2.2 Klassieke Theorie
5 hoofdonderdelen onderscheiden:
- Onbewuste mentale processen:
Bewuste, voorbewuste & onbewuste:
- Bewuste deel van het ‘psychische’ dat alles omvat wat zich op een bepaald moment onder
de aandacht afspeelt: Waarnemen, herinneren, emoties, gedachten etc.
- Voorbewuste kennis & emoties etc, die niet op dat moment onder de aandacht spelen
maar wel (wellicht met enige moeite) op te roepen zijn.
- Onbewuste (cognitieve, emotionele en motivationele processen) van het psychische
waarvan met niet weet. Bevat kinderlijke wensen & herinneringen die te veel angst opwekken om
zich bewust van te zijn.
Is er al bij de geboorte & bevat dan 2 aangeboren driften: levensdrift & doodsdrift.
Dromen, versprekingen, neurotisch (overdreven) gedrag = compromis tussen onbewuste wensen of
herinneringen en het voorbewuste.
Primaire & secundaire proces:
Functioneren (voor)bewuste & onbewuste = dynamisch proces, Freud onderscheid 2 vormen:
- Primaire proces (irrationeel ongevoelig voor bewuste overwegingen en redenen):
kenmerkt het onderbewuste. Kent alleen maar wensen, geen waarden & normen. Het streeft naar
verwerkelijking van wensen = lustprincipe (streeft naar lustbevrediging & mijdt onlust).
- Secundaire proces (rationaliteitsprincipe door overwegingen wat wel en niet bereikt kan
worden):
Gericht op doelmatigheid, organisme moet rekening houden met de realiteit, de eisen vd
buitenwereld (waarden & normen).
Drifttheorie:
Freud gaat ervan uit Mens heeft 2 aangebooren basisdriften die tegengesteld aan elkaar zijn. Zo
probeert hij motivatie van mensen te verklaren:
- Seksuele – levensdrift (eros) volgens lustprincipe = libido gedrag dat als fijn of plezierig wordt
ervaren (erotisch, lekker eten, knuffelen etc).
- Doodsdrift (Thanatos) agressie en vermijding van spanning.
Mensen zijn tegelijkertijd goed en slecht.
Drifttheorie verbonden aan energietheorie: De driften kunnen gericht worden op iemand (liefde
naar moeder) = objectgerichte energie.
- Psychische structuur:
Id/es (bij de geboorte) gelijk aan onderbewuste omdat alleen nog driften bevat.
Wil behoeftebevrediging hier en nu meteen, dit kan niet altijd dus ‘spanning’ tussen verlangens naar
lustbevrediging en de ‘eis’ van de omgeving om nog even in onlust te verkeren. Er is sprake van een
conflict door deze manier. Om hieruit te komen Kind moet zelf leren om zijn behoeftebevrediging
uit te stellen.