. Hulpeloosheid en volledige afhankelijkheid. Zintuigen komen
tot ontwikkeling.
Peuterfase 1-3 jaar
Streven naar autonomie en taalontwikkeling. Zelfstandigheid neemt toe. Gaat
bewust communiceren.
Kleuterfase 3-6 jaar
Initiatief staat centraal. Spelen en onderzoeken nemen. Motorische ontwikkeling
is spectaculair.
Schoolkind 6-12 jaar
Constructieve instelling. Tegelijk competitief en groepsgericht. Leer en sociale
ontwikkeling.
Adolescentie 12-20 jaar
Vormt de overgang van kind naar volwassenheid
- Puberteit 12-16 jaar
Grote seksuele ontwikkeling. Zoeken naar identiteit en intimiteit
Volwassenheid
Ontwikkeling
Groeien rijpen en leren.
Groei is de toename in afmeting en volume.
Differentiatie: het verschijnsel dat bepaalde cellen zich in bouw gaan
onderscheiden van andere cellen. Dit gaat gepaard met cel specialisatie, het
toekennen van een specifeke functie.
Na groei volgt rijping; het bereiken van volle wasdom. Rode bloedcellen worden
bijvoorbeeld na hun rijping geschikt voor zuurstof transport.
Leren is het zich eigen maken van kennis en vaardigheden.
Beïnvloeding
Ontwikkeling wordt beïnvloed door endogene en exogene invloeden. Endogene
factoren zijn binnen de mens zelf gelegen, (hormonen en erfelijkheid). Exogene
factoren zijn invloeden van buitenaf, (sociaal, cultureel, economisch en
milieuomstandigheden).
Tempo
Ontwikkeling gaat niet in gelijkmatig tempo, maar met versnelling en vertraging.
Door de eeuwen heen
Lichamen worden steeds langer, komt door betere voeding. Ook
levensverwachting is toegenomen.
Meten van ontwikkeling
Fysiologische leeftijd; de leeftijd die het individu in biologische zin heeft,
Skeletleeftijd; als je deze weet kan je de fysiologische leeftijd vrij nauw bepalen
Gebeurt door röntgenfoto te maken van de groeischijven.
Levensfasen
Neonatale fase
Eerste vier levensweken. Aanpassing aan grote veranderingen die opgetreden
zijn door de geboorte.
Zuigelingfase (babytijd)
Ongeveer een jaar. Hulpeloosheid en volledige afhankelijkheid. Zintuigen komen
tot ontwikkeling.
Peuterfase 1-3 jaar
Streven naar autonomie en taalontwikkeling. Zelfstandigheid neemt toe. Gaat
bewust communiceren.
Kleuterfase 3-6 jaar
Initiatief staat centraal. Spelen en onderzoeken nemen. Motorische ontwikkeling
is spectaculair.
Schoolkind 6-12 jaar
Constructieve instelling. Tegelijk competitief en groepsgericht. Leer en sociale
ontwikkeling.
Adolescentie 12-20 jaar
Vormt de overgang van kind naar volwassenheid
- Puberteit 12-16 jaar
Grote seksuele ontwikkeling. Zoeken naar identiteit en intimiteit
Volwassenheid