Munt
1 TE VEEL GELD MAAKT ONGELUKKIG
De maatschappelijke geldhoeveelheid bestaat uit het chartale geld, dit zijn de aantal euro’s die in
handel zijn van het publiek, en het bestaat uit de girale tegoeden, dit zijn euro’s of andere munten
die aangehouden zijn bij de financiële instellingen in het eurogebied, ook dit is handen van het
publiek. Maatschappelijke geldhoeveelheid = giraal geld + chartaal geld.
De verkeersvergelijking van fisher is M · V = P · T. Hierbij staat de afkortingen voor:
M = maatschappelijke geldhoveelheid (Money)
V = omloopsnelheid (Velocity)
P = prijspeil (Price)
T = aantal transacties (Transactions)
Fisher vertelde dat de geldstroom gelijk staat aan de goederenstroom. En de monetaire economie
staat gelijk aan de reële economie. Er zijn twee soorten benaderingen van de verkeersvergelijking:
De Keynesianen gaan uit van conjuncturele situaties. Keynesianen zeggen dat als m stijgt, v
niet constant is en afhankelijk is van rente, p niet per definitie omhoog en t niet constant,
maar bepaald door hoogconjunctuur.
De andere groep zijn de monetaristen, zij gaan uit van bestedingsevenwicht. Hier hoort
Fisher zelf ook bij. De monetaristen hanteren de geldgroeiregel; hierbij mag M stijgen, maar
mee groeien met reële groei nationale inkomen.
Bij een lage rente gaat de omloopsnelheid omlaag. Dit komt omdat mensen gaan oppotten want
beleggingen leveren weinig op en mensen gaan geld vasthouden uit voorzorg. Bij een hoge rente
gaat de omloopsnelheid ook omhoog. Hierdoor wordt beleggen interessant en mensen gaan
ontpotten. De rente kan gebruikt worden om de economie te stimuleren mits de rente niet te laag
wordt.
Monetair financieren staat voor betalen van het overheidstekort met bijgemaakt geld. Het resultaat
is, afhankelijk van productiegroei, hyperinflatie.
Geld heeft drie functies, namelijk als betaalmiddel, als rekenmiddel en als oppotmiddel. Geld zorgt
voor lagere transactiekosten, dit zijn kosten die gemaakt moeten worden om tot een transactie te
komen. Geld moet hiervoor wel een algemeen aanvaard betaalmiddel en het moet hanteerbaar, 0
deelbaar en waardevast zijn.
Chartaal geld wordt uitgegeven door de ECB en bestaat uit munten en biljetten. Giraal geld staat op
particuliere betaalrekeningen bij particuliere banken.
De wet van Gresham houdt in dat het slechte geld het goede geld verdringt uit de circulatie tegen
dezelfde waarde.
Geld heeft een intrinsieke en een extrinsieke waarde. De intrinsieke waarde is de waarde van het
materiaal waarvan het betaalmiddel gemaakt is. de extrinsieke of nominale waarde is het bedrag dat
op de munt of het bankbiljet staat aangegeven. Tegenwoordig is het vertrouwen in bankbiljetten zo
groot dat het niet eer nodig is dat banken de tegenwaarde in edelmetaal bewaren. Er is sprake van
, fiduciair geld. De huidige munten en biljetten zijn gebaseerd op vertrouwen met een nihil intrinsieke
waarde.’
Op de balans van de moderne banken staan net zo als normaal, aan de activa kant welke bezittingen
we hebben, aan de passiva kant staat het antwoord op de vraag hoe de bank aan zijn geld komt.
Denk aan de eigenaar (eigen vermogen) en aan anderen (vreemd vermogen).
Activa Passiva
Kas Eigen vermogen
Tegoed bij de Centrale Bank Crediteuren
Vreemde valuta Spaartegoeden
Waardepapieren Termijndeposito’s
Debiteuren Schuld aan de centrale bank
Effecten Tegoeden vreemde valuta
Overige activa Overige passiva
Het bankbiljet, oftewel promesse, waren volledig gedekt. Tegenwoordig niet meer want uit ervaring
weten banken dat niet iedereen het geld chartaal tegelijkertijd ophaalt.
De liquiditeit is de verhouding in %’en tussen het onmiddellijk beschikbaar geld bij een bank en de
onmiddellijk opeisbare tegoeden bij die bank.
Het liquiditeitspercentage = (tegoed bij de CB + de kas) / rekening courant X 100%. De liquiditeit in %
is het onmiddellijk beschikbaar geld bij een bank en de onmiddellijk opeisbare tegoeden bij die bank.
de liquiditeit is de dekking op korte termijn. De solvabiliteit is de verhouding tussen het eigen en
vreemd vermogen, dit is de dekking op lange termijn.
Er zijn verschillende instellingen die iets met het geld doen, namelijk:
De centrale bank geeft bankbiljetten uit
Het Rijk slaat munten
Particulieren baken maken het girale geld in de vorm van rekening-courant.
Door branchevervaging is het takenpakket van de bank uitgebreid. De moderne banken worden
steeds groter dit komt mede door internationale concurrentie en parallellisatie (branchevervaging)
Geldscheppende instellingen Het publiek
Het Rijk Huishoudens
De Centrale Bank Organisaties
Particuliere banken Gemeenten
- Algemene banken Provincies
- ING, Rabobank
De verandering van geldhoeveelheden, kan op drie manieren:
Substitutie; chartaal geld wordt giraal geld of andersom
Transformatie; ‘niet-geld’ wordt omgezet in geld of andersom. Zoals het omwisselen van
euro’s in dollar’s of spaarrekening naar RC.
Wederzijdse schuldaanvaarding; dit is een kredietverlening. Banken, particulieren en
commerciële instellingen verdienen hier hun geld mee.
Geldschepping is giraal en chartaal mogelijk door de algemene banken.
Het chartale geldschepping is de kas - ? + tegoed ECB / RC = Liquiditeitspercentage.
Het girale geldscheppen is kas + tegoed ECB / RC + ? = liquiditeitspercentage.
De vermogensmarkt is het geheel van vraag en aanbod van financieringsmiddelen/ vermogen. Het is een
abstracte markt wat onder te verdelen is op basis van looptijd., kapitaalmarkt en geldmarkt de